597
3

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Troosten

Job - vijftien - is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

Badkamerscène:
Job ligt in zijn luier op de aankleedtafel. Ik buig me over hem heen om zijn hemd aan te trekken. Hij pakt mijn gezicht en geeft me een kus.
Duwt me dan weg en bestudeert mijn ogen. “Mama, ben jij verdrietig?”
“Ja schat. Mama is verdrietig. Mama is een beetje ziek.”

Foto: Kiki Groot

Job begint te stralen. Met twee handen trekt hij mijn hoofd naar zich toe. Slaat zijn armen om me heen en geeft me klopjes op mijn rug. “Stil maar lieve mama. Komt allemaal goed.”
Hij laat me weer rechtop komen en kijkt opnieuw naar mijn gezicht om te checken of zijn actie effect heeft gehad.
Oei. Nog steeds tranen.
Hij steekt zijn lange wijsvingers in de lucht en strijkt ze langs mijn ogen. “Traantjes wegpoetsen”, zegt hij sussend. Voor de zekerheid doet hij het drie keer. Dan volgen er kusjes. Elk zoute oog krijgt er één.

Als hij mijn hoofd tegen zijn schouder drukt, vraag ik me af waar hij dit allemaal vandaan heeft. Traantjes wegpoetsen? Job heeft geen traantjes, hij huilt droog. Ik heb deze woorden dus nooit tegen hem gesproken. Heeft hij deze teksten van de tv? Uit de klas?
Job zit er intussen helemaal in. Steeds harder slaat hij me op mijn rug. “Mama troosten. Ssst…”

Ik probeer me uit zijn houdgreep los te wurmen, maar Job is volhardend. Klop klop klop. “Troosten!” Tegen de warme huid van zijn borstkas schiet ik in de lach. “Het is al over jongen, het is goed zo.”
Hij begint te stuiteren op de aankleedtafel. Dit is een leuk spel. Nu lachen we allebei.
Als hij weer op mijn rug begint te trommelen, pak ik zijn handen vast. “Over!”
Job kijkt me trots aan. Hij heeft mama getroost. Zie je wel? Geen traan meer te zien.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Egbert

    De achtste dag

    Roman

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (3)