Laatste update 19:11
3.917
129

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Trouw en de ontaarde kunst

Een museum is geen veilige plek en ware kunst ontregelt

Er is dit weekend het nodige te doen rond Trouw. Dit brave christelijke ochtendblad  wordt in verband gebracht met strijd tegen ontaarde kunst, zoals de naziminister Goebbels die ooit  voerde. Althans, die term wordt door tal van Twitteraars en bloggers gebruikt. Waardoor zijn zij in toorn ontstoken? De bijlage Letter en Geest van dit weekend bevat een uitgebreid artikel dat bekende schilderijen en kunstenaars in verband brengt met de #MeToo discussie. De kunsthistoricus Léon Hanssen neemt de Duitse schilder Balthus op de korrel, wiens schilderijen van adolescente meisjes in verleidelijke poses tot de collectie behoren van menig Europees en Amerikaans museum. Tussenbeiden krijgen ook Gustav Klimt en George Breitner een veeg uit de pan. Zelfs de zestiende eeuwse Titiaan ontspringt de dans niet.

Pedoporno
Het werk van  Balthus komt volgens Hanssen in de buurt van pedoporno. Hij vraagt zich bovendien af of de manier waarop deze kunstenaar met zijn jeugdige modellen omging niet in de buurt van misbruik kwam. Datzelfde verwijt krijgt Breitner naar het hoofd geslingerd. Bovendien vraagt Hanssen zich af of de werken van deze kunstenaars niet getuigen van een heel verkeerde mentaliteit. “Denk alleen aan de schilderijen en foto’s waarop Breitner – die moeilijk van zijn modellen af kon blijven – het piepjonge, straatarme naaistertje Geesje Kwak in allerlei suggestieve poses heeft vereeuwigd, die doen denken aan een odalisk, een slavin in de harem van de sultan. De manier waarop Kwak in haar kimono is ingesnoerd en haar machteloze blik roepen een indruk op van bondage. De vernederende toon waarop de kunstenaars van Tachtig over hun modellen spraken en de vanzelfsprekendheid waarmee zij hun seksuele lusten op deze vrouwen uitleefden is ronduit walgelijk. Léon Hanssen in Trouw: “Die (geringschattende, LH) kijk op de vrouw heeft de schilderkunst verrijkt. Door haar voor te stellen als een dierlijk en daarmee ook seksueel wezen was de weg open voor een herintroductie van het naakt”, aldus de catalogus bij de tentoonstelling “Rumoer in de stad. De schilders van de jaren Tachtig” in het Haags Gemeentemuseum van verleden jaar. Dat is een excuus dat niet kan, dat kunstenaars gelukkig weer naakten gingen produceren.

Dit alles doet sterk denken aan het museum van Manchester dat onlangs een werk van John William Waterhouse, Hylas en de nimfen  verwijderde vanwege het vermeend seksistisch karakter.

En dan speelt op de achtergrond ook nog mee de beeldenstormdiscussie rond nationale helden die volgens sommigen die status niet verdienen.

cc-foto: Peter Róan

Sociaaleconomische en culturele kant van de kunstproductie
Is er inderdaad sprake van een moderne strijd tegen “ontaarde kunst”, net als in de tijd van de nazis, zij het dan met andere criteria? Dat is een wat al te gemakkelijke conclusie. Het staat buiten kijf dat allerlei zedelijkheidsapostelen zich bij het #MeToo-offensief hebben aangesloten om hun benepen kuisheidsideologie te propageren. De propagandisten van de preutsheid zien kans om te poseren als progressieve bestrijders van de vrouwenonderdrukking. Pedojagers vinden een nieuw werkterrein. Toch hoeven wij de sociaaleconomische en culturele kant van het kunstbedrijf niet buiten beschouwing te laten. Integendeel, dat is wat mij betreft een essentieel onderdeel van de kunsthistorische discipline. Breitner leefde in een tijd van massale armoede. Nette dochters  uit de bourgeoisie kleedden zich niet uit voor de kunst. Daarvoor moest je arme meisjes huren, die maar al te vaak in Keetje Tippel-achtige omstandigheden leefden. Je kon met zulke schepsels (terminologie uit de tijd) doen wat je wilde. Dat is eigenlijk pas veranderd toen er een einde kwam aan de armoede. Althans, in ons land. In grote delen van de wereld is er op dit gebied nog niets veranderd.

Is dat een reden om het werk dat onder zulke omstandigheden tot stand kwam, dan maar naar de depots te verbannen? Flauwekul. De kwaliteit van artistieke producten neemt namelijk niet af door de omstandigheden onder welke zij tot stand kwamen. Breitner heeft een aantal geniale doeken gemaakt van een meisje in kimono. Het is best goed voor U om te weten dat ze Geesje Kwak heette. Ze probeerde aan de armoede van Amsterdam te ontsnappen door met haar zusje naar Zuid-Afrika te emigreren, waar zij op 22-jarige leeftijd aan tuberculose overleed. Een triest en voor die tijd tekenend leven.

Seksistische propaganda
Hanssen snijdt in Trouw nog meer aan. Hij vindt om het grof te zeggen heel wat van die oude kunst seksistische propaganda waarin de vrouw wordt geobjectiveerd.  Bij het artikel staat de streamer: “Was de kunst altijd speelterrein van oude oude geile bokken?” Dat is de vraag niet. De vraag is wel: “Is dat wat de kunstenaar bedoelde? Is die objectivering van de vrouw echt wat hij weer wilde geven of is dat een interpretatie die sommige mensen daar op grond van hun eigen achtergrond, referentiekader, normen en waarden aan geven?” Trouw illustreert het artikel van Hanssen met een schilderij van Balthus uit 1938, getiteld Therése dreaming, Therése is een meisje van een jaar of dertien en je kunt een stukje van haar onderbroek zien. Trouw heeft provocerend een rood kruis door de afbeelding gezet. Eronder staat: “Dat streepje wit van haar onderbroek maakt ons tot voyeurs.”

Fel op pedoseksualiteit
Ik vermoed dat men in Therése dreaming tot een halve eeuw geleden voornamelijk ontluikende vrouwelijkheid had gezien of zo. Nu denken wij meteen aan pedoseksualiteit. Dan heeft die Balthus ook nog zijn hele leven lang zulke meisjes geschilderd, vaak nadat hij eerst foto’s van ze had gemaakt. Is zijn werk pedoseksueel of is er iets mis met de aanschouwer? Filth is in the eye of the beholder, zeggen ze in Engeland. Je kunt alles wel pornografisch vinden.

Wij zijn de laatste decennia – vooral sinds de affaire Dutroux – als samenleving erg fel geworden op pedoseksualiteit. De wetgever heeft daar actief op ingespeeld: niet uitsluitend pedoseksuele handelingen zijn strafbaar. Dat geldt net zo goed voor  de weergave daarvan in woord en beeld. Erotische films en foto’s van kinderen en adolescenten zijn uiteraard uit den boze, maar datzelfde geldt voor tekeningen en fictie. Hier komt het werk van Balthus in de buurt van de wet, net als trouwens de literair buitengewoon belangrijke roman Lolita van Vladimir Nabokov. Toch zal geen zinnig mens Lolita buiten de wet willen stellen. Hoe zit het trouwens met de blote kindertjes waarvan de barokkunst vergeven is? Moeten wij die ook afschermen, omdat we zo alert zijn geworden op pedoseksueel misbruik in onze tijd? Het is best interessant om je af te vragen waar de ziekelijkheid zit, in het kunstwerk zelf of in de interpretatie door de beschouwer.

Wisselwerking
Nu is dat een vervalsing van de werkelijkheid, want zo werkt het niet. Het beeld dat u krijgt van een tekst of van een kunstwerk wordt namelijk niet bepaald door de beschouwer alleen. Er is sprake van een wisselwerking tussen jou en het kunstwerk of beter gezegd tussen jou en de kunstenaar die met je communiceert via zijn werk. Balthus heeft in zijn werk elementen geplaatst die Léon Hanssen aan pedoseksualiteit doen denken. En dat heeft met hém te maken en niet met deze kunsthistoricus alleen. En nu?

Een museum is geen veilige plek en ware kunst ontregelt. Anders moet je de Bouquetreeks gaan lezen. Dan heb je ergens last van, maar in een museum kan het gebeuren dat iets je in je middenrif treft, dat er gedachten en emoties in je wakker worden waarvan je niet wist dat ze in je woonden. Ook buitengewoon donkere gedachten en emoties. Dat is geen reden om zulke kunst in het depot te zetten. Wie dat doet, gelooft inderdaad dat er ontaarde kunst bestaat die aan het oog moet worden onttrokken.

Het is evenmin een reden om Breitner, Balthus en hun werk niet te gebruiken als aanknopingspunt voor discussies over de manier waarop mannen en vrouwen met elkaar om (horen te) gaan, over gender en identiteiten. Integendeel, daar is kunst net zo goed voor: om je wakker te maken om je gevoelens met anderen te delen. Ik krijg trouwens de indruk dat ik wat dat betreft Léon Hanssen aan mijn zijde vindt.

 


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (129)