1.034
42

Literatuurwetenschapper, onderzoeker

August Hans den Boef is literatuurwetenschapper en onderzoeker. Hij werkte tot 2011 aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is schrijver van onder andere Nederland seculier!, 'God als hype' en [Haat] als deugd.

Turkse opstand verdient onze steun

Na tien jaar heeft Erdogan het voordeel van de twijfel geheel verloren ... Erdogan wil grondwet aanpassen opdat hij Poetin-achtige president kan worden

Tan Tunali en Peter Edel hebben gelijk. De opstand tegen het autocratische regime van de islamistische populist Recep Tayyip Erdogan komt niet uit de lucht vallen. Behalve voor al die politici en journalisten die met een roze bril naar de recente politieke ontwikkelingen in Turkije hebben gekeken. Het gaat immers ‘goed’ met Turkije. Het land heeft geen ‘lente’ nodig, het geldt als democratische natie met een grondwettelijke scheiding tussen kerk en staat juist als een voorbeeld voor de Arabische landen.

Na zeven dagen van protest lijken de media nog steeds sceptisch tegenover de seculiere ‘minderheid’ van demonstranten in het door de super populaire vader des vaderlands Erdogan bestierde Turkije.

Dat een parkje met platanen wordt gesloopt voor een winkelcentrum annex moskee in de vorm van een Ottomaanse kazerne, is slechts een vonk die een sluimerende veenbrand naar de oppervlakte haalde. Want er waren alleen al in 2007 vijf ‘republikeinse’ massademonstraties van seculiere Turken tegen Erdogan (voor het Taksimplein gold toen nog een verbod). Exponenten van de aloude machtsstrijd tussen islamisten en seculieren die vooral na oorlog oplaaide. Soms liet het leger de islamisten een tijd hun gang gaan, want ze hadden één gemeenschappelijke tegenstander: links. Na de val van de muur zag het leger links niet meer als een gevaar en werden de islamisten harder aangepakt. In dezelfde periode van transitie zagen Europa en het State Department een nieuwe taak voor NAVO-bondgenoot Turkije opdoemen. Een bondgenoot van Israël in het vijandige Midden-Oosten en een uniek rolmodel voor naburige moslimlanden. Kortom, Turkije werd een neoliberaal project voor de Europese technocraten en bedrijven, gecombineerd met een militair project voor de NAVO. Eerst moesten er echter twee grote problemen worden opgelost. Turkije werd in de praktijk geregeerd door het leger en de islamitistische oppositie streefde naar een samenleving onder de shari’a. Wanneer het Turkse Constitutionele Hof daarom de islamisten een verbod oplegde en die vervolgens verontwaardigd bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens klaagden, stelde het EHRM keer op keer de Turkse collega’s in het gelijk. Hoe uit deze patstelling te geraken?

Erdogan bood in 2002 de ideale oplossing met zijn nieuwe partij AKP. Extern was dit was de deal die Erdogan voorstelde: een ‘Derde Weg’. Het leger beperkt zich voortaan louter tot defensietaken, in samenwerking met de Europese en Amerikaanse bondgenoten en Turkije vervult de eisen om als een democratische rechtstaat te worden toegelaten tot de EU. Als het leger geen staatsmacht meer had, kon Erdogan ongehinderd zijn islamistische programma uitvoeren. Dit stadium is nu in volle gang en dat is waartegen Turken protesteren.

Intern ‘verving’ Erdogan het officiële islamiseringsprogramma van Turkije door juist een keuze voor de politieke en juridische structuur die gebruikelijk is in de EU. Daarmee wist hij de nieuwe, nationalistische middenklasse achter zich te krijgen, die zich buitengesloten voelde door het ‘decadente en corrupte seculiere’ establishment van leger en kemalisten, dat slechts voor zichzelf zorgt. Een groep die ook al een tijd werd gesteund door de sektarische Gülenbroederschap. 

Om het leger en de oppositie definitief uit te schakelen, construeerde Erdogan het zogenaamde Ergenekon-complot. Onder beschuldiging van deelname daaraan werden honderden mensen gevangen gezet, niet alleen maar militairen, maar ook oppositieleden en journalisten. Toen echter ook voormalige stafchef van het leger, İlker Başbuğ, werd gearresteerd, riep het State Department Erdogan tot de orde en distantieerde de premier zich van deze actie, die door een overijverige justitiële ambtenaar zou zijn begaan. Maar er werd verder geen enkele Ergenekom-verdachte vrijgelaten.

Desondanks heeft Nederland onlangs Erdogan met alle egards ontvangen. Net als Vladimir Poetin, op wie Erdogan steeds meer gaat lijken, al is de Russische president zelf geen radicale gelovige. Erdogan won drie keer achter elkaar de verkiezingen met een absolute meerderheid, waarmee Turkije het laatste decennium in een eenpartijstaat veranderde. Hij wil dan ook de grondwet aanpassen opdat hij een Poetin-achtige president kan worden.

Traditioneel zou links (-liberaal) Nederland al jaren principiële bezwaren tegen het regime-Erdogan hebben geuit, maar dat gebeurde niet. Deels omdat de gezonde afkeer die links van militaire regimes heeft, in het geval van Turkije convergeerde met de gezonde afkeer van xenofobie. Kritiek op Turkije is in deze visie koren op de molen van Wilders. Mede daarom lijdt links aan eenzelfde vorm van wishfull thinking als de neoliberalen.

GroenLinks Europarlementariër Joost Lagendijk formuleerde het jaren geleden als volgt: de ‘SGP’ is met Erdogan ‘CDA’ geworden. Tot op de huidige dag volhardt hij in zijn analyse, zie het onlangs verschenen De Turken komen eraan! Over snelle oordelen en vastgeroeste opvattingen, dat hij samen met zijn echtgenote Nevin Sungur schreef. Heel geschikt en leerzaam voor 2003, maar na tien jaar heeft Erdogan het voordeel van de twijfel geheel verloren. Los van de nieuwe wetten tegen alcohol en abortus, hebben de juridische versoepelingen de positie van vrouwen en homoseksuelen nauwelijks verbeterd, zijn de Koerden nog steeds tweederangsburgers, bestaat er de facto geen volledige godsdienstvrijheid, zien de dominante media Erdogan naar de ogen, is er sprake van harde repressie door de politie en de onofficiële AKP-milities en komt de veelgeroemde economische groei net als vroeger slechts een bovenlaag ten goede. Door het laatste lijkt Erdogan de steun van de Gülenbroederschap te verliezen, een bemoedigende ontwikkeling. 

Waarom dus niet wat meer sympathie voor de betogers? De liefhebbers van sociale media en de goeroes van de rol van de sociale media in de samenleving kunnen hun hart ophalen. Via allerlei apps ontwijken de opstandelingen de overheidscontrole. Volgens Erdogan zijn sociale media dan ook, Twitter voorop, ‘de grootste bedreiging voor de samenleving’.

Poetin en Berlusconi werden ook met meerderheden gekozen. Toch sympathiseren wij met de oppositie. Laten we daarom ook die in Turkije steunen. 


Laatste publicatie van August Hans den Boef

  • Onbegonnen werk

    De ontvangst van het oeuvre van F. Harmsen van Beek, een casestudy (met Joost Kircz)

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (42)