1.146
5

Politicoloog

Martin Rosema (1970) is werkzaam als universitair docent politicologie aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde wetenschappelijke en populaire artikelen over onder meer verkiezingen, referenda, en politieke psychologie. Hij studeerde politicologie in Leiden en sociale psychologie in Cambridge en promoveerde in 2004 te Leiden op een proefschrift over de psychologie van stemgedrag.

Tweede Kamer moet voorzitter anders gaan kiezen

Met een eerlijkere stemmethode had de uitslag anders kunnen zijn

De Tweede Kamer heeft een nieuwe voorzitter. Afgelopen dinsdag kozen de volksvertegenwoordigers uit hun midden VVD’er Anouchka van Miltenburg als opvolger van Gerdi Verbeet. De uitslag was afgetekend: Van Miltenburg werd verkozen met 90 stemmen en versloeg daarmee PvdA-kamerlid Khadija Arib, die 56 stemmen kreeg.

In een eerdere stemronde was het doek al gevallen voor Gerard Schouw (D66), de derde kandidaat die zich had gemeld en die toen de minste stemmen kreeg. De keuze voor de nieuwe voorzitter lijkt daarmee overtuigend, maar achter deze cijfers gaat een systeem schuil dat kandidaten van grote fracties sterk bevoordeelt. Met een eerlijkere stemmethode had de uitslag anders kunnen zijn. Daarom zou de Kamer zich moeten bezinnen op de stemmethode.

Hoe gaat de verkiezing van de voorzitter van de Tweede Kamer op dit moment in zijn werk? In een plenaire vergadering brengen alle Kamerleden anoniem hun stem uit door de naam van hun voorkeurskandidaat op een stembriefje te schrijven en in een bus te deponeren. Indien geen enkele kandidaat een absolute meerderheid heeft gehaald (meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stemmen), volgt een tweede stemronde met dezelfde kandidaten. Indien nodig volgt daarna een derde en eventueel vierde ronde, waarbij gekozen kan worden tussen de kandidaten met de meeste stemmen. Indien in de laatste ronde met twee overgebleven kandidaten de stemmen staken, wordt er geloot.

Het is interessant om de precieze aantallen stemmen nader te bekijken en dan rekening te houden met de grootte van de fracties. Het is immers aannemelijk dat Kamerleden in eerste instantie de kandidaat van hun eigen politieke partij steunen. In de eerste ronde ontvingen Van Miltenburg, Arib en Schouw respectievelijk 63, 45 en 40 stemmen.

Dit suggereert ruime steun voor de VVD-kandidaat en minder steun voor de andere twee kandidaten. Indien we echter hierop de stemmen van de eigen fractieleden in mindering brengen, ontstaat een ander beeld: Van Miltenburg ontving 22 stemmen van andere fracties, Arib ontving er slechts 7, en Schouw ontving er 28. Kortom: er was buiten haar eigen kring nauwelijks steun voor PvdA’er Arib. De kandidaat met de minste stemmen, Schouw, ontving van de acht fracties zonder eigen kandidaat de meeste stemmen.

De reden dat niet Arib maar Schouw afviel na de tweede stemronde, waarin de stemverhoudingen vrijwel identiek waren als in de eerste ronde, is gelegen in de methode die wordt gebruikt om de Kamervoorzitter te kiezen. Er wordt gestemd in meerdere rondes en de kandidaten met de minste stemmen vallen af.

Indien grote fracties een eigen kandidaat naar voren schuiven, dan beginnen kandidaten van kleinere fracties met grote achterstand aan de strijd en is het lastig om de eerste schifting te overleven. Het bezwaar is dat kandidaten zo niet primair op basis van hun persoonlijke kwaliteiten worden geselecteerd, maar op hun partijpolitieke kleur. En dat is precies wat volgens voormalig Tweede Kamervoorzitter Verbeet niet zou moeten gebeuren, zo liet zij recent in Nieuwsuur nog weten.

Er is een passend alternatief. Dit is een methode die is ontwikkeld door de beroemde Amerikaanse psycholoog en wiskundige Clyde Coombs. In dit systeem brengen Kamerleden niet een stem uit op één kandidaat, al dan niet in meerdere ronden, maar plaatsen zij de kandidaten in volgorde van voorkeur. Bijvoorbeeld, een D66’er zou Schouw als eerste voorkeur kunnen hebben, Van Miltenburg als tweede voorkeur, en Arib als derde voorkeur. Cruciaal in dit systeem is de volgorde waarin kandidaten afvallen: indien geen van de kandidaten een meerderheid heeft, valt de kandidaat af die het vaakst op de laatste plaats is gezet.

Er wordt dus niet alleen rekening gehouden met de voorkeur, maar ook met de weerstand. Indien in dit systeem een grote partij met een kandidaat komt die buiten de eigen partij vrijwel geen steun geniet, dan valt deze als eerste af. De stemmen die op een afgevallen kandidaat waren uitgebracht worden vervolgens overgeheveld naar de kandidaat van tweede voorkeur. Dit proces wordt zo nodig herhaald tot één kandidaat een meerderheid heeft.

Omdat we niet van alle Kamerleden de volledige voorkeursvolgorde weten, blijft het tot op zekere hoogte speculatie wat met zo’n systeem in dit geval gebeurd zou zijn. Maar gelet op de steun die de drie kandidaten buiten hun eigen fractie hadden, is het meest waarschijnlijk dat Arib als eerste was afgevallen. Dan zouden Van Miltenburg en Schouw dus zijn overgebleven. Een tweede ronde tussen hen beiden zou meer recht hebben gedaan aan de voorkeuren van de parlementariërs. Dan had Schouw wel een eerlijke kans gekregen en het is goed mogelijk dat hij de voorzittershamer in ontvangst had mogen nemen.

Wat de uitkomst ook geweest zou zijn, in ieder geval was de uitslag dan meer een weerslag geweest van de daadwerkelijke voorkeuren van de Kamerleden dan van een systeem dat kandidaten van grote fracties onevenredig bevoordeeld. Zolang de Tweede Kamer haar reglementen op dit punt niet aanpast, zal de partijpolitieke kleur van kandidaten bepalend blijven en hebben kandidaten uit kleine fracties geen eerlijke kans.

Volg Martin Rosema op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (5)