841
10

Oorlogsverslaggever De Pers

Arnold Karskens kreeg de afgelopen vijfentwintig jaar bekendheid als een van Nederlands beste en volhardendste oorlogsverslaggevers. Hij werkte voor Nederlandse en Vlaamse radio- en tv-zenders en is nu oorlogsverslaggever voor dagblad De Pers.
Karskens is auteur van onder andere: Pleisters op de ogen, over de geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo. In oktober 2009 verscheen ‘Rebellen met een Reden’, verhalen over idealistische Nederlanders in de oorlog.
http://www.arnoldkarskens.com/

Uitgesteld Gesneuveld

Iedere maand pleegt een veteraan in Nederland zelfmoord

Joost van Dijk (43) werd dood aangetroffen in zijn woning. Na zijn gevechten als oorlogsvrijwilliger in Kroatië en Bosnië vereenzaamde hij. Op 17 augustus 2010, werd het lichaam van Joost van Dijk ontdekt. Zijn buren klaagden over stank en zagen dikke vliegen op de binnenzijde van zijn raam. De politie trof hem zittend op de canapé aan in vergaande staat van ontbinding. Rondom hem een opstaande laptop, flessen drank en lege medicijnpotten. De muren ongeschilderd, de gordijnen dicht. Volgens de politie had hij zelfmoord gepleegd. Volgens zijn huisarts was zijn dood mogelijk het gevolg van een zwak hart in combinatie met een overdosis aan alcohol en medicijnen.

Uitsluitsel was niet meer te geven. Hij kon zes weken, misschien al langer dood zijn. Centraal op een plank in zijn flat aan de Dr. W. Dreesstraat in Veghel stonden zijn favoriete dvd’s: de serie Band of Brothers en films als Platoon en Apocalypse Now. Jaren eerder keerde hij terug uit de oorlog, maar de oorlog had hem nooit verlaten. Zijn moeder: ‘Ik heb hem de laatste 6 jaar niet gezien terwijl hij hier 2 minuten vandaan woonde. Ik mocht niet weten hoe hij leefde. Ik ben er kapot van.’

Joost, 193 centimeter lang, boven de 100 kilo, geboren op 9 april 1967 in Bredevoort, gemeente Aalten in de Achterhoek, kende ik 20 jaar. We ontmoetten elkaar toen hij als oorlogsvrijwilliger vocht in Kroatië, en we hielden contact. Na zijn dood belde ik zijn moeder: ‘Hij, de derde uit een gezin met vier jongens, was een schat, laat niemand wat anders zeggen. Maar ik scheidde en hij miste een opvoeder’, zegt ze geëmotioneerd. Zelf omschreef Joost mij zijn jeugd als een drama. Hij werd gepest en mishandeld maar terroriseerde ook op zijn beurt de omgeving. Als dertienjarige komt hij voor het eerst in aanmerking met de politie. Na een afgebroken ambachtsschool werd hij als dienstplichtige ingelijfd bij de Genie, lichting 85-3. ‘Ik heb iets met explosieven, krijg altijd kippenvel’, schreef hij in zijn levensverhaal dat hij me een paar jaar geleden opstuurde. Joost vond in het leger een nieuw thuis. Het gaf hem structuur. Na nog drie jaar bijtekenen als infanterist meldde hij zich tevergeefs aan bij het Franse Vreemdelingenlegioen.

Toen brak tot zijn niet geringe opluchting de oorlog in Joegoslavië uit. Vanaf december 1990 maakte hij deel uit van de First Dutch Volunteer Unit, een groep oorlogsvrijwilligers die vochten aan de Kroatische zijde tegen de Serven. Bij een actie richtte hij een halve meter voor een wegrennende Serviër. Hij haalde de trekker over. ‘Een kogelregen vloog naar hem toe waar hij dwars doorheen liep. Als een zandzak viel hij neer en toen was het voorbij.’

In maart 1991 moest hij al weer zijn biezen pakken omdat hij na overmatig alcoholgebruik in het plafond van de kazerne schoot. Boos zei hij me: ‘Iedereen dronk, het plafond zat vol gaten.’ Vervolgens meldde hij zich bij de 104 A Vukovar-Brigade. Hij wilde ‘iets rechtzetten’, dat hij wel degelijk een goed soldaat was. Zo werd hij getuige van een tankaanval waarbij 17 doden en 25 gewonden vielen. Alleen wilde niemand zijn verhaal geloven, ‘Zelfs al hou je foto’s onder hun neus’, klonk het bitter in brieven die hij me schreef.
Met zijn vechten zocht Joost vriendschappen zoals in de serie Tour of Duty. Na het zien van een aflevering had hij altijd een brok in zijn keel. ‘Ik denk dat ik mijn hele leven zo eenzaam ben geweest dat ik er zo ongeveer alles voor over had om ook eens een keer echte vrienden te hebben. Naderhand heb ik beseft dat dit soort vriendschap eigenlijk helemaal niet bestaat. Of ja, het bestaat wel, maar het was maar in zo’n kleine mate aanwezig dat het niet de moeite waard was om je leven ervoor te riskeren.’ Teleurgesteld trok hij in bij zijn moeder, die al jarenlang invalide is. Ze zegt: ‘Na Kroatië is de ellende pas goed begonnen. Hij had alleen de oorlog in zijn hoofd. Soms hoorde ik hem schreeuwen: ‘Hij leeft nog’, bleek het iemand te zijn die ze hebben moeten achterlaten.’

Joost was het Noorden kwijt. Na een taxirit haalde hij in plaats van geld een geweer voor de dag. Het leverde hem 10 maanden cel op. Vanuit het Bossche Huis van Bewaring verklaarde hij me in een brief zijn gedrag: ‘Ik heb iets gedaan om in de bajes terecht te komen. Beter in de bajes zitten dan in een gesticht.’ Na zijn vrijlating wilde hij zich aanmelden voor de strijd in Armenië. Als dat niet zou lukken ‘wordt het Moldavië’. Hij vroeg me om het tijdschrift Soldier of Fortune. Het scheen dat een goeie soldaat flink geld overhield aan knokken, terwijl hij tot dan alleen maar geld toelegde.
In 1994 reisde hij voor drie jaar af naar Israël en ging werken in een kibboets. De mooiste tijd van zijn leven. ‘Ik kreeg eten, drinken een bed en er werd net als in het leger verteld wat ik moest doen.’ Hij zou er voor altijd gebleven zijn als de politie hem niet had aangehouden en als illegaal op het vliegtuig had gezet. Terug in Veghel werd hij op aanraden van de burgemeester psychiatrisch onderzocht. Door mediaberichten over zijn oorlogsverleden was die bang dat Joost van Dijk een gevaar vormde voor zichzelf of zijn omgeving. Joost ging akkoord: ‘Het bleek dat ik geen trauma had maar dat er iets sociaals mis was met mij. Dat klopt.’

Hij kreeg een flat toegewezen en trok de deur achter zich dicht. Alleen via het internet communiceerde hij. Vrienden had hij inmiddels niet meer. ‘Ook mijn familieleden hebben me gedumpt als was ik de grootste oorlogsmisdadiger die er in Nederland rondloopt’, schreef hij. Zijn naam was op een Servische lijst verschenen van deelnemers aan een oorlogsmisdaad in een Medak-enclave in september 1993. Zijn alibi was spijkerhard: Hij zat toen een straf uit in een Nederlandse cel. Als tegenzet bouwde hij de website ‘Platoon 118’. Opgedragen aan de ‘moedige vechters van de ‘First Dutch Volunteer Unit’. Maar met dezelfde strijdmakkers schopte hij onderwijl bonje.

Oud-medestrijder Raymond van der Linden, een van de laatsten met wie hij nog contact onderhield, typeert hem als een zwalkende geest. Vanuit Kroatië, waar hij woont, zegt hij: ‘Joost was in het veld koelbloedig. Maar later is er iets geknapt in zijn hoofd. Zei hij dat hij zich had geschaamd voor de First Dutch.’ Mogelijke zelfmoord verbaast Van der Linden niet. ‘Hier in Kroatië stappen er gemiddeld twee per week uit het leven, of ze schoppen zo’n rotzooi dat de politie ze doodschiet.’

Joost gaf de buitenwereld graag de schuld, volgens zijn jongere broer Wybe. Terwijl hij als imponerende gestalte die voor niemand bang was zelf verantwoordelijkheid droeg voor zijn levensloop. Hij werd niet gedwongen door zwakzinnige mishandelende moeders, pedofiele ooms, verdwenen broers, foute scholen, oneerlijke vriendinnen, laffe kameraden en ondankbare oversten, zoals hij in zijn manuscript deed voorkomen. Wybe: ‘Ik kan me moeilijk anders voorstellen dan dat zijn eenzaamheid voortkwam uit een gevoel van grote teleurstelling en miskenning. Hij zocht zijn hele leven lang een schouderklop, alleen was hij voortdurend op de verkeerde plaats en bij de verkeerde mensen.’

Altijd speelde Joost met het plan zich opnieuw aan te melden voor de strijd, het deed er niet toe waar of voor wie. Via het internet reageerde hij op de oproep ‘huurlingen gezocht in Nigeria’. ‘Wat zou dat betalen, Huurling Eerste Klas?’, vroeg hij zich af. Later, toen hartklachten hem parten speelden, deed hij voorstellen aan collega’s: ‘Diegenen die willen vechten kunnen terecht bij de Karen National Liberation Army in Birma. Ben zelf ondertussen te oud om nog een keer te gaan vechten, maar het is een avontuur om niet te vergeten, als je het overleeft tenminste.’

Vrijwillig liet Joost van Dijk zich opnemen in een kliniek voor posttraumatische stress-stoornis, want de oorlog bleef maar spoken in zijn kop. De behandeling maakte hij niet af. In zijn heldere momenten vroeg hij mij om een kaartje voor een show van Youp van ’t Hek. ‘Genoten’, liet hij na afloop weten. Ons jaarlijks diner kende een vast ritueel. Als Joost de menukaart opensloeg, verzuchtte hij dat hij weinig honger had. Want afhankelijkheid toonde hij niet graag. Maar op het einde als hij toch de grootste biefstuk had besteld, zei hij dat hij in maanden niet zo lekker had gegeten. Uit erkentelijkheid gaf hij me ooit zijn twee onderscheidingen uit Kroatië. ‘Ik wil er niks meer mee te maken hebben’, zei hij dan. Om ze een paar maanden later weer terug te vragen.

Het laatste half jaar ging het snel bergafwaarts. Alleen voor boodschappen kwam hij de deur uit. De telefoon nam hij niet op en hij reageerde niet op e-mails. De buren sloegen geen alarm toen ze hem lange tijd niet op de galerij zagen. Zijn moeder: ‘Eerst was ik bang voor moord, want de Serven hadden hem op een lijst gezet. Ook was er geen afscheidsbrief.’ Joost had zijn schuilnaam ‘Madustasa’ in chatboxen grotendeels gewist, zijn website uit de lucht gehaald en zijn administratie in orde gebracht. Hij was er klaar mee.
Een week na het vinden van zijn lichaam plaatsten zijn moeder en broers een in memoriam. ‘Je zult voor altijd bij ons blijven.’ Psalm 23 werd aangehaald: ‘De Heer is mijn herder’. Zijn moeder: ‘Bovenal heeft hij iemand gemist die hem de weg kon wijzen.’ Zijn as nam ze mee naar huis. ‘Ik heb hem zo lang moeten missen. Ooit gaat hij met mij mee terug naar de Achterhoek.’

Iedere maand één

Iedere maand pleegt een Nederlandse veteraan zelfmoord. Misschien ligt het suïcidecijfer hoger dan één per maand, stelt Jan Schoeman van het Veteraneninstituut in Doorn. Zelfmoord onder oud-strijders (Uitgesteld gesneuveld, noemen ze dat) is namelijk moeilijk te herleiden. Het is duidelijk als er een afscheidsbrief ligt. ‘Maar soms is het evenwicht verloren door het overlijden van een partner waarna de latente negatieve gevoelens van een uitzending naar boven komen.’ De meest problematische groep onder de uitgezonden militairen is die van de Libanongangers tussen 1979 en 1983. Die zijn met een zwak mandaat gestuurd waardoor niet altijd duidelijk was tegen welk geweld ze zich mochten verdedigen. Aan de andere kant waarschuwt Schoeman voor mythevorming. Een paar jaar geleden werd aan de alarmbel getrokken omdat er een golf van zelfdodingen zou zijn onder leden van Dutchbat 3, die de val van de enclave in 1995 meemaakten. ‘Na onderzoek kwamen we er achter dat het mogelijk één geval betrof. Daarbij was sprake van een eenzijdig verkeersongeval.’ Het Veteraneninstituut pleit voor duidelijkere registratie en het actiever volgen van veteranen waarvan Nederland er zo’n 110.000 telt. Want er zit veel onverwerkt ellende bij die groep. ‘Het zorgsysteem is goed, we behoren tot de mondiale voorhoede, maar de veteraan moet zelf zijn vinger opsteken voor hulp.’

Wim van den Burg, voorzitter van de militaire vakbond AFMP, schrikt van de cijfers. ‘Het probleem is dat defensie onderzoek ontmoedigt. Want zelfdoding doet geen goed aan het imago van de militair. Dat noem ik een onvolwassen aanpak. In Canada en Australië zijn er programma’s voor zowel veteranen als hun familie om suïcidale neigingen te herkennen.’ Defensievoorlichting in Den Haag stelt dat zelfdoding onder veteranen en het landelijke gemiddelde elkaar niet ontlopen. ‘Daarom is er geen reden voor een onderzoek.’
Het Nederlands gemiddelde is jaarlijks 12 zelfdodingen per 100.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Jan Schoeman: ‘Militairen worden geselecteerd op hun stressbestendigheid en zouden dus weerbaarder moeten zijn dan de gemiddelde burger.’ In de Verenigde Staten is de situatie alarmerend. Dagelijks slaan volgens cijfers van het ministerie van Veteranenzaken 18 oud-militairen de hand aan zichzelf. Drie oorzaken verhogen de kans op zelfdoding – psychische wonden opgelopen in de oorlog, zogenoemde posttraumatische stress-stoornissen, het idee dat in gevechtshandelingen een foute beslissing is genomen en het gevoel dat het werk niet maatschappelijk wordt geapprecieerd.
Het verhaal In het leger vond hij een thuis staat in De Pers
http://www.depers.nl/binnenland/531473/Uitgesteld-gesneuveld.html
In mijn boek ‘Rebellen met een reden’ staat het verhaal over de First Dutch beschreven. In mijn boek AK-47 schrijf ik in ‘Verlies Verzwegen’ over de zelfdoding van nog twee veteranen.

Het verhaal In het leger vond hij een thuis staat in De Pers

In mijn boek ‘Rebellen met een reden’ staat het verhaal over de First Dutch beschreven. In mijn boek AK-47 schrijf ik in ‘Verlies Verzwegen’ over de zelfdoding van nog twee veteranen.
Dit artikel verscheen 14 december op de weblog van Arnold Karskens

Geef een reactie

Laatste reacties (10)