1.468
8

Onderwijskundige en redacteur

Silvia Roukens (1983) studeerde Toegepaste Onderwijskunde aan de Universiteit Twente. Haar studie onderbrak ze tijdelijk om in Frankrijk een Europese Vrijwilligers Dienst (EVS) te doen bij een jongerenbureau van de gemeente. Na haar afstuderen deed ze vrijwilligerswerk bij de Nationale Jeugdraad (werkgroep Jong & Duurzaam) en andere groene jongerenorganisaties. In 2010 werd ze hoofdredacteur van online magazine DuurzameStudent.nl, een jaar later van de OverDWARS, het ledenblad van DWARS, GroenLinkse Jongeren. Sinds het uitbreken van de crisis is Silvia werkzoekende en vrijwilliger bij GroenLinks.

Utopia in het stemhok

Stemmen: met twéé potloden graag! ... Waarom alleen maar vóór stemmen als je net zo hard tégen bent?

Wat is het verschil tussen realityserie Utopia en de gemeentelijke verkiezingen? Op het eerste gezicht zie je vooral overeenkomsten. Zowel het tv-programma als de gemeenteraad proberen op een klein grondgebied een perfecte samenleving te creëren. En in beide situaties mogen de inwoners democratische invloed uitoefenen door zelf te bepalen met wie ze die utopie gaan vormen. In beide gevallen door te stemmen.

De Utopianen moesten zelf uitvinden hoe ze dat deden. Ze besloten dat ieder drie papiertjes mocht hangen onder de schilderijen van die inwoners die zij niet in hun Utopia vonden passen. De afgebeeldene op het schilderij waar de meeste papiertjes onder hingen, moest vertrekken. Kortom: ze elimineerden, zodat het beste overbleef om voor hen de utopie mee te vormen. Volstrekt democratisch.

Tijdens verkiezingen voor de gemeenteraad doen wij echter precies het tegenovergestelde: we schrijven op een briefje wie we het liefst erbij willen hebben of houden. De Utopianen hadden ook papiertjes kunnen hangen onder diegene die zij het beste vonden, maar kozen daar bewust niet voor. Waarom? Vaak is het soms gemakkelijker om precies te weten wat je niet wil, dan wat je wel wilt. Zwevende kiezers hebben een voorkeur voor (of de minste afkeer van) meerdere partijen. Ik weet bijvoorbeeld al dat ik tegen partij X ben die de zebrapaden af wil schaffen, maar hoe kies ik tussen die andere zes partijen die dat niet willen? Hoe simpel zou het dan zijn om bij de verkiezingen gewoon partij X ‘weg’ te kunnen stemmen?

Door in het stemhokje zowel een rood – tegenstemmen – als een groen – voorstemmen – potlood neer te leggen, kunnen we niet alleen meer zwevende kiezers naar de stembus lokken. We kunnen het stemproces ook aantrekkelijker maken voor mensen die graag ‘strategisch’ stemmen.

Het is niet leuk om je uit te moeten spreken voor grote partij A, terwijl je eigenlijk liever op kleine partij B zou stemmen, omdat nare partij X anders groter wordt dan A. Maar met een extra potlood kun je partij X wat tegengas geven, terwijl je tegelijkertijd toch op B kan stemmen. En twijfel je tussen A en B? Stem dan blanco met je groene potlood, zodat je voorkeursstem eerlijk tussen A en B verdeeld wordt – X heb je immers al ‘geëlimineerd’ uit je stemkeuze.

Of andersom, als je een duidelijke voorkeur hebt voor partij A maar B en X even ‘slecht’ vind, kun je je je rode stem blanco laten. Dit maakt het stemmen gemakkelijker. Partijen zullen daarbij een sterker verhaal moeten hebben over waarom je juist op hen moet stemmen – en niet niet op de anderen.

Deze opties maken het stemproces bovendien democratischer, omdat het nauwkeurigere informatie levert over de populariteit van een kandidaat of partij. Stel dat in een gemeente 40% van de mensen op partij A stemt, 30% op partij B, 20% op C en 10% op D. Van de tien zetels zou partij A er hier vier krijgen en B drie. Echter blijkt nu dat 60% een tegenstem heeft gegeven aan partij A, 20% aan C, 15% aan D en maar 5% aan partij B. De gemeente wantrouwt partij B dus veel minder (55%)  dan partij A, terwijl het vertrouwen in partij A maar een beetje (10%) meer is dan in partij B. Zou het dan niet logischer zijn om één zetel van partij A aan de partij met de minste tegenstemmers, maar bijna evenveel voorstemmers, te geven?

Over de interpretatie van dit soort tweedimensionale stemuitslagen zal veel discussie mogelijk zijn. Wel kunnen we verwachten dat de stemmen gebalanceerder over de zetels worden verdeeld. Dit kan een goede manier zijn om populisme tegen te gaan. Stel dat partij A zoveel tegenstemmen kreeg vanwege een populistische lijsttrekker, waar maar liefst 40% van de gemeente achteraan liep. De overige 60% vreesde zijn desastreuze plannen voor afschaffing van alle zebrapaden in de gemeente. Maar doordat ze massaal tégen hem hebben gestemd, heeft de partij nu een zetel aftrek gekregen.

Een nieuwe regel zou bovendien kunnen zijn, dat als een kandidaat minimaal 50% tegenstemmen krijgt, hij onderaan de kieslijst wordt geplaatst. Zo heeft de bevolking een middel om de macht te breken als die teveel naar één persoon of partij dreigt te vloeien. Ook kunnen zo de verhoudingen op de kieslijst anders verdeeld worden, waardoor het aantal uitgebrachte stemmen directer bepaalt of iemand in de gemeenteraad komt. De voorkeursstemmen en afkeursstemmen bepalen dan de volgorde, en niet de plaats op de kieslijst.

Daarom pleit ik bij de komende verkiezingen voor een stembiljet met twee lijsten (voorkeur en afkeur), twee potloden (groen en rood) en twee blanco-opties in te voeren. Het zal de uitslag wat ingewikkelder maken, maar wel interessanter. We zullen de democratie kunnen optimaliseren. En eindelijk zal je die twijfelaars naar de stembus krijgen. Misschien zelfs je medebewoners die niet meer in een utopia geloven.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)