834
10

Journalist


Journalist John Hermse (1963) schreef over film, literatuur, wetenschap, ontwikkelingssamenwerking en politiek voor uiteenlopende media. Meer dan tien jaar werkte hij voor persbureau ANP, vooral op de parlementaire redactie aan het Binnenhof, waar hij schreef over onderwijs, gezondheidszorg, binnenlandse zaken en justitie.
Hermse werkt nu als freelance journalist.

Van fraude naar fictie

De schaamteloze carrièreswitch van Diederik Stapel

Verzonnen feiten kostten hem als wetenschapper de kop. Met een eerbetoon aan de verbeelding hoopt Diederik Stapel op een nieuwe loopbaan in het theater en in de letteren. Aan de hand van schrijver A.H.J. Dautzenberg, die niet terugschrikt voor een provocatie meer of minder. Samen beginnen ze De Fictiefabriek. Is dit cynisme ten top? Het is in ieder geval schaamteloos.

Diederik Stapel weet als geen ander dat hij er niet voor weg kan lopen, dus komt hij er maar rond voor uit: hij is “vooral bekend vanwege zijn opzienbarende wetenschappelijke fraude”, staat er in het persbericht waarin de gevallen sociaal-psycholoog samen met schrijver A.H.J. Dautzenberg aankondigt dat ze ‘De Fictiefabriek’ beginnen. De eerste twee producten die de fictieve fabriekshal uit gaat rollen, zijn een theatervoorstelling en een boek dat vol staat met brieven die Dautzenberg en Stapel elkaar schrijven.

Maar Stapel kijkt de fraude die hij als wetenschapper pleegde niet alleen recht in het gezicht, hij lijkt zijn verzonnen feiten nu zelfs te gaan koesteren. De theatervoorstelling gaat over fantasieën en illusies. Stapel en Dautzenberg willen “de verbeelding, de springbron van ons leven” eren. En in dat brievenboek verkennen ze “het spanningsveld tussen fictie en werkelijkheid”.

Voor een schrijver die zijn boeken bij elkaar verzint, vormt de verbeelding de belangrijkste grondstof in zijn fictiefabriek. Als er één schrijver is, die zich daar rekenschap van geeft, dan is het Dautzenberg wel: zijn verzonnen interviews in de VPRO-gids waren bedoeld om de werkelijkheid “te duiden, te manipuleren, te transponeren, te vermenigvuldigen of te negeren”.

Maar een fraudeur die nu goede sier gaat maken met zijn bedrevenheid in fantasie, illusie en verbeelding? Voor de wetenschapper Stapel was liegen nog een doodzonde, die hem zijn loopbaan kostte en zijn vak en vakgenoten grote schade toebracht. Van die doodzonde maakt Stapel nu zijn baan. De leugenaar begeeft zich nu in de kunsten, drama en de letteren. Daar heet fictie geen fraude, maar is het een product van de verbeelding. Een kunstenaar kan de werkelijkheid manipuleren, transponeren, vermenigvuldigen of negeren, en er nog mee wegkomen ook.

De vraag is nu of Stapel wegkomt met het uitbaten van zijn leugenachtigheid, met een carrièreswitch waarmee hij in alle openheid fabrikant van fictie is geworden en niet langer in het verborgene zijn eigen werkelijkheid in elkaar hoeft te draaien. Het zou zomaar kunnen. In de Volkskrant werd hij al de jokkende wetenschapper genoemd. Dat klinkt al een stuk minder erg dan fraude en als Stapel met Dautzenberg een hit scoort in de theaters en de boekwinkels,  kan hij zomaar uitgroeien tot een cultheld: de verschoppeling die van zijn zwakte –  zijn grote duim in combinatie met zijn hang naar roem – zijn kracht wist te maken.
Hij zou de eerste niet zijn. Als zelfs Willem Holleeder met zijn column in de Nieuwe Revu een slaatje weet te slaan uit zijn misdaden, dan kan Diederik Stapel toch zeker zijn misstappen alsnog te gelde maken, toch? Bij groot succes willen zijn lezers misschien wel met hem op de foto, of op zijn minst een gesigneerd exemplaar van zijn brievenboek.

Alleen al met de aankondiging van De Fictiefabriek wist het duo Stapel/Dautzenberg al goed te scoren en hebben ze hun eerste succes binnen. Als die hele fictiefabriek zelf een verzinsel blijkt,  – wat gezien het parodistische taalgebruik helemaal niet zo raar zou zijn  – , kan Diederik Stapel zich altijd nog op eigen kracht bewijzen als getalenteerd leugenaar. Als hij er echt achter is gekomen dat hij met zijn voorliefde voor fantasie, illusies, fictie en verbeelding als wetenschapper het verkeerde vak had gekozen, laat hem dan maar romanschrijver worden.

Maar dan is het wel raadzaam dat hij zich bedient van een klein schrijversleugentje: een pseudoniem. Want dan weten we pas echt dat we zijn boek lezen omdat het een mooi boek is, en dat Diederik Stapel niet alleen bezig is zijn grote naam als fraudeur uit te baten met een roman.

Volg John Hermse ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (10)