2.166
32

Literatuurwetenschapper

Maya (1986, Amsterdam) is literatuurwetenschapper en schrijft stukken op persoonlijke titel. Zij studeerde literatuurwetenschap en culturele antropologie en was werkzaam als Research Assistant aan de UvA. Ze liep in 2012 stage bij het UNHCR en deed voor haar studie onderzoek naar het Nederlandse 1F-beleid toegepast op Afghaanse vluchtelingen.

Van vluchteling naar oorlogsmisdadiger met één vinkje

Waar is de rechtvaardigheid voor Afghaanse vluchtelingen met een 1F-status?

Afgelopen vrijdag was Tamana Amiri te gast bij Jinek. Eerder dit jaar werd Nederland opgeschrikt door de uitzetting van haar vader, de Afghaanse vluchteling Feda Amiri, die na 18 jaar in Nederland verbleven te hebben werd uitgezet naar Afghanistan. Hij werd gescheiden van zijn vrouw en kinderen, vanwege vermeende betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen ten tijde van het communistische regime in Afghanistan, omdat hij voor de Afghaanse veiligheidsdienst, de khAD, had gewerkt.

Inmiddels is het bijna 15 jaar geleden dat het ambtsbericht 2000 werd uitgegeven. Op basis van dit flinterdunne rapport, waarvan de juistheid ernstig in twijfel wordt getrokken door organisaties als het UNHCR en Amnesty International, werd een grote groep Afghaanse vluchtelingen collectief uitgesloten van een vluchtelingenstatus, omdat zij zich – net zoals Feda Amiri – mogelijk schuldig hadden gemaakt aan mensenrechtenschendingen en/of oorlogsmisdaden. Zelf kwam ik voor het eerst in aanraking met deze problematiek tijdens mijn stage bij het UNHCR en ik besloot er voor mijn studie onderzoek naar te doen. Ik leerde al snel waar de tekortkomingen van het huidige Nederlandse 1F-beleid lagen en hoe de aanpak van tegenstanders van het 1F- beleid vaak tekortschoot.

Inhumaan
Nederland vraagt zich nu af hoe het kan dat een vluchteling na 18 jaar nog uitgezet kan worden. Sommigen vonden zijn uitzetting inhumaan, anderen vonden de uitzetting terecht en vroegen zich af waarom hij niet eerder uitgezet werd. Hij was tenslotte een vermeende oorlogsmisdadiger.

Beide kampen hebben valide argumenten, maar over een ding kunnen we het eens zijn: er is duidelijk sprake van een discrepantie tussen het 1F- beleid en de uitwerking ervan. Vluchtelingen worden door de Nederlandse overheid verdacht van het begaan van mensenrechtenschendingen en/of oorlogsmisdaden, maar kunnen door een gebrek aan bewijs niet vervolgd worden. Op basis van het internationale beginsel van non-refoulement, kunnen de 1F-vluchtelingen vaak niet uitgezet worden, omdat ze in eigen land gevaar lopen. Desondanks werd Feda Amiri toch uitgezet.

Van hoogleraar tot dakloze
Tijdens mijn onderzoek sprak ik zowel sympathisanten als slachtoffers van het communistische regime. Ik sprak veel gezinnen waarvan een ouder, veelal de vader, een 1F-status had. Ook sprak ik Bashir, voormalig hoogleraar Europese- en Afghaanse geschiedenis aan de universiteit van Kabul, nu dakloos en illegaal in Nederland. In 1978 was hij werkzaam als gouverneur van de Afghaanse provincie Laghman. Kort na de Russische invasie, die ook plaatsvond in 1978, werd hij uit zijn functie ontheven. Bashir was fel tegenstander van de komst van de Russen.

Toen het land instabieler werd en hij de kans kreeg om te vluchten, ontvluchtte hij Afghanistan en vroeg in Nederland asiel aan. Zijn gezin bleef achter. Hij kreeg een baan in Nederland en nodigde zijn gezin uit om naar Nederland te komen in het kader van gezinshereniging. De overige gezinsleden waren in de tussentijd gevlucht waren naar een buurland, maar moesten onder erbarmelijke omstandigheden zien te overleven. Bij zijn nationaliteitsaanvraag werd Bashir echter medegedeeld dat hij ongewenst werd verklaard, op grond van artikel 1F. Hij had tenslotte ten tijde van het communistische regime in Afghanistan gewerkt voor de overheid en zou zich hierdoor mogelijk schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen en/of oorlogsmisdaden. Dat hij tegenstander was van het regime, deed er niet toe. Acht maanden na de toekenning van zijn 1F-status, werd zijn achttienjarige zoon Haron omgebracht.

Onzorgvuldig
Het verhaal van Bashir en vele andere vluchtelingen liet mij zien hoe onzorgvuldig de Nederlandse overheid opereert bij het toepassen van het 1F-beleid. Een 1F-status wordt collectief toegekend aan vluchtelingen, terwijl deze individueel getoetst zou moeten worden. Na het ambtsbericht werd er geen nader onderzoek verricht op individuele basis, terwijl dat wel had moeten gebeuren. Nu de Nederlandse overheid actief is begonnen met het uitzetten van deze 1F-vluchtelingen, realiseer ik me hoe belangrijk het is om de vluchtelingen zelf een stem te geven.

Het is heel makkelijk om iemand te veroordelen die toevallig aan de ‘foute kant’ is beland, zonder dat men het verhaal erachter kent, maar de consequenties zijn te zwaar om deze mensen lichtzinnig te beoordelen.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)