Laatste update 15:18
734
6

Hoogleraar humanitaire hulp

Thea Hilhorst is hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw van het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit. Haar onderzoeksprogramma speelt zich af in fragiele staten, conflictgebieden en in landen getroffen door natuurrampen, waaronder Angola, Congo, Mozambique, Ethiopië en Afghanistan. www.disasterstudies.wur.nl

Venus en Mars in de Oriënt

Hoe beeldvorming over sekse onze omgang met vluchtelingen stuurt

cc foto: Jeffrey
cc foto: Jeffrey

Het beroemde adagium van Simone de Beauvoir dat je niet als vrouw (of man) wordt geboren maar als vrouw (of man) wordt gemaakt door opvoeding en maatschappij, is geformuleerd in de jaren ’60 van de vorige eeuw en klinkt verschrikkelijk gedateerd.  In Nederland hebben we inmiddels afgeleerd om te veel toe te schrijven aan het belang van sekse in het bepalen van iemands identiteit en kansen. Hoewel de emancipatieklus nog niet helemaal geklaard is, zijn veel seksistische vooroordelen verbannen uit het beleid – zelfs het woord seksisme klinkt bejaard. Maar als het gaat om vluchtelingen is het tijd om Simone de Beauvoir weer tot leven te roepen.

Beeldvorming over de sociale rollen van mannen en vrouwen speelt een enorme rol in de manier waarop politiek en media omgaan met vluchtelingen. In het kort: vrouwen verbeelden de onschuld en verdienen ons medeleven. Mannen verbeelden het gevaar. Zij zouden een gevaar zijn voor hun vrouwen die ze slaan, onderdrukken of verkrachten. En ze zouden een gevaar zijn voor de maatschappij waarin ze geassocieerd worden met geweld of zelfs terrorisme.

Als vluchtelingen worden afgeschilderd als ‘terroristisch gevaar’ gaat het niet om vrouwen. Zonder dat het er bij wordt gezegd, wordt hier steevast de mannelijke vluchteling bedoeld. In de woorden van Heather Crawley van Coventry universiteit worden mannelijke vluchtelingen steeds meer gezien als de gevaarlijke en criminele ‘ander’. Dat terwijl de overgrote meerderheid van mannen die vluchten voor geweld net zo goed uit kwetsbare slachtoffers bestaat. In plaats van zich aan te sluiten bij gewelddadige groeperingen zoeken zij een veilig heenkomen om hun bestaan met hun familie elders op te bouwen.

In de hulpverlening speelt sekse ook een allesbepalende rol. In het jargon van de humanitaire sector gaat het om gender. Het begrip gender staat voor de sociale rollen van en verhoudingen tussen de seksen, maar in de praktijk van de hulp wordt gender bijna altijd één op één gebruikt voor vrouwen.

Vrouwen worden binnen de humanitaire hulp gezien als het meest kwetsbaar. Zelfs zodanig dat het in één adem gaat over vrouwen en kinderen als een amorfe categorie van hulpbehoevenden. Dit is niet per se gunstig. De gelijkstelling aan kinderen maakt dat vrouwen vaak object zijn van hulpverlening maar niet serieus worden genomen.

Ondertussen zijn hulpprogramma’s voor geweldslachtoffers alleen op vrouwen gericht. Mannen  kunnen gecastreerd, vermoord, gemarteld en gemolesteerd worden, maar toch worden ze alleen bij psychische of sociale opvang betrokken om hen bewust te maken van de problemen van vrouwen. Ik heb de afgelopen weken tal van sociale projecten voor vluchtelingen gezien, en ben geen enkele uitzondering tegengekomen: het zijn allemaal projecten alleen voor vrouwen.

Er zijn veel, goede en noodzakelijke, projecten die vrouwen economisch vooruit helpen. Veel vrouwen krijgen zo de kans zich enigszins te ontplooien en beginnen een handeltje. Vrouwen worden ook gezien als betrouwbaar, en een betere investering dan mannen. Een van de organisaties die ik heb geïnterviewd was er heel stellig in.

“Een alleenstaande vrouw krijgt geld van ons. Als er een man aan het hoofd van het gezin staat betalen we de huur rechtstreeks maar geven we geen cash. Mannen geven het geld uit aan sigaretten en we hebben gevallen gehad waarbij mannen het geld gebruikten om een nieuwe jonge bruid aan zijn huishouden toe te voegen”.

Ik heb geen reden om hieraan te twijfelen, maar de praktijk van wantrouwen tegen mannen gaat veel te ver en is te generaliserend.

Een recent onderzoek[1] laat zien hoe juist jonge mannen het verschrikkelijk moeilijk hebben. In Libanon kunnen ze alleen illegaal werken, in Jordanië is nauwelijks werk en in Turkije hebben de meeste werkgevers liever zwartwerkende vluchtelingen dan hen een officiële baan te geven.

Terwijl veel vrouwen zich redden via hulporganisaties, zitten deze jonge mannen zich thuis te vervelen. Kwetsbaar en diep in de put. Riskant, want naarmate de frustratie groter wordt, is de kans ook groter dat zij het verkeerde pad opgaan. Zoals elk vooroordeel kan het daderbeeld van mannen dan realiteit worden. Pas nu begint er iets te kenteren.

Het onderzoek is uitgevoerd door de International Rescue Committee en dit is een van de organisaties die hun genderbeleid nu heroverweegt. De organisatie is bezig om voorzichtig te experimenteren met projecten waar mannen in kunnen participeren. Vijf jaar na het begin van de crisis!

Man-vrouw verhoudingen onder vluchtelingen zijn een complex en ongemakkelijk onderwerp. Veel vrouwen worden in de steek gelaten of mishandeld, en er zijn veel mannen die misbruik maken van de kwetsbaarheid van familie om met te jonge meisjes te trouwen. Misbruik moet aangepakt worden. Maar het kan niet zo zijn dat alle mannen over één kam geschoren worden en massaal aan de kant worden gezet.

Tegenover de misstanden staan talloze mannen die geweld afwijzen, oprecht en liefdevol betrokken zijn bij hun gezin en graag aan de slag willen om hun bestaan zeker te stellen. Tijd om onze vooroordelen onder de loep te nemen. Onze ideeën over vluchtelingen en de Syrië crisis worden in toenemende mate ingekleurd door primitieve en eenzijdige beelden over islamitische man-vrouwverhoudingen. Laten we beginnen om het leed van mannelijke vluchtelingen te onderkennen en naar de oppervlakte te brengen.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)