Laatste update 17:24
3.378
10

Journalist - Onderzoeker

Volt gaat de lokale politiek bestormen, met ontzettend veel bureaucratie

De Volt-files. Lokale strategie laat zien wat de partij is: extreem onervaren

Screenshot Volt promotievideo

Volt wil maart volgend jaar meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Dit biedt een prachtige kans om te bekijken hoe een nieuwe partij deze uitdaging oppakt. Er zijn immers veel te veel gemeenten om overal mee te doen, dus wat nu? Nieuwe partijen worstelen altijd met lokale verkiezingen: Forum deed in 2018 maar in één gemeente mee en de nieuwe partij BBB heeft al laten weten de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 over te slaan. Niet zonder reden: Trots op Nederland probeerde ooit in tientallen gemeenten voet aan de grond te krijgen. Dat lukte, maar veel raadsleden namen alweer snel de benen.

Volt richt momenteel lokale beleidsteams op in een aantal gemeenten, waaronder Arnhem, Eindhoven en Zwolle. Daar wil Volt dus waarschijnlijk meedoen, al is het niet altijd even duidelijk hoe de partij dat voor zich ziet. Zo komt er een gezamenlijk team voor Amersfoort én Hilversum, een team in de ‘Achterhoek plus Zutphen’ en een team in ‘Wageningen en omstreken’. Onduidelijkheid troef wat dit betekent voor de verkiezingsdeelname, maar vooral ook hoe specifiek Volt lokaal beleid wil gaan maken. Zou men in Amersfoort en Hilversum met hetzelfde programma toe kunnen?

Tientallen vacatures
Hoe dat beleid maken in zijn werk gaat zien we bij de vacatures waar Volt de eigen leden vorige maand op wees. De partij zoekt mensen ‘die het voortouw willen nemen bij het ontwikkelen van het lokaal beleid van Volt Nederland’. Er moeten met stedenteams ‘ijzersterke lokale beleidsprogramma’s’ ontwikkeld worden. Dan volgt een vreemd zinnetje: ‘bouwend op deze beleidsprogramma’s zullen de verkiezingsprogramma’s gevormd worden’. Bureaucratie dus: net als landelijk en Europees zijn er twee niveaus waarop standpunten worden geformuleerd: een beleidsprogramma en daaruit destilleert men vervolgens een verkiezingsprogramma.

Volt wil lokale beleidscoördinatoren benoemen. De terminologie is verwarrend omdat die afwijkt van wat we van andere partijen kennen. Daar heeft men gewoon een programmacommissie die een verkiezingsprogramma schrijft. Bij Volt heeft men een beleidsvoorzitter – op zijn Engels policy lead – die overigens niet dezelfde persoon is als de lokale voorzitter, de zogeheten city lead, een duo-functie die ook betrekking kan hebben op de hele Achterhoek. De beleidscoördinatoren vallen daar onder en hebben ieder een bepaald thema onder hun hoede. Die praten dan weer met (niet-)leden, het maatschappelijk middenveld en experts.

Dat moet dan weer gebeuren op twaalf verschillende thema’s: sociale zaken en bestaanszekerheid, bouwen en wonen, migratie en integratie, onderwijs en ga zo maar door. De gemiddelde partij op lokaal niveau zou het een uit de kluiten gewassen organisatie noemen. Het betekent dat in elke stad vijftien mensen – twee city leads, een policy lead en twaalf coördinatoren – zich met het beleidsprogramma bemoeien. En daar moeten dan lokaal ook nog experts, maatschappelijke organisaties en leden bij betrokken worden. Gevraagde tijdsinvestering van een beleidscoördinator: acht tot twaalf uur per week, een jaar lang.

Zinvol is anders
Er is natuurlijk niets tegen een groot team van enthousiaste vrijwilligers die gezamenlijk tot goede ideeën komen en daar anderen bij betrekken, maar hier gaat iets mis. Je ziet dat al aan de afbakening van de politieke thema’s. Een basaal onderscheid tussen hoofd- en bijzaken ontbreekt. Zo ziet Volt ‘onderwijs’ als een lokaal thema, al is de bevoegdheid van de gemeente gelimiteerd tot het onderhoud van gebouwen en wat subsidiepotjes. Migratie is bij Volt ook een lokaal thema, net als familie, landbouw en voeding. Je ziet hier vooral een partij die graag over alles op elk niveau wil praten, of dat nou zin heeft of niet.

Volt heeft inmiddels tienduizend leden en dus zal men die beleidsteams wel kunnen bemensen. Maar wat gaan die dan doen? Ze gaan regelmatig over kwesties nadenken waar de gemeente nauwelijks het verschil kan maken en waar in elke gemeente dezelfde vragen leven: wat is bijvoorbeeld de lokale ruimte voor sociale zaken, welk integratiebeleid kan vanuit de gemeente bovenop het landelijke beleid worden ontwikkeld en wat kunnen digitale zaken op lokaal niveau zijn? Zo wordt beleidswerk op lokaal niveau vooral een soort bezigheidstherapie waarbij de tijdsinvestering in geen relatie staat tot het resultaat.

Misschien is de kernvraag nog wel wat problematischer: is dit dan wat gemeenten nodig hebben? Landelijk is het onderscheid tussen Volt en D66 al lastig te maken. Lokaal heeft de concurrerende D66-fractie waarschijnlijk alle relevante punten al opgeschreven en dus kan Volt – zonder dat iemand daar erg in heeft – ook simpelweg D66 kopiëren. Begrijpelijk dat men daar bij Volt geen zin in heeft, maar nu doet men met een omslachtige procedure met heel veel papierwerk feitelijk precies hetzelfde.

De energie van een nieuwe partij kan natuurlijk beter gaan zitten in de vraag wat er in een gemeente echt ontbreekt. Welke urgente thema’s worden niet opgepakt of niet opgelost? Dat vraagt geen team van vijftien man die een jaar lang anderhalve dag per week vergaderen. Er is slechts een lijstje met drie goede ideeën nodig en een concreet plan hoe ze te realiseren.


Laatste publicatie van Chris Aalberts

  • De Partij Dat Ben Ik

    De politieke beweging van Thierry Baudet

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (10)