499
12

Universitair docent gezondheidsrecht

Brenda Frederiks (1972) is universitair docent gezondheidsrecht en senior onderzoeker. Zij is zeer begaan met de rechtspositie van mensen met een verstandelijke beperking. Een thema waar zij in 2004 op is gepromoveerd.

VWS heeft niet geleerd van casus Brandon

Nederland treuzelt met verdrag voor rechten van mensen met een beperking

Op donderdag 31 maart jl. ontving de staatssecretaris van VWS, Veldhuijzen van Zanten, een brief van de Coalitie voor Inclusie. In de brief wordt gepleit voor spoedige ratificatie van het VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking. In tegenstelling tot de 99 landen die het Verdrag tot nu toe hebben geratificeerd, waaronder de Europese Unie en bijna alle landen van Europa, heeft Nederland dit nog niet gedaan.

Volgens de Coalitie voor Inclusie gaat het om ‘de principiële bevestiging van de positie van mensen met een beperking als burgers met gelijke rechten en plichten’. Twee dagen voordat de staatssecretaris de brief ontving, kwamen maar liefst 1300 mensen in de Jaarbeurs in Utrecht bij elkaar om met elkaar in debat te gaan over het belang van de ratificatie. De staatssecretaris liet het tijdens deze dag afweten. Haar afwezigheid zei meer dan genoeg. Het Ministerie van VWS weet op dit moment niet welke keuzes zij moet maken rondom de ratificatie en de daaruit voortvloeiende implementatie van het VN-Verdrag in wet- en regelgeving in Nederland.

Het lijkt of de politiek meer met zichzelf in debat gaat dan dat er daadwerkelijk iets wordt gedaan aan de rechtspositie van mensen met een beperking. De afgelopen maanden ontbreekt het niet aan aandacht voor mensen met een beperking, in het bijzonder mensen met een verstandelijke beperking. De media maar ook de politiek heeft uitgebreid stilgestaan bij de casus Brandon, die op dinsdag 18 januari jl. dankzij Uitgesproken EO in het nieuws kwam. Op 19 januari was er direct een spoeddebat en de Staatssecretaris ging op bezoek bij Brandon, sprak met zijn moeder en installeerde een Denktank Complexe Zorg.

Maar wat is de opbrengst van al die politieke aandacht voor de cliënt? De politiek is weerbarstig, bureaucratisch en levert niet vaak snelle resultaten op. Waar het gaat om mensen met een beperking maakt men het wel erg bont. We weten in Nederland zelfs niet hoeveel mensen met een verstandelijke beperking in hun vrijheid worden beperkt. Een casus als Brandon heeft ons echter doen inzien dat ook de politiek niet weet hoe ze met deze casuïstiek moet omgaan en nog belangrijker, welke acties eruit moeten voortvloeien.

Typerend zijn de moties die afgelopen week door Lea Bouwmeester (PvdA) zijn ingediend over het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen. Zij werden in een vervolguitzending van Uitgesproken EO, op 23 maart jl., aangekondigd. Uit de tekst van de moties kan worden afgeleid dat ze helemaal niet gaan over mensen met een verstandelijke beperking; de inhoud ervan beperkt zich tot de GGZ. Op haar beurt verwijst de staatssecretaris in een brief over het instellen van een meldpunt voor ouders van mensen met meervoudige problematiek die te maken hebben met dwang en drang (29 maart jl.) naar het wetsvoorstel Zorg en dwang. Dit wetsvoorstel is een antwoord op de knelpunten die de Wet Bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) veroorzaakt en sinds 2002 bekend zijn. In haar brief schrijft de staatssecretaris dat in het wetsvoorstel Zorg en dwang klachten eerder worden afgehandeld en cliënten in beroep naar de rechter kunnen stappen. Beide stappen zijn een politiek gebaar maar geen oplossing voor de huidige problematiek. De indruk is: men doet maar wat.

De strekking van het VN-Verdrag is dat mensen met een beperking op voet van gelijkheid met anderen aanspraak kunnen maken op rechten. Hiertoe behoort ook het recht op vrijheid. Typerend is dat het recht op vrijheid in de nabije toekomst voor verschillende groepen in Nederland anders wordt ingevuld. Van gelijkheid is dan geen sprake meer. Het Ministerie van VWS houdt zich bezig met het wetsvoorstel ‘Zorg en dwang’ dat van toepassing is op mensen met een verstandelijke beperking en mensen met dementie. Het Ministerie van Justitie bereidt een wetsvoorstel ‘Verplichte Geestelijke gezondheidszorg’ voor. Daarnaast komt er, als gevolg van een toezegging in het gedoogakkoord met de PVV, een zogenoemde ‘Beginselenwet’. En tenslotte is er het wetsvoorstel Cliëntenrechten zorg. In al deze voorstellen, die kritisch door het veld zijn ontvangen, gelden andere uitgangspunten en rechtswaarborgen. Ten aanzien van het wetsvoorstel ‘Zorg en dwang’ is de grote vraag – die ook aan de orde is gekomen in de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport – hoe de inhoud van dit voorstel zich verhoudt tot het VN-Verdrag.

Het is al enige tijd stil rondom dit wetsvoorstel. Onbegrijpelijk, gezien de implicaties van de Brandon casus en ook de acties die in gang moeten worden gezet naar aanleiding van het VN-Verdrag. Overigens zit het veld op deze nieuwe wetgeving niet te wachten, het ziet veel liever dat de huidige wetgeving wordt aangescherpt, de deskundigheid van de medewerkers wordt vergroot en de politiek zich bezighoudt met vragen die er wel toe doen. De politiek is druk bezig, op het Ministerie van VWS gebeurt veel, maar samenhang, scherpte en regie zijn in dusdanige mate zoek dat wij betwijfelen of deze bedrijvigheid daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de rechtspositie van mensen met een beperking. Het is duidelijk: snelle ratificatie van het verdrag is hoogst noodzakelijk om helderheid en eensgezindheid te scheppen.

Brenda Frederiks schreef dit artikel samen met M.I.M Schuurman en J.A Schoonheim

Geef een reactie

Laatste reacties (12)