Laatste update 14:02
9.041
147

Journalist / Programmamaker

Hasna El Maroudi (Rotterdam, 1985) is redacteur bij Joop. Hasna schreef in het verleden columns voor o.a. e-zine Spunk, NRC.next en Trouw.

Waarom djinns echt schadelijk zijn

Bij iedere vorm van “ongewenst” gedrag wordt meteen geroepen dat het ‘dzjnoen’ zijn

De Marokkaans-Nederlandse Amina moet binnenkort voorkomen bij de rechter. Ze wordt ervan verdacht haar 9-jarige zoon te hebben mishandeld. Naar het schijnt was de mishandeling niet opzettelijk, in de zin dat ze hem geen letsel wilde toebrengen of pijn wilde doen. Ze wilde hem slechts ‘bevrijden’ van een ‘djinn’ waar hij door bezeten zou zijn. De Volkskrant omschrijft hoe de kwaadaardige geest zich meester van hem zou hebben gemaakt.

Er was iets met hem aan de hand, zag zijn moeder. ‘Hij had het vaak over geesten. Dan zei hij: ik zie een geest in de vorm van mijn oma voor me. Hij was als een helderziende. Dat maakte me angstig.’

Na advies te hebben ingewonnen bij diverse moskeeën en imams, kwam de moeder tot de conclusie: hier moest sprake zijn van een geest. De imams hadden immers de aanwezigheid van ‘iets’ gevoeld. Om de geest uit te drijven probeerde ze van alles: ze zou de handen van haar zoon in de oven hebben gestoken en zo met wattenstokjes in zijn oren hebben geroerd dat hij nu gehoorbeschadiging heeft opgelopen.

Het verhaal van Amina is illustratief voor tal van andere verhalen. Als puber was ik er heilig van overtuigd dat djinns bestaan. Nooit zal ik vergeten hoe ik getuige was van wat ik destijds ervoer als geslaagde djinnuitdrijving. Er lag een vrouw onder mijn slaapkamerraam in Marokko te stuiteren, die nadat ze even in houdgreep was gehouden door een man, die tegelijkertijd een aantal koranverzen citeerde, weer kalmeerde. Ik was er zeer van onder de indruk. Met de kennis van nu zou ik eerder spreken van een toeval, een epileptische aanval of een psychose, of een andere aandoening van de psyche, maar ik ben geen psychiater dus ik zal de labels even in het midden laten.

Pas jaren later ging het me opvallen dat bij iedere vorm van “ongewenst” gedrag meteen werd geroepen dat het ‘dzjnoen’ waren. Heftig rebbelerende pubers? ‘Dat komt door de djinns’. Crimineel gedrag? ‘Hij is gewoonlijk zo’n lieve jongen, hij moet bezeten zijn door dzjnoen.’ Lesbische of homoseksuele gevoelens? ‘Als we de dzjnoen uitdrijven komt het vast goed.’ Zelfmoordneigingen? PTSD? Wraakzuchtig? Verkracht? Schizofrenie? Vreemdganger? Huiselijk geweld? Afvallige? Het is allemaal de schuld van djinns. Zelf verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen, of erkennen dat sommige zaken nu eenmaal zo zijn, gebeurt nauwelijks. Veel liever schuift men de schuld van alles wat ongewenst is af op een geest en wast zo de eigen handen in onschuld.

Een aantal jaar geleden schreef voormalig GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi het indrukwekkende boek ‘djinn’, waarin hij uit de kast komt als homo en vertelt over hoe hij zijn tijd in de kast heeft ervaren. Ook hij dacht bezeten te zijn door een djinn. In een interview vertelt hij er alles aan te hebben gedaan om die djinn uit te drijven:

Ik heb een middag biddend doorgebracht in een grot met krioelende beestjes, aan de rand van ons dorp in Marokko, om met een koranvers tegen mijn borst en een zelfgemaakt vuurtje mijn djinn, mijn boze geest, uit te roken.

Uiteindelijk werkte het niet, homoseksualiteit is immers geen keuze, al denken tal van conservatieven van wel. Maar voor wie tegen homoseksualiteit is, is het natuurlijk wel erg makkelijk om het te verklaren met een djinn.

Dibi is uiteindelijk met zichzelf in het reine gekomen. Het vergt enorm veel moed om in een omgeving die homoseksualiteit doorgaans afkeert en tegelijkertijd zo overtuigd is van het bestaan van djinns – eenieder die beweert dat djinns niet bestaan wordt ervan beschuldigd bezeten te zijn van een djinn – te zeggen: dit is mijn intrinsieke ik. Wie ík ben, en niemand anders. Dat is meer moed dan ik ooit heb vertoond; ik fakete een geestuitdrijving om van de discussie af te zijn.

De overtuiging van het bestaan van djinns is zo hardnekkig, dat de rechter in de zaak tegen Amina er nog een hele kluif aan zal hebben om te bepalen of er inderdaad sprake was van bewuste mishandeling met als doel pijn en letsel aan het kind toe te brengen. Haar advocaat vergelijkt de pijn die zij haar zoon heeft aangedaan met het plaatsen van een tattoo of het piercen van lichaamsdelen. “Iemand pijn doen is alleen strafbaar als er geen goede reden voor is”, zegt advocaat Anis Boumanjal. “De moeder heeft in dit geval in haar wanhoop om de djinn te verdrijven alle mogelijke middelen aangegrepen, met als een doel haar kind weer beter te krijgen.” Dat kan in haar voordeel werken, maar ook in haar nadeel. Volgens hoogleraar strafrechtfilosofie Jeroen ten Voorde kan de straf ook zwaarder uitvallen als signaal dat dit gedrag absoluut niet kan. Hoewel ik veel sympathie voel voor de moeder, hoop ik toch op het laatste. Het is de hoogste tijd dat iedereen binnen de islamitische gemeenschap verantwoordelijkheid voor het eigen handelen neemt. We doen elkaar en onze kinderen pijn: door hen niet te accepteren, door hen GGZ-behandeling waar nodig te ontzeggen, door crimineel gedrag niet te veroordelen. Dit moet stoppen. Of het nu door een rechterlijke uitspraak stopt, of door dappere mensen als Tofik Dibi: liever nu dan later.

cc-foto: Canhasal

Geef een reactie

Laatste reacties (147)