8.924
48

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Waarom een Van Dissel en een Gommers ineens zo voorzichtig zijn

Natuurlijk, bewindslieden komen en gaan maar ministeries blijven bestaan en ze hebben een geheugen als een ijzeren pot. Daarom moet je altijd met het beleid mee lullen. Anders kom je op een zijspoor terecht.

Van Dissel
Jaap van Dissel praat de Kamer bij

Dat was een interessante presentatie donderdagochtend in de Tweede Kamer: professor Van Dissel legde uit dat als het zo doorgaat, de ziekenhuiszorg helemaal vastloopt. Gelukkig zal de noodlotscurve rond één mei de goede kant op buigen, drie dagen nadat de terrassen en de winkels open zijn gegaan. Zo liet Van Dissel iets van zelfstandig denken blijken terwijl hij toch niet op een ramkoers raakte met Rutte en zijn waarheidscommissie in de Trêveszaal. Hij had – zo verklaarde hij – met het OMT liever nog wat gewacht maar hij had blijkbaar vrede met het kabinetsbesluit. Hij vroeg de bewindslieden tenminste niet om ten halve te keren in plaats van ten hele te dwalen.

Bij Op1 liet Diederik Gommers een vergelijkbaar staaltje van diplomatie zien. Hij schetste een zorglijke situatie maar wilde de heropening van terrassen en winkels niet onverantwoordelijk noemen. Inmiddels heeft zijn ziekenhuis – het Rotterdamse Erasmus Medical Centre – een patiëntenstop afgekondigd. Eerder deze week werd de anders glasheldere professor Marion Koopmans ineens vaag en ontwijkend. Dat kwam omdat ook Hugo de Jonge aan tafel zat.

Zo zijn bijna alle virologen en vooraanstaande artsen in hun uitspraken plotseling voorzichtig geworden. Ik ben bang dat ik wel weet hoe dat komt.

Heel lang heb ik mijn brood verdiend bij een instantie die in de dagelijkse praktijk veel met ministeries te maken had. De taken waren voornamelijk uitvoerend maar we noemden ons ook een kennisinstituut. Wij verschaften de ambtenaren op die departementen achtergrondmateriaal en ook wel advies. Dat geschiedde echter met de grootste omzichtigheid. Elke maand kwamen op de zaak wel dialoogjes voor van de volgende strekking.

“Dat kan je zo niet opschrijven.”
“Waarom niet? Het is toch waar?”
“Dan wordt de minister woehoedend.”
“Waarom wordt hij dan woehoedend?”
“Dat begrijp je toch zelf wel.”

Vervolgens  ging men op grote schaal voor de minister denken zodat er uit onze organisatie niets kon komen wat hem of haar serieus zou kunnen mishagen. Het ging om kleine kanttekeningen. We wilden vooral duidelijk maken dat we met hem (of haar) méédachten.

We hadden jaren lang een directeur, die als er belangrijke beleidsdiscussies of controverses speelden, steevast afkondigde: “Radiostilte is nu geboden”. Soms gaven wij conferenties en congressen. Dan besloot men de minister uit te nodigen voor de key note speech. Want dat mot op zo’n congres: een key note speech.

“Voor de key note speech kun je veel beter een onafhankelijke denker uitnodigen”.
“Nee, want op deze manier wijzen wij de minister op het belang van ons werkveld.”
“Hij lepelt een tekst op die zijn voorlichters voor hem hebben gemaakt.”
“Dat is juist mooi want die vragen bij ons altijd input.”
“Dat kan wel wezen maar iets wezenlijks zullen ze niet voor hem opschrijven.”

Meestal zegde de minister op het laatste moment af. Dan verscheen een directeur-generaal van het ministerie (nooit lager) die namens de bewindsman zijn diepste excuses aanbod en vervolgens de speech van de minister voorlas. Die bevatte zelden mededelingen van betekenis. We kregen de complimenten en de zoveelste uitleg van zijn beleid. De directeur, de voorzitter en nog enige leidende functionarissen wachtten de minister bij de voordeur op. Als deze inderdaad kwam opdagen, had hij op zijn beurt een heel gevolg bij zich. Na de speech nam Zijne Belangrijkheid met deze hofhouding meteen de pleitvaart. Er trippelden altijd van die krachtmeiden bij.

Het ergste op zulke congressen waren de prikkelende stellingen (“we gaan een knuppel in het hoenderhok gooien”) die of volkomen idioot en van de pot gerukt waren zodat iedereen ze meteen verwierp, of de saaineuzen in het forum kans gaven te zeggen dat het een het ander niet hoefde uit te sluiten. Bijna net zo ergerlijk waren de professoren en de experts onder het publiek die zogenaamd een verstandige vraag stelden om daarmee zichzelf of hun stokpaardje onder de aandacht te brengen.

Er waren natuurlijk wel eens mensen die buiten deze kaders vielen. Die werden dan achter hun rug “ongeleide projectielen” genoemd en hun loopbaan, ach hun loopbaan!  Tegenwoordig komt er in de media wel eens een gewone huisdokter uit de provincie aan het woord die deze cultuur niet kent. Hij spreekt dan de waarheid en maakt zich daarmee ook tot ongeleid projectiel. Ik weet trouwens zeker dat Pieter Omtzigt de afgelopen jaren aan de lopende band als zodanig is aangeduid.

Hoe dan ook, dit is de reden waarom al die geleerden ineens het voordeel van de twijfel als een vaandel voor zich uitdragen. Ze willen in gesprek blijven. Ze willen dat de minister – die uiteindelijk tóch hun broodheer is – naar ze blijft luisteren. Natuurlijk, bewindslieden komen en gaan maar ministeries blijven bestaan en ze hebben een geheugen als een ijzeren pot. Daarom moet je altijd met het beleid mee lullen. Anders kom je op een zijspoor terecht.

Voor het overige ben ik van mening dat de toeslagenaffaire niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas ook niet.

Volgens mij past de sfeer in dit land vol hoop en vrees perfect bij deze muziek:


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (48)