2.557
98

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

Waarom erkenning van Palestina een noodzakelijke stap is

Er zijn geen argumenten tegen een onmiddellijke erkenning van een Palestijnse staat

Woensdag stemt het Europees Parlement over de erkenning van Palestina. Willem-Gert Aldershoff legt uit waarom hij die erkenning een noodzakelijke stap vindt.

Op 11 december publiceerde de Volkskrant een wat curieus opinie-artikel van Martijn Dekker. De essentie ervan was dat het nog te vroeg is om een Palestijnse staat te erkennen en dat Nederland en de EU er beter aan zouden doen om druk op Israël uit te oefenen om de bezetting te beëindigen.

Een eerste wezenlijk feit in de discussie over erkenning is dat naast de Palestijnen zelf ook talloze Joodse Israëliërs met leidinggevende ervaring in diplomatie, leger en veiligheidsdiensten Europese landen oproepen om Palestina onmiddellijk te erkennen. Vergelijkbare oproepen komen van Joodse organisaties en persoonlijkheden in de Verenigde Staten en Europa. Uit liefde voor Israël, bezorgd voor haar voortbestaan en het Palestijns recht op zelfbeschikking serieus nemend, menen zij stellig dat erkenning essentieel is voor een oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict. Eigenlijk zou dat al voldoende reden moeten zijn om de discussie in Nederland te stoppen en tot onmiddellijke erkenning over te gaan.

Even belangrijk is dat Israëlisch premier Netanyahu en zijn rechts-nationalistische regering, waarvan ministers zich regelmatig in scherpe bewoordingen tegen een Palestijnse staat uitspreken mordicus tegen erkenning zijn. Dat geeft aan dat ook volgens hen erkenning de Palestijnse positie daadwerkelijk zal versterken.
Deze essentiële informatie ontbreekt in Dekkers artikel.  Daarnaast klopt zijn centrale argument niet dat onmiddellijke erkenning negatief voor de Palestijnen zou uitwerken.

Gelijk heeft hij dat een Israëlische terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem een topprioriteit moet zijn voor iedereen die een Tweestatenoplossing voorstaat. Dit onderwerp is echter onderdeel van zogenaamde ‘vredesbesprekingen’ die al twintig jaar slepen zonder enige vooruitgang te boeken. Zelfs de Amerikanen (Minister Kerry) en zittende Israëlische Ministers (Livni) geven nu toe dat obstructie van Israëlische kant komt. Volgens Dekker moet Europa zich nu concentreren op het opvoeren van druk op Israël zodat het zich terugtrekt. De ervaring van de afgelopen veertig jaar leert echter dat Europese druk op Israël op korte termijn niet te verwachten is. Erkenning is eenvoudiger en sneller te realiseren en brengt de Palestijnen duidelijke voordelen, geen nadelen. Trouwens, zelfs als Europese druk wel haalbaar zou zijn, dan is dat zeker geen reden om niet ook tot erkenning over te gaan.

Het belangrijkste argument van de Joodse Israëliërs voor directe erkenning is dat Palestina zo op voet van gelijkheid met Israël kan onderhandelen. Een Palestijnse staat zal volwaardig mee kunnen draaien in alle organisaties van Verenigde Naties en in internationale organisaties als het Internationaal Strafhof . Dat zal de internationale positie van de Palestijnen versterken.

Daarbij hebben de Palestijnen al jaren recht op erkenning. Hun recht op zelfbeschikking is onbetwistbaar en de Palestijnse Autoriteit voldoet aan de vier voorwaarden die het internationaal recht voor erkenning stelt : een permanente bevolking, een grondgebied, een regering en het vermogen om relaties met andere landen aan te gaan. Inmiddels erkennen 135 landen, waaronder negen EU-lidstaten, een Palestijnse staat, zonder de uitkomst van ‘onderhandelingen’ te hebben afgewacht.

Overigens is Israël zelf één van de weinige erkende staten waarvan de definitieve grenzen al zestig jaar niet vastliggen. Ook werd de staat Israël op 18 mei 1948 unilateraal uitgeroepen. Onmiddellijk daarna werd het door een groot aantal landen erkend, die geen bezwaar maakten tegen dit unilaterale karakter en die ook niet eisten dat Israël met de Palestijnen zou onderhandelen. Er is geen reden waarom zulke vereisten wel op de Palestijnen van toepassing zouden moeten zijn.

Volgens Dekker zou erkenning de voor Palestijnen zo belabberde situatie op de grond bevriezen. Zij zouden slechts ‘de baas mogen spelen in een eilandenrijkje van losse steden’ in een door Israël militair bestuurd gebied. Echter, na een Palestijnse erkenning zal Israël een land zijn dat grondgebied van een andere soevereine staat bezet. Dat is internationaal rechtelijk en politiek een zeer hachelijke positie, die voor Israël zeker consequenties zal hebben. Ook het argument dat het onder vijandige bezetting onmogelijk is een staat op te bouwen strookt niet met de feiten. Enkele jaren terug al, hebben de Europese Unie en de Wereld Bank formeel vastgesteld dat de Palestijnse Autoriteit klaar is om de taken van een soevereine staat effectief uit te voeren.

Deze week stemt het Europees Parlement over de erkenning van een Palestijnse staat. Het is te hopen dat een meerderheid van de Parlementariërs beseft dat erkenning een lang bestaand recht is, dat het de positie van de Palestijnen ten opzichte van Israël zal versterken en dat erkenning een noodzakelijke stap is naast het opvoeren van druk op Israël om de bezetting te beëindigen.

Geef een reactie

Laatste reacties (98)