2.838
29

Filosoof en literatuurwetenschapper

Bram Ieven is filosoof en literatuurwetenschapper. Hij doceert moderne Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit Leiden.

Waarom is de EU zo bang voor democratie?

'Zelfs het EP, dat ons als enige Europese politieke orgaan rechtstreeks vertegenwoordigt, tast in het duister over de inhoud van het vrijhandelsverdrag'

De Amerikaanse president Barack Obama was vorige week niet enkel in Den Haag, hij bezocht ook Brussel. Dat deed hij niet alleen om de gesneuvelde Amerikaanse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog te eren. Hij nam er deel aan een topoverleg tussen de Europese Commissie en de Verenigde Staten. Daar had hij alle redenen toe: de VS en Europa werken sinds juni vorig jaar aan een alomvattend vrijhandelsverdrag, het zogenaamde Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP). Door de Europese Commissie wordt het optimistisch omschreven als het grootste vrijhandelsakkoord in de geschiedenis van Europa. Ook zou het iedere burger een goede 500 euro per jaar opleveren. Misschien. In 2020 ten vroegste.

Vreemd genoeg besteedden de Nederlandstalige media tot nu toe weinig aandacht aan de TTIP. Misschien omdat een vrijhandelsverdrag te moeilijk of abstract lijkt. Misschien omdat Europa nu eenmaal niet verkoopt. Of misschien wel omdat Europa niets loslaat over de TTIP onderhandelingen.

Desinteresse
Maar juist de manier waarop de Europese Commissie onderhandelt over de TTIP spreekt boekdelen. Het toont dat Europa een probleem heeft: haar democratie faalt. Dat falen gaat niet alleen terug op de desinteresse van de bevolking voor alles wat met Europa te maken heeft. Het is veeleer omgekeerd: Europa trekt zich niets aan van haar burgers. Europa interesseert zich niet voor democratie. Meer zelfs. Ze is er bang voor.

Dat moet veranderen. Wil Europa als politiek instituut geloofwaardig worden, en wil Europa in mei niet voor de zoveelste keer geconfronteerd worden met een opmars van populistische partijen die haar het liefst vandaag nog de nek om zouden draaien, dan moet ze zichzelf als democratie serieus nemen en haar burgers betrekken bij haar politiek en bij haar economische beleid. Europa moet openlijk communiceren. Ook en vooral over de TTIP.

Achter gesloten deuren
Dat is niet wat Europa nu doet. De TTIP onderhandelingen vinden plaats achter gesloten deuren, door een klein onderhandelingsteam samengesteld door de Europese Commissie. Dat team brengt weliswaar geregeld verslag uit aan de Europese Commissie, ze beantwoordt zo nu en dan zelfs vragen in het Europees parlement, maar die vragen worden vaag en onrechtstreeks beantwoord. Geen enkele lidstaat heeft inzage in de documenten en voorstellen waaraan gewerkt wordt.

Waarom die geheimhouding? Op de website van de Europese Commissie worden de onderhandeling vergeleken me een kaartspel: je tegenspeler mag je kaarten niet zien. Die tegenspeler, dat zou dan de Verenigde Staten zijn. Dat wij, de burgers van Europa, ook niets weten, dat is slechts collateral damage.

Afluisteren
Dat alles klinkt na de recente afluisterschandalen van de NSA ronduit ridicuul. De Verenigde Staten hebben via afluisteren immers al lang weet van de documenten en voorstellen die de Europese Commissie in het ‘grootste geheim’ uitwerkt. Daarover was de afgelopen maanden vooral in Duitsland veel ophef. Dat ging zelfs zo ver dat bondskanselier Angela Merkel dreigde de onderhandelingen over de TTIP op te schorten. Nee hoor, Obama was echt niet zomaar in Brussel. Hij moest er enkele plooien glad strijken.

Maar laten we ons dan de vraag stellen: voor wie worden de TTIP onderhandelingen eigenlijk nog verborgen gehouden? Juist, voor de burgers van Europa. Wij tasten in het duister. Zelfs het Europees Parlement, dat ons als enige Europese politieke orgaan rechtstreeks vertegenwoordigt, tast in het duister. Maar van het Europese parlement dat wij in mei kunnen kiezen wordt wel verwacht dat ze het TTIP zullen goedkeuren. Dit heeft zelfs niet meer de schijn van democratie. Dit is een technocratie met als doel het installeren van een neoliberale vrijhandelszone.

Geruchten
Ondertussen gonst het van de geruchten over de inhoud van de TTIP. De VS zou moeten inbinden op gebied van financiële regulering. Europa zou de invoer van genetisch gemanipuleerde organismen (GMO’s) in de landbouw en van hormonen in de bio-industrie moeten toestaan. Maar we weten het gewoon niet. Want ons wordt niets gezegd. Het zijn geruchten. Dat is onverdraagbaar en onacceptabel in een democratie.

Nu het duidelijk is dat de NSA toch al een goed deel van de informatie heeft die Europa graag geheim wilde houden, heeft Europa een unieke kans: ze zou de plannen gewoon open op tafel kunnen gooien, haar burgers kunnen informeren en actief kunnen betrekken bij de economische toekomst van Europa.

Radicaal
Dat klinkt wellicht radicaal. Dat is het ook. Maar met wikileaks, big data en de NSA in het geheugen staan we vandaag voor een radicale keuze: ofwel kiezen voor een pseudo-democratie die zich verder vervolmaakt in geheimhouding en datamining en zo haar burgers in toom tracht te houden, ofwel kiezen voor een werkelijke democratie die radicale openheid nastreeft en haar burgers inzage geeft in de politieke en economische processen. Die keuze moet een democratie na wikileaks, Chelsea Manning en Edward Snowden maken.

Als burgers van Europa hebben wij het recht om te eisen dat de Europese Commissie openheid en democratie nastreeft. Wij zullen immers de gevolgen dragen van de TTIP. Als Europa bang is dat er een stroom van protest volgt, dan is Europa dus gewoon bang voor democratie. Want dat zou betekenen dat er geen democratische grond is voor het economische beleid van onze Europese leiders. Geheimhouding is in ieder geval geen oplossing. Europa moet de dialoog aangaan met haar burgers en zo nodig koers wijzigen.

Geef een reactie

Laatste reacties (29)