1.169
16

Freelance journalist/fotograaf

Peter Edel (1959) is freelance journalist/fotograaf en woont in Istanbul. Zijn artikelen en foto's zijn onder andere verschenen in de Engelstalige Turkse krant TodaysZaman. Ook is Peter Edel schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).

Wat gebeurde er bij de aanslag in het Turkse Reyhanli?

Volgens Ankara wilde het regime in Syrië de druk van de Turken op hun regering opvoeren en gaf daarom opdracht aan sympathiserende Marxisten in Turkije tot de aanslag

Op 11 mei jl. werd Reyhanli, een stad in de Turkse provincie Hatay nabij de grens met Syrië, getroffen door een dubbele bomaanslag. 51 doden, een triest record voor Turkije. Zeventien Turkse Marxisten werden gearresteerd. Zij zouden de aanslag hebben gepleegd in opdracht van de Mukhabarat, de geheime politie van Syrië. Of de Syrische dictator Bashar al-Assad ervan wist werd in het midden gelaten, al suggereerden vertegenwoordigers van de Turkse regering dat wel min of meer.

Door de aanslag is de kritiek op de Turkse regering aangaande Syrië sterk toegenomen. In Reyhanli eindigde een massale demonstratie tegen de regering in een confrontatie met de oproerpolitie. Veelzeggend, aangezien een grote meerderheid in Hatay op de regerende Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) stemde. Tot rellen kwam het ook na een betoging tegen de regering bij de Midden-Oosten Universiteit (ODTÜ) in Ankara. Kritiek werd alom hoorbaar. Tijdens het recente voetbaltreffen tussen Fehnerbahce en Galatasaray in Istanbul was de roep vanuit het publiek om het aftreden van de regering luid en duidelijk.

Veel Turken vinden dat het overslaan van het Syrische geweld naar Turkije volgt uit de beslissing van de regering om de rebellen in Syrië actief te steunen. De critici hebben een punt, want aan oorlogen in buurlanden hield Turkije beslist minder kleerscheuren over toen Ankara zich nog passief opstelde.

Lege handen
Het regime in Syrië wilde de druk van de Turken op hun regering opvoeren en gaf daarom opdracht aan sympathiserende Marxisten in Turkije tot de aanslag in Reyhanli. Althans, zo wordt het in Ankara weergegeven. Er kleeft een onlogisch aspect aan deze theorie. Premier Erdogan, die in Washington regelmatig aandringt op een Amerikaanse oorlog in Syrië, kreeg met de tragedie van Reyhanli een nieuw argument in handen. En iets nieuws kon Erdogan goed gebruiken nadat VN-onderzoekster Carla del Ponte geen bewijzen had gevonden voor de inzet van chemische wapens door de Syrische regering. Kort voor zijn bezoek aan de VS dreigde Erdogan daardoor met lege handen te staan.

Door de aanslag in Reyhanli kon Erdogan in Washington alsnog iets op tafel leggen. Het is ongeloofwaardig dat de Syrische geheime dienst de kans dat het zo zou lopen vooraf niet overwoog. Dat Obama door Erdogan tot een open oorlog in Syrië zou worden bewogen was weliswaar onwaarschijnlijk, maar dat daar ter compensatie een uitbreiding van de militaire steun aan de rebellen tegenover zou worden geplaatst was niet uitgesloten. Het spreekt voor zich dat het regime in Damascus daar evenmin bij gebaat was.

Ediboglu
Als we Mehmet Eli Ediboglu van de in het Turkse parlement oppositievoerende Republikeinse Volkspartij (CHP) mogen geloven zijn de gearresteerde Marxisten onschuldig aan de aanslag in Reyhanli. Berichten als zouden zij ondertussen bekend hebben imponeren Ediboglu kennelijk niet. Begrijpelijk, want in Turkije is een bekentenis vaak van niet meer dan betrekkelijke betekenis door de ook tegenwoordig nog toegepaste ‘speciale verhoortechnieken’.

Volgens Ediboglu werd de aanslag in werkelijkheid gepleegd door Jahbat al-Nusra, een aan al-Qaeda gelieerde rebellengroep die een soennitisch regime in Syrië nastreeft.  Hetzelfde scenario dus dat de Turkse regering voor ogen staat. Deze overlappende visie sluit aan bij de talloze berichten dat al-Nusra wapens uit Turkije ontvangt.

Al-Nusra zou graag zien dat Turkije voor eens en voor altijd afrekent met Assad. Erdogan wil die stap niet maken zolang Obama weigert de VS in een nieuwe oorlog te storten. Omdat Assad de opstand tegen zijn regime steeds efficiënter weet te onderdrukken, begint de tijd te dringen voor al-Nusra.

En dan vallen bepaalde zaken op. Zoals Erdogans uitspraak na de aanslag in Reyhanli dat hij Turkije niet in de Syrische oorlog zal laten trekken. Voor zover hij het daarbij over Assad heeft raken zijn woorden kant noch wal. Want wat heeft Assad te winnen bij een Turkse aanval? Het verandert wanneer het over al-Nusra gaat, dat daar alles bij te winnen heeft.

Verder valt op dat de aanslag in Reyhanli, met twee autobommen, de signatuur draagt van Syrische terroristen. Bizar is dat aan een van de bij de aanslag gebruikte auto’s een persoon met koperdraad was vastgemaakt. Herkenbare modus operandi, want Syrische rebellen hebben zich eerder op die manier van tegenstanders ontdaan bij bomaanslagen.

Onder de slachtoffers in Reyhanli zijn vooralsnog maar vier Syriërs geïdentificeerd. Vreemd, in aanmerking genomen dat de verhouding tussen Turken en Syriërs in deze multi-etnische stad ongeveer fifty-fifty is. Daarnaast was er het lakse optreden van de politie, waar men naliet om het gebied rond de plaats van de aanslag af te zetten. Bewijsmateriaal kon daardoor eenvoudig verdwijnen… of verschijnen.

Ook gaat het gerucht dat beveiligingscamera’s in Reyhanli voorafgaand aan de aanslag werden uitgeschakeld. Doet denken aan de aanslag op de Turks/Syrische grensovergang Cilvegözü in februari jl. Toen werd de politie verweten video-opnamen achtergehouden te hebben waaruit bleek dat de Syrische oppositie verantwoordelijk was en niet de Syrische regering.

MIT-politie
Politie en MIT, de nationale inlichtingendienst van Turkije, schuiven verantwoordelijkheid op elkaar af. MIT zei de politie in Reyhanli drie dagen voor de aanslag gewaarschuwd te hebben. De politie stelde op het punt te hebben gestaan om arrestaties uit te voeren, maar dat niet gedaan te hebben omdat MIT verzocht te wachten. Dat er iets fout liep komt ook naar voren in de overplaatsing van de politiechef van Reyhanli daags na de aanslag, al zijn de precieze achtergronden daarvan in nevelen gehuld.

Voor zijn vertrek naar de VS sprak premier Erdogan van een ‘communicatieprobleem’ in Reyhanli en kondigde een nader onderzoek aan. Dat MIT-directeur Hakan Fidan zijn vertrouweling is en dat volgelingen van de in de VS woonachtige imam Fethullah Gülen veel invloed hebben binnen de politie, zijn natuurlijk saillante details binnen het geheel. Zeker omdat het de laatste tijd weer helemaal niet botert tussen Erdogan en Gülen. Dat blijkt uit de nauwelijks verhulde aanvallen over en weer via publicisten die beiden als medium gebruiken.

Gülen, die vaak aansluit bij Amerikaanse standpunten, ergert zich aan Erdogans voornemen om Gaza en de Westbank te bezoeken. Daarnaast heeft hij bedenkingen over de gesprekken tussen MIT en PKK-oprichter/leider Abdullah Öcalan. Eerder schaarde Gülen zich weliswaar achter het ‘vredesproces’, maar van harte ging dat niet. Mogelijk deed hij het vooral omdat het in Washington van hem verwacht werd. Ondertussen is het zonneklaar dat Gülen vreest voor de invloed van zijn beweging in het Koerdische deel van Turkije door de deal van Erdogan met de PKK.

Een Gülen-partij?
Er speelt veel tussen Erdogan en Gülen. Verschillende publicisten schreven vorige week zelfs dat de Gülen-beweging uit onvrede met Erdogans AKP haar eigen politieke partij in Turkije wil beginnen. Opmerkelijk, gezien de claim van Gülen-volgelingen dat hun beweging geen politiek karakter kent. Een dergelijke partij zou het Erdogan hoe dan ook knap lastig maken. Hij kan er zomaar de helft van zijn stemmers aan verliezen.

Of deze situatie echt zal ontstaan blijft koffiedik kijken. Voorlopig is de vraag meer actueel of het conflict tussen de politie en MIT, c.q. Gülen en Erdogan, ertoe heeft geleid dat de aanslag in Reyhanli niet voorkomen kon worden. Een schandaal van proporties, als het werkelijk zo zit. Het heeft er in ieder geval alle schijn van dat beide kanten menen dat het conflict niet uit de hand mag lopen. En vooral ook dat er alles aan gedaan moet worden om het uit de media te houden. Over het bezoek van vicepremier Bülent Arinc onlangs aan Gülen kreeg de media dan ook niets te horen. Dat er vervolgens aan geen van beide kanten werd gelekt duidt op afspraken waar beide kampen zich aan houden.   

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (Uitgeverij EPO, Antwerpen, 2012).
 
Volg Peter Edel ook op Twitter.


Laatste publicatie van PeterEdel

  • De diepte van de Bosporus

    een politieke biografie van Turkije

    2012


Geef een reactie

Laatste reacties (16)