Laatste update 20:59
5.292
40

Postdoctoraal onderzoeker stadsgeografie aan de UVA

Postdoctoraal onderzoeker stadsgeografie aan de UVA

Weg met de scheefwoonmythe

Het scheefwoonprobleem is een schijnprobleem dat afleidt van werkelijke problemen op de Nederlandse woningmarkt

Het beeld van de scheefwoner is hardnekkig. Iedereen lijkt wel – meestal via via, zelden direct – een goedverdienende arts of bankier te kennen die in zijn of haar goedkope sociale huurwoning blijft plakken. Degenen die het écht nodig hebben, vissen achter het net. Voor hen zijn er geen goedkope woningen meer over. En dat betaald met publiek geld! Oh ja, voor de beeldvorming woont die scheefwoner doorgaans ook nog eens voor een appel en een ei op de Grachtengordel. Ongeveer het duurste stukje Nederland.

Op een krappe woningmarkt klinkt dit niet echt rechtvaardig. En het scheefwoonprobleem zou gigantisch zijn. De cijfers verschillen nogal eens, maar volgens het CBS was in 2015 18% van de sociale huurders in Nederland een goedkope scheefwoner. In Amsterdam ging het ook om ongeveer 20%. Het gaat dan om sociale huurders die meer verdienen dan de inkomensgrens voor sociale huur (36.798 Euro bruto per jaar).

Kijken we echter wat beter, dan blijft er van het scheefwoonprobleem weinig over. Het is een schijnprobleem dat afleidt van werkelijke problemen op de Nederlandse woningmarkt.

Het frame van de scheefwoner legt de schuld voor falend woonbeleid – dat er maar niet in slaagt voor voldoende betaalbare woningen te zorgen – neer bij individuen. Het moreel onverantwoorde gedrag van de scheefwoner zou er voor zorgen dat anderen buiten de boot vallen. Structurele problemen blijven buiten schot. Dit zien we vaker: het is je individuele falen als je in de bijstand zit, niet het falen van het systeem.

Maar waarom zou iemand scheefwonen? De logische verklaring is dat je goed woont tegen een relatief lage huur. Verhuizen zou een slechtere prijs-kwaliteitverhouding betekenen. Doorstroming komt niet op gang als gevolg. Dit kan inderdaad een probleem zijn. Maar komt die scheve prijs-kwaliteitverhouding doordat woningcorporaties een relatief goede deal bieden (als dat al zo is), of juist doordat ‘de markt’ er totaal niet in slaagt dat te doen? We moeten af van de aanname dat marktwerking de echte prijs bepaalt, en al het andere ongewenste marktverstoring is. Marktwerking is geen natuurwet, maar net zo goed een politieke keuze.

Zogenaamde scheefwoners worden bovendien niet of nauwelijks gesubsidieerd. Ze ontvangen bijvoorbeeld geen huurtoeslag. Ja, de woningcorporatie rekent een lagere huur dan het wellicht (volgens marktlogica) had kunnen vragen. Maar dat is geen subsidie. Directe staatssteun komt er niet meer aan te pas sinds woningcorporaties in de jaren negentig zijn verzelfstandigd. Zo bezien zijn de echte scheefwoners de zwaar gesubsidieerde eigenaren van een koopwoning. De hypotheekrenteaftrek is een jaarlijkse miljardensubsidie die vooral bij hogere inkomensgroepen terecht komt.

Het beeld van de scheefwoner als goedverdienende profiteur verdient dan ook bijstelling. Cijfers van de Wonen in de Metropoolregio Amsterdam enquête laten zien dat maar 5% van de huishoudens in een sociale corporatiewoning een jaarinkomen heeft van minstens anderhalf keer modaal. Het merendeel van de zogenaamde scheefwoners verdient niet veel meer dan de inkomensgrens voor sociale huur.

Veel van deze middengroepen kunnen realistisch gezien helemaal geen huur boven de sociale huurgrens van 711 Euro dragen. Zeker wanneer het bijvoorbeeld om gezinnen met kinderen gaat. Met andere woorden: veel huurders die worden neergezet als scheefwoners kunnen helemaal niet terecht op de markt.

Het is woningcorporaties daarom toegestaan 10% van hun voorraad te verhuren aan huishoudens met een iets hoger inkomen – tot 41.056 Euro bruto. Volgen zij netjes dit beleid, dan hebben we er dus direct 10% aan zogenaamde scheefwoners bij.

Vandaar ook mijn eerdere pleidooi om de inkomensgrens voor sociale huur op te rekken. De huidige grens is tamelijk arbitrair, het classificeren van iedereen die ook maar iets meer verdient als scheefwoner dus ook. De grens is daarnaast ook nog eens ontoereikend. In populaire gebieden als Amsterdam zouden ook middeninkomens aanspraak moeten kunnen maken op een gereguleerde huur. De markt bedient hen namelijk niet.

Dit alles bezien is scheefwonen vooral een schijnprobleem. Het is tijd dat we breken met deze eeuwige mythe, en betaalbaar wonen omarmen als recht voor een brede laag van de bevolking.

Geef een reactie

Laatste reacties (40)