615
0

Dichter, essayist en boekverkoper

Joost Baars (1975) is dichter, essayist en boekverkoper. Zijn poëzie verscheen in ondermeer Liter en Tirade, en in zijn chapbook iemand anders dat in 2012 verscheen. Hij schrijft over poëzie voor Poëziekrant en Awater, over film voor deRecensent.nl en maakte een reeks columns over boekverkopen voor hard//hoofd. Hij maakt de poëziepodcast VersSpreken en geeft een reeks no-budget chapbooks uit met Halverwege Chapbooks.

Weg met het wanhoopsbeleid

Wat zijn de omstandigheden waarin mensen kennelijk geneigd raken tot zelfverbranding te komen

Eergisteren stak een asielzoeker zichzelf in brand in een azc in Echt. Ongetwijfeld zal deze verschrikkelijke gebeurtenis, net als de zelfverbranding van Kambiz Roustayi, weer worden geduid als de daad van een verwarde of geestelijk gestoorde man (of vrouw), zonder daarbij de meer lastige en pijnlijke vraag te stellen waardoor de betreffende persoon verward of geestelijk gestoord is geworden. Om nog maar te zwijgen van de vraag waarom deze mensen ervoor kiezen hun wanhoop op zo’n schokkende, zichtbare en pijnlijke manier vorm te geven (met andere woorden: er zijn zoveel minder pijnlijke manieren om zelfmoord te plegen, dus waarom zo?).

Toevalligerwijs was ik toen het drama in Echt bekend werd bij een lawaaidemonstratie in Zaandam, bij het uitzetcentrum daar (ook wel: de bajesboot). Nog altijd zitten daar drie leden van het collectief Schijnheilig – opgepakt bij een vreedzame demonstratie, van niets verdacht – opgesloten omdat ze gebruikmaken van hun wettelijk recht om te zwijgen, daardoor niet zeggen wie ze zijn, en daarom aangemerkt worden als vreemdeling. Ja, u leest het goed: er zijn Nederlandse burgers opgepakt, zij hebben gebruikgemaakt van hun recht om niet aan hun eigen veroordeling mee te werken, en als straf daarvoor zitten zij in vreemdelingendetentie, zonder uitzicht op vrijlating. Er wordt momenteel, zo luidt het officiële bericht, gewerkt aan hun uitzetting. Die kafkaëske situatie – die ons dus allemaal kan overkomen – is een goed begin om te begrijpen in welke omstandigheden mensen kennelijk geneigd raken tot zelfverbranding te komen.

Ik kwam vroeger regelmatig in een asielzoekerscentrum in Leiden. Daar heb ik veel aardige mensen ontmoet van over de hele wereld. Maar onder hun vrolijkheid zat altijd veel wanhoop, die naar buiten kwam als je even wat langer met ze praatte. Die wanhoop werd – naast de (doods)angst die gepaard gaat met dreigende uitzetting – mede gevoed door de locatie: ze leefden in kleine barakken met soms tientallen mensen op een kamer. Ze mochten het terrein niet verlaten. Er was geen privacy. Geen vrijheid.

Nu kon het asielzoekerscentrum in Leiden met wat goede wil nog doorgaan voor een vervallen camping (compleet met centraal douche- en toiletgebouw en spartaanse overnachtingen). Het uitzetcentrum in Zaandam, diep weggestopt in een industrieterrein, zorgvuldig uit het zicht van gewone mensen, is een ontmenselijkte moloch waar je niet dood gevonden wilt worden. Zelfs buiten de hekken staan en simpelweg naar het gebouw kijken, maakt wanhopig. Dat is in overeenstemming met het beleid van onze regering (en de regeringen daarvoor) om de asielprocedure niet alleen kort, maar ook afschuwelijk te maken, zodat afgewezen asielzoekers als ze terug zijn in het land van herkomst, aan hun vrienden vertellen hoe afgrijselijk het is om in Nederland asiel aan te vragen. Het is onderdeel van het ontmoedigingsbeleid.

Dat is natuurlijk als mensen terug kúnnen. Dat dat soms (of vaak, maar ik hoef niet te discussiëren over de frequentie van deze situatie, ieder mens is er een, en een is al te veel) niet kan, is een bekend feit. Of ze beschikken niet over papieren, of ze zijn persona non-grata in hun land van herkomst, of ze zijn zo ziek dat hun leven afhangt van medische zorg die in hun land niet voorhanden is, of ze weten simpelweg dat ze worden vermoord bij terugkomst (voordat u dat laatste wegredeneert met “dat is niet onze verantwoordelijkheid”: stelt u zich eens voor hoe het voor u zou zijn als u zou worden gedwongen te reizen naar een land waarin u zéker weten vermoord zou worden, u wordt opgehaald thuis, naar het vliegveld gereden, op het vliegtuig gezet, u krijgt een hand, er wordt gezwaaid, dan stijgt u op…). Die mensen – wiens enige misdaad het is dat ze naar Nederland gekomen zijn – zitten dus tot nader order opgesloten in de ontmenselijkte moloch in Zaandam, zonder uitzicht op een oplossing. Opgesloten zonder misdaad. Om vrij te komen moeten ze de Nederlandse staat aanklagen – de bewijslast voor de onterechtheid van hun opsluiting ligt dus bij hen. Bij bevrijding wacht de illegaliteit. Of de dood. Of beiden.

Dat nu, is het kader van de wanhoop van de zelfverbrandingen van asielzoekers. Het is verschrikkelijk dat ik die woorden nu in meervoud moet schrijven. Maar niet zo verschrikkelijk als de minister, de parlementariërs, en de Nederlandse burgers, die de gebeurtenis in Echt binnenkort weer zullen afdoen als de daad van een broertje van de waxinelichtwerper of de damschreeuwer. Gewoon een gek. Niet op letten. Onze procedures zijn zorgvuldig.

Bij de bajesboot in Zaandam maakten wij lawaai. En we zwaaiden. We waren met een man of 50. Mensen zwaaiden driftig terug. Mensen bonkten op de ramen. Mensen schreeuwden “freedom!”. Zinloos of niet, de mensen waar het om ging waren overduidelijk blij dat wij daar stonden. Ik weet niet wát het waard is, als je opgesloten zit zonder aanklacht in een deprimerende gevangenis, om te horen dat er burgers zijn van het land dat je dat aandoet die het er niet mee eens zijn, en die de moeite nemen je dat te komen vertellen. Maar ik weet wel dat het niet niets waard is. Op zijn minst gaat er de erkenning van uit dat de mensen in dat gebouw mensen zijn, en een menswaardige behandeling verdienen. Juist van die erkenning worden zij daar beroofd.

Natuurlijk weet ik niet wat deze specifieke zelfmoordenaar bewogen heeft. Maar zijn zelfmoord verplicht ons de vraag te stellen of het op wanhoop gerichte ontmoedigingsbeleid van Nederland er misschien iets mee te maken kán hebben. Het antwoord daarop is duidelijk: ja, dat is heel goed mogelijk. Dat antwoord verplicht ons hoe dan ook tot een grondige revisie van dat beleid.

(Eerder schreef ik over dit onderwerp twee gedichten. Deze naar aanleiding van de zelfverbranding van Kambiz Roustayi. En deze bewerking van een gedicht van Allen Ginsberg, die min of meer zijn aanleiding vindt in de Schipholbrand).

Dit stuk is overgenomen van joostbaars.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (0)