3.701
37

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Wegkijken helpt niet

Wat Marokkaans-Nederlandse meiden juist nodig hebben zijn rolmodellen

Hebben meiden met een Marokkaanse achtergrond het moeilijk of trachten hulpverleners ze in een problemenhokje te stoppen? Fatima Akchar en Gert Jan Geling reageren op de kritiek die Hasna El Maroudi had op een alarmistisch opiniestuk in de Volkskrant.

In haar artikel in de Volkskrant kaartte Renée de Zwart, werkzaam voor een migrantenvrouwenorganisatie, de problematiek aan die veel meiden met een Marokkaanse achtergrond in Nederland thuis en in de maatschappij ervaren. Hierbij gaat het onder meer om zaken als sterke sociale controle, het gedrag controleren door de familie, geen zicht van de ouders op een gecompliceerde samenleving, de zoektocht naar identiteit, het worstelen met de religieuze identiteit, eer en familie-eer en het leven tussen twee culturen.

Als reactie op dit stuk schreef Hasna El Maroudi, redacteur bij Joop en columnist bij Opzij, een artikel waarin zij De Zwart fel bekritiseert. De Zwart jaagt volgens haar mensen angst aan door te stellen dat Marokkaans-Nederlandse meiden een probleem gaan vormen. Zij plaatst zichzelf en de Nederlandse cultuur hiermee boven de groep die ze probeert te verheffen. El Maroudi wijst vervolgens op de vele geëmancipeerde en diverse Marokkaans-Nederlandse meiden die met hoofddoek, make-up en geurtje en al naar voorstellingen als Mijn Vader de Expat in het theater gaat, als voorbeeld van een succesvol geëmancipeerde generatie meiden van Nederlandse bodem.
Herkenning
a hug for happinessHet bijzondere is dat toen wij een aantal van deze geëmancipeerde Marokkaans-Nederlandse meiden die naar deze voorstelling in het theater zijn geweest het artikel van De Zwart voorlegden de reacties varieerden van ‘spot on’ tot ‘klopt helemaal’ en ‘dit roep ik al jaren’. Veel van deze meiden concludeerden dat zij en andere meiden in hun omgeving, hoe geëmancipeerd en maatschappelijk succesvol ook, wel degelijk thuis en op straat met de problematiek die De Zwart constateert te maken hebben. Cultuur, traditie en sociale controle binnen de gemeenschap kunnen namelijk ook voor succesvolle en geëmancipeerde Marokkaans-Nederlandse meiden nog steeds uitermate problematisch zijn.  

Daarom zijn wij ook teleurgesteld in de reactie van een columniste van 

OPZIJ, een blad dat voor vrouwenrechten opkomt en waarbij men gewoonlijk niet wegkijkt bij constateringen als die van De Zwart. 

Want hulpverleningsinstanties schieten in de door De Zwart genoemde kwestie vaak tekort als het om doelgroepkennis gaat, en kennis over gender-specifieke problemen. Daarnaast is het vaak nog een te grote opgave voor sommige hulpverleners om echt te luisteren naar de behoefte van de cliënte. Veel Marokkaans-Nederlandse meiden leiden een dubbelleven. De Marokkaanse opvoedingsstijl is nog in de meeste gevallen autoritair en de sociale druk is hoog. Veel meiden trouwen op jonge leeftijd om aan de thuissituatie te ontsnappen in de hoop zo meer vrijheid te vinden. Zij zijn misschien geen migranten meer, maar erven wel vaak specifieke migrantenproblemen, zoals het zoeken naar wie je bent en wat je identiteit is in de maatschappij. Daarbij kunnen de cultuur en religie die meekomen vanuit het land van herkomst van de familie voor wrijving zorgen. De problemen die door De Zwart in haar artikel benoemd worden zijn dus reëel, en verdienen het niet om ontkend te worden. 

Ontkenning
Er is door de jaren heen wel degelijk verandering gekomen in de mate van vrijheid die Marokkaanse-Nederlandse meiden hebben gekregen, maar deze geldt lang niet voor allen. Al met al is de ruimte voor veel meiden om zich goed te kunnen ontwikkelen vaak beperkt. Daarnaast mogen we niet de cijfers ontkennen van de politie en justitie wanneer we spreken over problemen zoals huiselijk geweld, eergerelateerd geweld en isolatie. 

Echter, zodra de problemen van vrouwen worden benoemd in Marokkaanse gemeenschap worden deze vaak ontkend door de hogeropgeleide, mondige dames. Hiermee houdt men de problemen juist in stand. De mondige dames en heren zouden zich in plaats daarvan beter hard kunnen maken voor deze meiden. Ook wanneer het gaat om problemen van binnenuit. 

Wat deze meiden nodig hebben zijn rolmodellen. Die zijn er zijn gelukkig steeds meer, maar teveel van de vrouwelijke rolmodellen kijken na eenmaal succes geboekt te hebben niet meer om naar hen die achterop zijn gebleven en vergeten welke strijd zij zelf misschien geleverd hebben. Veel Marokkaans-Nederlandse meiden zouden gebaat zijn bij rolmodellen zoals Hasna El Maroudi, die problemen niet zouden moeten afwijzen of bagatelliseren maar juist zouden moeten benoemen vanuit hun positie in de gemeenschap en daarmee veel meiden moed en hoop zouden kunnen bieden. 

Problemen komen voor in elke (sub)gemeenschap, in alle lagen van de samenleving. Maar er zijn uitschieters en doelgroepen die extra aandacht dienen te krijgen. Daarom is het beter om een helpende hand te bieden dan om problematiek te bagatelliseren. liever de hand in eigen boezem steken dan met de vinger naar de ander wijzen.  

Fatima Akchar

Sociaal pedagogisch hulpverlener, trainer en lifestylecoach bij Fatima Hand & oprichter United Lights.
Gert Jan Geling

Historicus, Theoloog en Arabist

Geef een reactie

Laatste reacties (37)