13.394
85

Forensisch arts en lijkschouwer

Angela Carper (1980) is forensisch arts en gemeentelijk lijkschouwer. Zij blogt en twittert over haar werk; zij schroomt echter niet om
haar - soms vrij provocerende - meningen online te uiten.

Wel of niet verkracht?

Ik haat het woord verkracht. Ik voel me niet verkracht, maar gedwongen tot seks

Meer dan tien jaar geleden kreeg ik wat met een expat. Dat ging eigenlijk vlotter dan ik had gedacht, ik vond hem wel grappig, leuk gezelschap, maar echt vallen voor hem deed ik niet. Dat ik niet voor hem viel, begon meer en meer aan me te knagen. Na een klein half jaar besloot ik om, met lood in mijn schoenen, bij hem langs te gaan en te vertellen hoe de vork in de steel zat. Ik kon gevoelsmatig echt niet verder. Ik voelde me een huichelaar. Hij deed nog een lieve poging om me vanuit zijn thuisland te overtuigen om de relatie toch voort te zetten. Hij stuurde een bos rozen naar mijn huis. Ik was geroerd, maar vertelde hem meteen dat het geen invloed had op mijn keuze en gevoel. Vervolgens werd ie kwaad. Hij vond dat ik er een week over na moest denken. Dat dat geen invloed op mijn besluit had, leek niet echt door te dringen.

Er stond al een weekendje London gepland, op zijn initatief, en ik stelde voor om dat niet door te laten gaan, ook al was het al betaald. Het leek me gewoon niet verstandig. Ik wilde ook niet verkeerde signalen afgeven, of enigszins de indruk geven dat ik ergens toch nog door zou willen. Het was gewoonweg niet zo.

Hij begon meteen met een offensief om me te overtuigen wel te gaan. We zouden gewoon als vrienden kunnen gaan en hey, het was toch al betaald en het zou anders zonde van het geld zijn. Hij was vasthoudend, en ik vertrouwde en geloofde dat het dan echt wel zou kunnen, als hij me daar zo van kon overtuigen, om gewoon vriendschappelijk de reis te maken. We konden immers prima met elkaar omgaan en met elkaar lachen.

De trip was ook leuk. London was leuk en we vermaakten ons goed. We waren dan geen stel meer, maar dat bleek geen obstakel.

Tot we op de hotelkamer kwamen. Schijnbaar had hij hele andere ideeen gekregen van ons samenzijn. Waarop dat gebaseerd was, weet ik niet. We hadden toch duidelijk gesproken over onze onderlinge verhouding? Ik was om die reden toch bijna niet mee gegaan. Ik had niet aan hem gezeten, niet amicaal(ig) gedaan, niet geflirt, helemaal niks. Ja, ik was aanwezig. Op zijn verzoek, na mij overgehaald te hebben.

Hij wilde seks. Ik niet. Hij bleef erom zeuren. Ik bleef nee zeggen. Hij hield niet op met zijn gezeur. Hij gedroeg zich als een volwassen dreinend kind. In mijn beleving stond ie ongeveer te springen en te stampvoeten om zijn verlangens kracht bij te zetten. Ik wist niet wat er gebeurde. Hier had ik totaal geen rekening mee gehouden. En hij hield maar niet op. Ik vond het steeds enger worden. Hij gaat niet stoppen, schoot er door mijn hoofd. Erger nog: hij gaat je dwingen. Ik voelde me helemaal klem staan, in een stad waar ik niemand kende, op een slaapplek waar ik niemand kende, als vrouw met niet al te veel geld op zak (ik studeerde nog), als persoon die niet gewend is om hulp te vragen, noch van vreemden nog van haar familie. Klem. Dit ging gebeuren. Goedschiks of kwaadschiks en ik kon nergens heen. Vervolgens nam ik een besluit wat ik tot de dag op vandaag nog betreur. Ik besloot mij ondanks mijn nee en het absoluut niet willen mij ‘over te geven’ aan dit geheel. Het was een beslissing vanuit een soort debiele overlevingsgedachte. Ik dacht dit kan met of zonder geweld. Ik dacht in de laatste variant er relatief goed uit te kunnen komen. Tandjes op elkaar, even doorbijten, en je bent er vanaf.

Boy, I was wrong.

Voor het moment zelf werkte het prima. In de jaren erna werkte het ook prima. Mentaal schreef ik het gebeurde af als ongelukkige samenloop van omstandigheden, soort van date of weekend gone wrong. Ik merkte niets, ik voelde niets, het leven ging door. Die ontkenning en mijding werkte fantastisch. Het was ook zalig dat ik mezelf had wijsgemaakt dat het geen probleem was. Tot ik voor mijn werk een zedenzaak kreeg met bijna exact hetzelfde verhaal.

‘WTF, iemand doet hier aangifte voor?’ Mijn wereldbeeld stond even op zijn kop. Dit werkte niet zo goed met mijn diepgewortelde denial, die een soort state of being was geworden. Ik kon mezelf niet langer wijsmaken dat dit gewoon een gevalletje van – al dan niet – relationele – ‘shit happens’ was.

Ik schoof het verhaal weer in een mentale koelkast. Lekker veilig weggestopt. Nooit in stront roeren, toch? Het leek me een goed plan.

Maar inmiddels kan ik er echt niet meer omheen. Niet nu ik er echt last van heb. Dat wat ooit zo’n goed plan leek (meewerken), doet me nu de das om. Waarom heb ik niet gevochten? Gestreden? Waarom ben ik niet weggerend? Waarom ben ik als een mak schaap gaan liggen?

Ik dacht dat ik er zo vanaf was, maar het is allerminst de werkelijkheid. Ik weet wat er gebeurd is maar heb geen toegang tot de werkelijke herinnering. HOERA dissociatie. Een effectief afweermechanisme, maar de pijn is niet weg. Nee hoor, die kun je later nogmaals beleven. Na een paar fysieke herbelevingen, waarbij de omschrijving ‘hel op aarde’ nog vrij mild is, is het mij heel duidelijk dat ik er totaal NIET vanaf ben. Erger nog, het beinvloedt een groot deel van mijn dag. Mijn lichaam denkt in een continue staat van gevaar te zijn. Dat betekent continue spanning, slecht slapen, wakker worden, rare dromen en schrikachtigheid. Ook hoor ik alles wat je kan horen, ongeveer vier keer zo hard. Ik kan mensen horen praten op een afstand die ik eerst niet had kunnen verstaan. Hoort er ook bij. Deze klachten tezamen heten hyperarousal. Het gaat 24 uur per dag door. Soms redelijk gekmakend, kan ik je zeggen.

Ik wou dat ik terug in de tijd kon gaan. Dat ik mezelf kon vertellen dat vluchten of vechten altijd een betere strategie is dan bevriezen, wat ik deed. Ook wil ik andere vrouwen vertellen dat je moet strijden voor je fysieke integriteit. Zoals je bij mij ziet, het is het echt niet waard, en je lost er niets mee op. Ik dacht slim te zijn en de schade te minimaliseren, maar het is allerminst waar.

Ik voel me het woord verkrachting onwaardig. Ik ben niet aan mijn haren gesleept, mijn mond is niet dichtgedrukt, de kleren zijn me niet van het lijf gerukt. Maar ik ben wel gewdongen.

Ik kom terug op ‘laten we het woord schrappen uit het woordenboek’. Voor vrouwen die zich verkracht voelen moet dat woord zeer zeker blijven bestaan. Maar er is nog een hele grote restgroep vrouwen, zoals ik. Die vrouwen hadden seks onder dwang.

Dit artikel verscheen eerder op Wij Haten Alles

cc-foto: Randi

Geef een reactie

Laatste reacties (85)