467
13

live bij De Gids FM op Radio 1

Wetgever ziet stage onterecht als kinderarbeid

Brugklassers mogen wegens overbezorgdheid niet meer buiten school werkervaring op doen

Vanaf augustus moeten alle leerlingen in het voortgezet onderwijs van het kabinet voortaan verplicht een maatschappelijke stage lopen tijdens hun schoolloopbaan. Tijdens deze stage, die minimaal 30 uur moet zijn, helpen ze in een buurthuis of gaan ze langs bij bejaarden. Een hele goede zaak, vinden ook scholen zelf. Maar waarom mogen de eersteklassers hier niet aan meedoen? Riemke Leusink, rector op middelbare school in Zeist, stoort zich aan de overbezorgdheid van de wetgever. Ze schreef onderstaand betoog en gaat er over in debat met Tweede Kamerlid Jack Biskop, woordvoerder Onderwijs van het CDA.

Luister en kijk hier live naar het Joop-Debat om 11:45 uur bij De Gids FM op Radio 1

Onlangs stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel Maatschappelijke Stage van minister Van Bijsterveldt.  Maar helaas worden veel scholen die de maatschappelijke stage al sinds een paar jaar hebben ingevoerd op een belangrijk punt teruggefloten: leerlingen van 12 jaar mogen de stage niet buiten het schoolterrein uitvoeren. Scholen worden door de wetgever gedwongen hun beleid voor de stage opnieuw (met verlies van kwaliteit) vorm te geven, en nogmaals de procedures van medezeggenschap te laten doorlopen.

De maatschappelijke stage is slechts een van de vele nieuwe taken die de afgelopen jaren op scholen afkwamen: gratis schoolboeken, registratie van 1040 uur onderwijstijd, Passend Onderwijs, het digitaal bekwaamheidsdossier voor leraren, extra onderwijs voor taal- en rekenvaardigheden. Niet al die nieuwe taken zijn in de ogen van onderwijsgevenden zinvol, maar over het nut van de maatschappelijke stage zijn de meeste scholen het eens: die is inspirerend en verrijkend! De ervaring leert dat het vrijwilligerswerk voor veel leerlingen een ‘eye opener’ is: zij maken kennis met een onbekende wereld, en ervaren dat het bevredigend is om je voor een ander in te zetten.

Scholen hebben de vrijheid om de stages naar eigen inzicht een plek te geven in het curriculum, maar dit vergt veel afstemming op regionaal niveau. Immers, de stage-aanbieders (verzorgingstehuizen, natuurbeheerders) zitten er niet op te wachten door honderden individuele scholieren benaderd te worden. Daarom worden de stages regionaal gecoördineerd door vrijwilligerscentrales of welzijnswerk. Scholen moeten in hun Schoolplan aangeven hoe zij de stage vorm geven, en de medezeggenschapsraad moet daarmee instemmen. De scholen hebben de afgelopen jaren veel werk verzet om de stage de plek te geven die deze verdient.

Onlangs heeft onze school dat proces van drie jaar experimenteren en beleidsvorming afgesloten, waarbij ervoor gekozen is om de stage te laten beginnen in de brugklas, met een klassikale dagstage. Want ontwikkelingspsychologen wijzen er op dat de ontwikkeling van empathische vermogens op jonge leeftijd moet plaats vinden: juist in de brugklas is het enthousiasme vaak groot.

Onze  brugklasleerlingen gaan onder leiding van docenten als klas een dag op stage buiten school. Ze doen bijvoorbeeld spelletjes met bewoners van een verzorgingstehuis, ze versieren daar de kerstboom en serveren een kerstlunch, of ze gaan een dagje ‘de hei op’ onder leiding van medewerkers van Het Utrechts Landschap. Zo maken ze, 12-13 jaar oud, in de veilige setting van hun klas en onder leiding van hun mentor, kennis met het fenomeen vrijwilligerswerk, waarna ze in het tweede en derde leerjaar zelf een individuele stage buiten de lestijd regelen.

Groot was mijn verbazing toen ik in de Memorie van Toelichting las dat dit niet is toegestaan. Hoewel het hier geen arbeid, maar vrijwilligerswerk betreft, moeten de arbeidstijdenwet en de Nadere Regeling Kinderarbeid worden aangepast, en daarbij is besloten dat kinderen van 12 jaar de stage alleen binnen het schoolterrein (of dat van een andere school) mogen doen.  Dus brugklassen, waar per definitie kinderen van 12 jaar in zitten, mogen niet een (begeleide) maatschappelijke stageactiviteit ondernemen buiten school. 

-Wat een gemiste kans. En wat spreekt hier weer een wantrouwen uit ten opzichte van de onderwijssector: is men werkelijk bang dat wij onze 12-jarige leerlingen in een onverantwoorde situatie zullen brengen?

Het Kinderwetje van Van Houten heeft ons in de 19de eeuw veel goeds gebracht. In de 20ste eeuw mocht ik als kind van een jaar of tien nog bij wildvreemden aankloppen voor ‘een heitje voor een karweitje’. Laten we in de 21ste eeuw niet paranoïde worden ten aanzien van kinderarbeid. Gun ook kinderen van 12 jaar de kans om hun horizon te verruimen, en onder de vertrouwde leiding van hun docenten een kijkje buiten de schoolmuren te nemen. Als 12-jarige leerlingen alleen maar “entre les murs” mogen leren, onthouden we hen een ervaring die juist op die jonge leeftijd een positieve invloed op hun sociale ontwikkeling kan hebben.

Drs. Riemke Leusink-Bernelot Moens,
Rector Christelijk Lyceum Zeist

Geef een reactie

Laatste reacties (13)