1.382
159

Onderwijskundige en redacteur

Silvia Roukens (1983) studeerde Toegepaste Onderwijskunde aan de Universiteit Twente. Haar studie onderbrak ze tijdelijk om in Frankrijk een Europese Vrijwilligers Dienst (EVS) te doen bij een jongerenbureau van de gemeente. Na haar afstuderen deed ze vrijwilligerswerk bij de Nationale Jeugdraad (werkgroep Jong & Duurzaam) en andere groene jongerenorganisaties. In 2010 werd ze hoofdredacteur van online magazine DuurzameStudent.nl, een jaar later van de OverDWARS, het ledenblad van DWARS, GroenLinkse Jongeren. Sinds het uitbreken van de crisis is Silvia werkzoekende en vrijwilliger bij GroenLinks.

Wie gaat onze kinderen leren de planeet te redden?

Dat we hen opschepen met een planeet in penarie weet de volgende generatie donders goed, wat ze eraan kunnen doen wordt echter niet verteld

“Klimaatverandering is het meest dringende en bedreigende probleem van onze moderne samenleving. Door gebrek aan begrip van generaties voor ons moeten wij het nu oplossen. En hoe kunnen we dit doen zonder onderwijs?”

Deze terechte vraag stelde de 15-jarige scholier Esha Marwaha uit het Londense Hounslow in een petitie aan haar staatssecretaris voor onderwijs.  De Britse regering besloot afgelopen maand om het nationale curriculum voor kinderen tot en met 14 jaar drastisch te herzien. In de plannen voor de herziening werd in het vak aardrijkskunde alle lesstof over klimaatverandering geschrapt. Slechts een enkele referentie bij scheikunde naar hoe door mensen geproduceerd CO2 het klimaat aantast, bleef over. 
Dit is onbegrijpelijk. Zelfs een kind ziet dat milieuproblemen de grootste bedreiging voor de mensheid zijn. Maar ook de topman van de Wereldbank, Jim Yong Kim, wees deze week nog op de risico’s van klimaatverandering: “Als we niet onmiddellijk iets doen om het tij te keren, dan laten we onze kinderen en kleinkinderen op een onherkenbare planeet achter.” Diezelfde Wereldbank waarschuwde eind vorig jaar nog dat de wereld hard op weg is om 4-6°C op te warmen. Een dusdanige klimaatverandering heeft catastrofale gevolgen. Overstromingen, droogtes en orkanen zullen vaker voorkomen. Oceanen verzuren, waardoor koraalriffen, die kustlijnen beschermen en een habitat voor verscheidene vissoorten vormen, afsterven. Als gevolg van de stijgende zeespiegel komen kustgebieden in Nederland, maar ook in Bangladesh, Indonesië, Madagaskar, Venezuela en Mozambique in gevaar. 
Hoe kunnen we dit negeren? Of, zoals Esha stelt: hoe kunnen we dit bij onze kinderen neerleggen, zonder hen op die enorme taak toe te rusten? Te hopen is dat het Britse onderwijsbeleid geen voorbeeld wordt voor het Nederlandse. Want een groene generatie begint allereerst bij duurzame educatie. Duurzaamheid moet een onderdeel zijn van het gehele onderwijs. Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. Het is niet iets wat we van nature leren, zoals lopen of spreken. Het vraagt om begrip, inzicht en de mogelijkheid tot vooruit denken en verbanden leggen.

Duurzaamheid is daarmee een heel breed begrip, op veel gebieden een sleutelproces. Het zou bij wijze van spreken in ons dagelijks taalgebruik moeten voorkomen. Integratie in het curriculum – als doorlopende leerlijn – is dé manier om dit inzichtelijk te maken is. En laat er  nu vooral bij aardrijkskunde een hoop verbanden te vinden zijn. Stop het niet weg in dat vak, in een los hoofdstukje. Laat bijvoorbeeld de kleuterschool tot universiteit zelf een voorbeeld zijn van duurzaamheid in de praktijk. Van groene stroom, biologische voeding of energiebesparing.

Ik sprak veel docenten die zich betrokken voelen bij dit idee, en er dolgraag aandacht aan willen besteden. In het huidige onderwijssysteem wordt ze dit echter niet gemakkelijk gemaakt. De middelen zijn vaak beperkt. Niet van lesmateriaal: scholen worden overspoeld door aanbieders. Maar het rooster zit al zo vol, dat er vaak geen tijd is voor een extra (gast)les of excursie. Terwijl dit juist zo effectief is. Kinderen willen les over de natuur, in de natuur. Ze willen naar buiten, ze willen het zien, horen, aanraken. En ze willen ook in de klas, op een leuke manier, wel meer leren over duurzaamheid en milieubescherming. Kinderen zijn heus niet gek. De opwarming van de aarde, smeltende polen, het uitsterven van bedreigde diersoorten: ja hallo, dat weten we nu wel. Maar wat kunnen wij daaraan doen?
Een ander probleem is dat de overheid de scholen niet genoeg stimuleert. Om ruimte en middelen te geven voor natuur- en milieueducatie moeten schoolbesturen overtuigd worden van de noodzaak. Een veelgehoord argument tegen duurzaamheidsonderwijs is dat “er al zoveel geleerd moet worden”. En dat klopt. Scholen worden tegenwoordig geacht op allerlei maatschappelijke vraagstukken in te spelen, van seksuele voorlichting en diversiteit tot discriminatie en alcoholmisbruik. En ondertussen blijft de overheid steeds maar hameren op wat zij noemt de ‘kerntaken’ van het onderwijs: taal en rekenen. Waar is ruimte voor de visie van de school?
Het gaat om prioriteiten stellen en juist daar wringt hem de schoen. Goed in wiskunde zijn, een hoog IQ kweken – prima. Maar hoe staat het met ons EQ – om zo maar even ons ‘ecologisch quotiënt’ te noemen? Het wordt nu wel eens tijd om dat op te krikken. Goed onderwijs dat met  haar tijd meegaat en aansluit op de behoeften van de samenleving, zal zo nu en dan haar prioriteiten moeten bijstellen. Bijvoorbeeld op de belangen van toekomstige generaties. Die waar we het allemaal voor doen, dat onderwijs. 
Dat jongeren een duurzame toekomst willen mag duidelijk zijn. Esna’s petitie heeft inmiddels bijna twintigduizend ondertekenaars. Engeland toont ons hoe het niet moet: snijden in essentiële leerstof. Het onderwijsdebat zou niet moeten gaan over hoeveel, maar op welke manier we duurzaamheid een stevige, integrale plek in het curriculum kunnen geven. In de woorden van Esna: “Zodat jonge mensen zoveel mogelijk kennis en vaardigheden opdoen om deze uitdaging aan te kunnen.”  

Geef een reactie

Laatste reacties (159)