1.001
6

Medewerker rijksoverheid

Geboren en getogen in een troosteloze gemeente in de Oostelijke Mijnstreek. Na, of door, twee jaar fabrieksarbeid overtuigd van de meerwaarde van een universitaire opleiding, Nederlands recht gestudeerd. Via de route Middelburg, Rotterdam en Utrecht weer afgedaald naar, en thans wonend in, Den Bosch. Daar verdient hij ook zijn boterham, in dienst van de Rijksoverheid. In zijn vrije tijd wordt hij steeds meer bezocht door de behoefte zijn gedachten via het toetsenbord te verwoorden.

Wij gaan kippen houden

Doe het niet voor jezelf, doe het voor je medemens

Vandaag heb ik de knoop doorgehakt. Wij gaan kippen houden.

Dat zit zo. Aan het einde van onze tuin grenst een stukje niemandsland. Of ja; niemandsland?

Het is wel iemands land, namelijk dat van de gemeente. Maar die doet er niets mee, simpelweg omdat ze er niets mee kunnen. Want aan het eind van dat stukje iemandsland grenst de spoordijk. Zo ligt er dus een stukje grond van zo’n twaalf meter breed en vijf meter diep tussen onze tuin en de spoorlijn van Den Bosch naar Utrecht. Vind daar maar eens een gemeentelijke bestemming voor. Dat dat nooit gaat lukken, durf ik hier rustig en onbevreesd te schrijven.

De vorige eigenaren van ons huis hadden wel een bestemming gevonden, getuige het verlaten kippenhok dat er nog steeds staat. Mijn buurman ter rechterzijde ook, die benut ‘zijn’ stukje semicommercieel. Hij slaat er oude metalen op die hij eens in de zoveel tijd, als de prijs gunstig is, afvoert. Dat stoort niet, want zijn voorraad wordt aan onze blik onttrokken door welig tierende braamstruiken die een voorkeur lijken te hebben voor spoordijken. De buren links laten, moeiteloos, brandnetels en ander onkruid woekeren, wat weer bevorderlijk is voor de lokale egel- en vogelpopulatie.

Mijn vriendin, verslingerd aan het tuinieren, verbouwt op ‘ons’ stukje al enige jaren groenten en aardbeien en poot er overtallige tulpenbollen. Regelmatig heeft ze me verzocht het kippenhok te slopen om wat ruimte te creëren voor een aardperenaanplant.

Nu doe ik eerlijk gezegd niets liever dan slopen in mijn vrije tijd, maar het hok (met omvang en inhoud waar de gemiddelde dakloze dankbaar voor zou zijn) wordt al belaagd door de braamstruiken en andere wilde gewassen. En meer nog dan van het snelle ruwe slopen, hou ik van de aanblik van de natuur die met zelfbewust geduld haar plaats terugverovert. Zo ’n menselijk bouwsel dat langzaam bedwongen wordt; ultiem genot.

Helaas lijkt dat hok onverwoestbaar. Het houdt nu al vijf jaar stand tegen het stilzwijgende verbond dat onze verwaarlozing gesloten heeft met het groene front.

Kippen individuen
En dan is de redding verdiend nabij. Geboden door een bezoekend stel dat kippen houdt en het weerbarstige hok ontwaarde. Ze wezen ons op het unieke karakter van de individuele kip, echt waar, de lol die ze daaraan beleefden en het genot van eieren van eigen leg. Een aanrader.

Mijn vriendin werd meteen enthousiast. Ik wat minder. Naast de inspanning van het opknappen en schoonmaken van de behuizing voor de dames, het aanbrengen van een nieuwe omheining van kippengaas, zag ik mezelf al iedere ochtend voer bijvullen en eieren rapen. Ik ben in de vroegte nu eenmaal gesteld op nestwarmte; zo lang mogelijk blijven liggen.

Maar er nu over peinzend, zie ik ook een ander perspectief. Dat van de treinforens die nog de moeite neemt om ’s ochtends tijdens de rit af en toe schijnbaar doelloos naar buiten te staren. Die man of vrouw die niet gevangen wordt, of wil lijken, door berichten op zijn laptop, tablet of smartphone, die de ochtendkrant nog eens terzijde legt. Het reflecterende type zal ik maar zeggen. Ik zie mezelf door zijn of haar ogen, daar beneden aan de voet van de dijk, iedere morgen in alle rust eieren rapend, voedsel en water brengend. Een kleine zekerheid in woelige tijden, een soort relativerend ankertje.

Niet dat ik het licht opvat. Zeker niet in het huidige tijdsbestek. Die rol behoeft gedegen voorbereiding en serieuze invulling wil hij effect sorteren. Zo zal de passerende reiziger nooit de indruk mogen krijgen dat ik me bewust ben van de langsrijdende logeplaatsen. Leunend tegen het hok de trein gadeslaan of nonchalant een groetende hand opsteken, het is uit den boze. Dat verstoort de illusie. Juist in het negeren schuilt de betrokkenheid; het tonen van de onverstoorbaarheid van het leven. Houding en handeling moeten een zweem van onverschilligheid uitdragen. Anders werkt het niet.

Dat zichtbare gemaakte, daar hebben we de politiek al voor. Zo zal ik ook een schier willekeurig schema moeten opstellen, waardoor ik af en toe schitter door afwezigheid om daarna op een volgende werkdag met mijn verschijning weer een gevoel van geruststelling te kunnen oproepen.

Het lijkt me wel wat; om een subtiel baken te zijn.

Dat die forens de schreeuwende koppen en bijbehorende onrustbarende berichten heeft gelezen en dan op het geëigende moment naar buiten kijkt, mij en de kippen vertrouwd ziet scharrelen en onbewust denkt: ‘Gelukkig, niets aan de hand, het leven gaat gewoon door.’

 


Geef een reactie

Laatste reacties (6)