4.608
34

Onderzoekster

Rebecca van Raamsdonk (1990) studeerde Europese Studies en Frans en volgt nu een onderzoeksmaster. Zij interesseert zich voornamelijk voor vragen rondom identiteit, in nationale en Europese context.

Wij in Europa hebben een probleem

Je moet geen grenzen sluiten maar juist openen

Afgelopen winter liep ik door Auckland, in zomers Nieuw-Zeeland, door Sydney, door Melbourne. Steden met indrukwekkende skylines en mooie stranden, maar waarvan de vriendelijkheid van de inwoners mij het allermeest is bijgebleven

Het groeten op straat, de ober die vraagt hoe het vandaag met je gaat, de caissière die je prijst voor de goede keuze zonnebrand. Alles is mooier op vakantie en echt diepgaande interesse is het niet te noemen, maar het toont een prettige openheid ten opzichte van vreemden en de wereld, openheid op basis van vertrouwen en trots. Dat licht verbrande gezicht is hier om van ons prachtige land te genieten en heeft verder niets kwaads in de zin. Hoe anders lijkt dat tegenwoordig in Nederland en Europa te zijn! Alles wat nieuw en vreemd is, is reden tot zorg – tenzij het regelrecht uit de Apple-fabriek komt. Een verwilderd om zich heen kijkende man met baard en koffer, is niet de weg kwijt, maar zoekt zijn doelwit. Iemand die met handen en voeten een broodje bestelt, zal eerder gezucht dan een glimlach ontvangen. De mensen met wie wij een munt delen, een vlag, een niet-bekende feestdag en een volkslied kunnen amper op meer sympathie rekenen. 


De voorbeelden blijven helaas niet tot dagelijkse straattaferelen beperkt. Het is dit gebrek aan verbondenheid, deze groeiende argwaan en afkeer van alles wat onze onmogelijk te definiëren nationale identiteit zou kunnen aantasten, dat Europa’s grootste uitdaging vormt.

Sterker nog: Europa’s grootste probleem. Niet pas in de toekomst, maar nu. 

Mislukte spill-over
Het was, zo blijkt, te gemakkelijk om te vertrouwen op het spill-over effect: dat economische en juridische integratie als haast vanzelf culturele integratie zouden oproepen en dat de inwoners van de afzonderlijke lidstaten zich als vanzelf verbonden zouden gaan voelen. Het tekenen en ratificeren van een verdrag is hiervoor niet voldoende. Er is daarom nog veel werk te verzetten. Zorgvuldig werk, want een te actieve identiteitspolitiek van de Europese Commissie zou een averechts effect hebben. Een burger laat zich – terecht – niet vertellen wat hij of zij zou moeten voelen, denken, vinden. Er valt wat voor te zeggen dat een zoekend Europa zich beter eerst op zichzelf kan concentreren, dan nieuwe mensen te verwelkomen in de groep.


Toch is het opwerpen van harde buitengrenzen geen duurzame oplossing en zal het de argwaan voor wat anders is alles behalve verminderen

Bovendien zou de toetredingswens van nieuwe lidstaten de oude aan die van hen kunnen herinneren en zo hun inzet kunnen vergroten. Een uitgebreider Europa zou dus een positieve bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van het probleem. 


Ons grootste goed
De oplossing moet niet in het economische of juridische domein gezocht worden, maar in het culturele. Meer dan ooit wordt het vrijuit mogen denken, schrijven of tekenen, gezien als ons grootste goed. Terecht, want wat ons onderling echt verbindt is het vermogen ons te uiten en onze visie te geven. Of deze visie nou gericht is op het nieuwste nummer van Stromae, de Rembrandt-tentoonstelling in het Rijksmuseum of de creaties van de Parijse Fashion Week. We zijn bovendien in staat – zij het in verschillende mate van succes – een nummer à la Stromae te zingen, licht-donker te schilderen en ons (modieus) aan te kleden. We kunnen ons, kortom, creatief uiten, en deze creatieve uitingen zitten niet per se binnen nationale grenzen opgesloten. 

Eenmaal buiten de landsgrenzen kunnen onze creaties zelfs een belangrijke rol spelen in het dichter bij elkaar brengen van verschillende bevolkingsgroepen. 

Als onbekend onbemind maakt, zorgt bekendheid voor beminning, of op zijn minst voor begrip

Wetenschappelijk bewijs heb ik niet, maar ik vermoed dat ‘de Nederlander’ sinds de hitseries Borgen en The Killing, een sterkere verbondenheid voelt met Denemarken dan daarvoor. Ook Denen worstelen immers met hun privéleven als het werk veel van ze vraagt, ook zij kampen met politieke uitruilspelletjes, ook daar regent het veel. Een feest van herkenning.


Kennen en herkennen
Dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait: herkenning. Wederzijds besef dat je, ondanks de andere taal en andere woonplaats, veel gemeen kunt hebben. Dat die overeenkomsten wel eens groter kunnen zijn dan de verschillen. Dat iemand niet in de eerste plaats Kroaat is, Pool of Portugees, maar ook een liefhebber van Italiaans ijs, voetbal en golden retrievers. Dat degene tegenover je geen stereotype representant van zijn volk is die het jou zo lastig mogelijk wil maken, maar gewoon iemand die van vis houdt en benieuwd is naar kibbeling. Voordat je gemeenschappelijke kenmerken in elkaar kunt herkennen, zal je elkaar uiteraard eerst moeten leren kennen. De EU stimuleert dit al door middel van onder andere Erasmusbeurzen en architectuurprijzen, maar dit kan veel grootschaliger. Als de EU het voor cultuuruitingen vergemakkelijkt de grens over te gaan en een internationaal publiek te bereiken, komt de Europese burger, zonder ver te reizen, in aanraking met andere Europese culturen. Culturen waar hij of zij misschien weinig vanaf wist, maar die dankzij die fototentoonstelling of dat muziekoptreden toch iets vertrouwds hebben. 


Een creatief Europa
Daarom pleit ik voor een actiever cultureel beleid, voor sterkere stimulering van culturele uitwisseling. Financier meer literaire vertalingen, stel buitenlands promotiebudget ter beschikking aan goed ontvangen binnenlandse films, en vergroot zo de kans op kennismaking, de kans op herkenning. Pogingen hiertoe worden al gedaan, bijvoorbeeld binnen programma’s als Creative Europe, maar het budget is beperkt. Creative Europe beschikt over een budget van 1,46 miljard euro voor de periode 2014 – 2020. Ter vergelijking: het totale EU-budget voor alleen 2014 bedroeg € 143 miljard euro. De EU besteedt dus maar een heel klein percentage aan culturele projecten. Dat is heel jammer, want een actiever beleid zal allerminst een Europese eenheidsworst produceren, of met belastinggeld een bepaald idee van Europa propageren. Integendeel, de kunstuitingen hoeven geen grote, Europese thema’s te behandelen en kunnen net zo goed gaan over het simpele dagelijks bestaan. 


Dit intensievere culturele contact zal uiteindelijk de onderlinge verschillen relativeren, tegenover elk afwijkend ontbijtritueel een overeenkomst zetten, de argwaan verminderen door de herkenning te vergroten

Zodat we toeristen weer vriendelijk en met interesse tegemoet kunnen treden, zonder bang te hoeven zijn onszelf daardoor te verliezen. Zodat we zelf ook elke dag een beetje toerist kunnen zijn, omdat we elke dag naar een ander Europees land kunnen reizen.

Met dit verhaal heeft Rebecca van Raamsdonk de schrijfwedstrijd ‘Zo gelijk, zo verschillend, zo Europees’ gewonnen. In alle landen van Europa besloten jury’s over de nationale winnaars – in Nederland bestond de jury uit Tomas Vanheste, Hugo Keizer en Inge Getkate.

Cc-foto: De kust


Geef een reactie

Laatste reacties (34)