1.508
144

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Wij kunnen art. 1 van de grondwet niet missen

De laatste weken moet de Grondwet het weer ontgelden

Dit maatgevend document wordt in de Volkskrant door Martin Sommer afgedaan als een nabrander van de jaren zestig met veel rechten voor de burgers er in en geen plichten. Nou ja, eentje dan. Gij zult niet discrimineren.

Nieuw is dat niet. De Johannes de Doper van verlosser Geert, Pim Fortuyn, veegde al de vloer aan met dit artikel 1, dat overigens in steen gehouwen voor de Tweede Kamer staat. Het is de moeite waard om eens te zien hoe dit artikel in zijn geheel luidt:

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Professor Kossman, zegt Sommer, heeft in 1985 al gespot, dat Nederland het enige land ter wereld is dat met een verbodsbepaling begint. En hij concludeert: de grondwet is niet statisch. Het is een levend document. Laten we dat artikel maar eens aanpassen aan de eisen van de tijd.

Onze Grondwet is nog steeds gebaseerd op het stuk, dat in 1848 in opdracht van koning Willem II is opgesteld en waarin wij vooral de hand van de grote staatsman Johan Rudolf Thorbecke herkennen. Sindsdien is er vele malen aan de grondwet gesleuteld. Er is geen enkele reden om daar nu mee op te houden. En wat artikel 1 betreft, dat vloeide nooit uit de ganzeveer van Thorbecke voornoemd. Het is nog geen dertig jaar oud.

Toch zou het uiterst onverstandig zijn om aan dat zo recente artikel 1 te tornen. Het is in onze tijd namelijk hoogst noodzakelijk. Dat komt omdat er in de Nederlandse samenleving steeds minder sprake is van eenheidsworst. Thorbecke schreef zijn grondwet voor een ongeletterde boerensamenleving van nog geen drie miljoen inwoners die op een verantwoorde wijze geregeerd moest worden door een bekwame en welgestelde elite. De industrialisering en de democratisering schiepen een massamaatschappij, waarin mensen zich sterk definieerden als onderdeel van een bepaalde zuil. En per zuil was het behoorlijk koekoek-eenzang. Ze leken trouwens in hun organisatiemodellen en hun emancipatiestreven sterk op elkaar.
Dat is allemaal verdwenen. De Nederlandse samenleving bestaat tegenwoordig uit individuen die zichzelf willen zijn en op hun eigen wijze vorm wensen te geven aan hun leven. Ons land kent een gigantische diversiteit aan subculturen en levensstijlen. Ga maar in de stad winkelen, dan zie je het .

Om dat allemaal bijeen te houden en om ervoor te zorgen dat de een de ander niet verdringt, is het wezenlijk om te benadrukken dat voor iedereen gelijke rechten en plichten gelden. En dat je verplicht bent de ander de ruimte te geven om zichzelf te zijn. Daarom begint onze grondwet daarmee. Het maakt niet uit wie of wat je bent, op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden word je in gelijke gevallen gelijk behandeld. Dit geldt niet alleen voor de relaties tussen overheid en burger, maar ook voor burgers onderling en daarom heeft de wetgever eraan toegevoegd dat discriminatie in Nederland níet is toegestaan. Nergens nooit.

Discriminatie betekent in deze context ongelijk behandelen omdat iemand tot een bepaalde categorie behoort, bijvoorbeeld homo is of de islam belijdt. Die mag je dan bijvoorbeeld om die reden niet verplichten in de tram op te staan voor een christen (maar wel voor een oudere) en je mag hem of haar ook niet een functie weigeren. Veel mensen denken, dat je op grond van artikel 1 geen lelijke dingen mag zeggen over pakweg moslims, homo’s of zij die in de regio Twente levend geboren zijn. Dat is een verkeerde opvatting. Schelden mag wel. De gewone wet kent bepalingen met betrekking tot smaad en laster en – toegegeven – het te rekbare begrip haatzaaien, maar dat staat los van artikel 1 in de Grondwet.

Het komt wel eens voor, dat angstige ambtenaren en vreesachtige bestuurders rare dingen doen omdat zij artikel 1 verkeerd begrijpen. Martin Sommer citeert Guusje ter Horst, aan wie het ooit verboden werd om een onderzoek te doen naar de gebitten van Turkse kinderen, omdat die zoveel meer gaatjes hadden dan kinderen uit andere groeperingen van de bevolking. Het is heel moeilijk om een dergelijk project te betitelen als ongelijke behandeling of discriminatie. Het ging hier immers om een project voor een groep kinderen die in gelijke omstandigheden verkeerden. Koudwatervrees bij de autoriteiten is nooit een afdoende argument om een regeling of een wetsartikel af te schaffen.

Wél begrepen is artikel 1 een machtig wapen tegen daadwerkelijke discriminatie..  Ik zou dat zwaard scherp geslepen houden. Het komt van pas als de vrijheid vanuit welke hoek dan ook – van Wilders tot een wilde imam – bedreigd wordt. Wij kunnen het niet missen.
Voor de liefhebbers: hier is een link naar de grondwet


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (144)