1.968
81

Hoogleraar Openbare Financiën

Professor Harrie Verbon is econoom en momenteel werkzaam als hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek behelst onder meer de volgende terreinen: de macroeconomische effecten van vergrijzing, migratie, herverdeling en economische groei, overdrachten tussen generaties (inclusief pensioenen) en verhandelbare emissierechten. Professor Verbon is daarnaast lid van het bestuur van het Rathenau Instituut. Hij was eind jaren '90 lid van de programmacommissie van het CDA, maar heeft inmiddels het lidmaatschap van die partij opgezegd.

Wilders en Wilders over de kosten van immigratie

De broers Paul en Geert Wilders zijn het kennelijk oneens over de extra belasting die de Nederlandse belastingbetaler op tafel moet leggen voor iedere niet-Westerse immigrant die Nederland binnenkomt en hier blijft.

Volgens Geert gaat het om enkele tonnen, maar Paul vindt dat op Joop.nl maar een grove schatting en we moeten wachten tot Nyfer – bij wie Geert, pardon, de PVV, een onderzoekopdracht had neergelegd – klaar is met het rekenwerk. “Onzorgvuldige spreken voor de beurt derhalve”, zegt Paul over broerlief.

Ik zit helemaal niet te wachten op dat onderzoek van Nyfer. De kosten van immigranten zijn allang bekend, ook al zweeg de toenmalige minister Van der Laan daarover in een antwoord op vragen over die kosten door de PVV. In 2003 heeft het CPB namelijk uitgerekend wat een niet-Westerse immigrant de overheid gemiddeld kost. Daarbij houdt het CPB er rekening mee dat deze immigranten minder verdienen dan de gemiddelde Nederlander, vaker arbeidsongeschikt zijn, meer in de bijstand zitten, en dergelijke.

Als de immigrant een kind is jonger dan 10 jaar, zijn de kosten ongeveer een ton, terwijl als het een immigrant is van 25 jaar die beschikbaar is voor de arbeidsmarkt, het om iets minder dan een halve ton gaat. Dit zijn bedragen die de belastingbetaler op tafel zou moeten leggen om het netto beroep dat deze immigranten gedurende de rest van hun leven in Nederland op de overheid doen ‘af te kunnen kopen’. In 2003 was het dus heel wat minder dan Geert nu beweert, maar zeker niet te verwaarlozen.

Zoals gewoonlijk valt er heel wat af te dingen op de methode die het CPB gebruikte bij zijn berekeningen, maar het interessante was dat het CPB ook heeft uitgerekend wat ‘goed presterende’ immigranten kosten en ook wat autochtone Nederlanders zelf kosten, dan wel opleveren. Als het CPB dus fouten maakt in zijn berekeningen dan worden die fouten bij alle onderscheiden groepen gemaakt en vallen die tegen elkaar weg als je verschillen bekijkt.

Laten we dus eens zo’n verschil bekijken, bijvoorbeeld die tussen de gemiddelde 25-jarige niet-Westerse immigrant en een 25-jarige migrant die beter presteert dan de gemiddelde Nederlander. Zulke ‘beter presterende’ immigranten bestaan overigens, al moet je ze wel zoeken, dat wil zeggen selecteren. Hoe dan ook, een beter presterende immigrant leverde de Nederlandse belastingbetaler in 2003 een bonus van anderhalve ton. Met andere woorden, als in plaats van de gemiddelde niet-Westerse immigranten alleen maar beter presterende immigranten waren toegelaten, zou dat de Nederlandse belastingbetaler twee ton per immigrant gescheeld hebben.

Aha, daar zijn dus toch die enkele tonnen van Geert. Het blijken er twee te zijn en Geert had ze stiekem uit de studie van het CPB gehaald. Bravo. Maar hebben we wat aan de kennis dat een selectief immigratiebeleid ons (belasting)geld kan opleveren? Nee, want, en daar geef ik dan Paul weer een pluim voor, binnen de EU is selectief immigratiebeleid nauwelijks mogelijk. Door het bestaan van open grenzen in de EU en doordat overal in de EU niet-Westerse immgranten luid bonzen op de nauwelijks te sluiten grenspoorten, is nationaal immigratiebeleid een contradictio in terminis geworden.   

Geef een reactie

Laatste reacties (81)