1.024
52

Gemeentedichter van Veghel

Bas Geeraets is in 1979 geboren te ’s-Hertogenbosch Noord-Brabant en groeide op in Vught.
Zijn middelbare schoolperiode in Den Bosch bracht hem tijdelijk naar de Lerarenopleiding
Nederlands in Utrecht en vanuit daar naar de Kunstacademie in Breda, waar hij in 2005
afstudeerde als beeldend kunstenaar. Na zijn afstuderen is Bas Geeraets gaan werken en is zich naast zijn werk, vanaf 2010 gaan richten op schrijven. Dat resulteerde in een tweetal gepubliceerde columns in dagblad De Pers en in 2011 een publicatie in dichtbundel ‘Dansen op de maat van het ogenblik’ naar aanleiding van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. In 2012 is Bas Geeraets uitverkozen tot de Gemeentedichter van Veghel, debuteerde hij in De Leunstoel www.deleunstoel.nl met korte verhalen, schrijft columns en gedichten voor De Koerier (Veghel) en is werkzaam als copywriter op freelance basis.

Wintertijd

Ik blijf het raar vinden, de tijd aanpassen door de mens

Mocht u me nu vinden, in deplorabele staat zou u me aantreffen, radeloos, koud en schrikbarend bang voor de komende dagen. Het is mijn zoon ziet u. Hij is 4 jaar oud en heeft een biologische klok die muurvast is. Doorgaans ontwaakt hij om half zes, kwart voor zes en bij uitzondering om half zeven. Dat is vroeg, maar niet onoverkomelijk, immers wij zijn met zijn tweetjes en hebben een schema bedacht.

Het is dankzij dit schema dat deze ochtend lastig voor mij uitpakt. Het is wintertijd. Ik kan u op dit moment zeggen dat het 06:09 is, maar ik al een uur wakker ben. Met wakker bedoel ik dan dat ik naast mijn bed ben gaan staan, naar mijn zoon ben gelopen, hem tilde naar beneden, koffie heb gezet en een boterham heb gesmeerd. Bak drie en ik kom aan u toe.

Hardop vraag ik me af hoe het morgen zal zijn. Hier in het aardedonker zeg ik het: “Hoe zal het morgen toch weer zijn?” Zal ik weer om 05:00 naast mijn bed staan? Kan ik me daar tegen wapenen? Ik vrees dat het afwachten is. Mijn zoon en zijn biologische klok.

Er waren tijden dat ik niets liever had dan de wintertijd, de kroegen waren een uur langer open en hoe hard je ook probeerde uit te slapen, je was altijd een uur eerder wakker dan doorgaans en had zodoende nog iets aan je dag. Heerlijkheid. De haat tegen de wintertijd kwam later, op het werk. Aankomen in het donker, schaars licht pakken in de korte pauze van je werk en in de donkerte naar huis. Als nachtraaf, en niet als nachtegaal.

Een kind, en met name een jong kind, heeft de boel zojuist verergerd.

Terwijl ik dus als bergtrol schuifel door het aardedonker van de ochtend, op weg naar mijn koffie, vraag ik me het volgende af: Komt er een tijd dat er een wetenschapper (het liefst met enig gezag) zegt dat het verdraaien van klokken een onnatuurlijk effect heeft, dat op de langere duur in 99% van de gevallen leidt tot onderprestatie, concentratiestoornissen en de dood die eerder inzet? Of beter, een econoom met faam, die zal verkondigen dat het verzetten van de tijd een financiële strop is (immers heeft dit laatste meer effect).

We verzetten de klok om economische redenen. Het zou een besparing per huishouden zijn op de elektriciteitskosten. Vandaar dat ik nu al om 5 uur in de ochtend de verwarming aanzet, en dat deze tot vanavond half elf (oude tijd) op zijn heetst zal loeien. Want potdomme wat is het koud.

Ik blijf het raar vinden, de tijd aanpassen door de mens. Dat iemand hier ooit mee in heeft gestemd is en blijft van de zotte. Konden we maar meer zo eensgezind zijn, denk ik dan. 

Geef een reactie

Laatste reacties (52)