2.351
63

Dichter/kunstenaar

Quinsy Gario (Nederlandse Antillen, 1984) heeft Theater-, Film- en Televisiewetenschap gestudeerd aan de Universiteit Utrecht en is begonnen aan Comparative Women's Studies in Culture and Politics. Hij heeft zijn eigen radioprogramma genaamd Roet In Het Eten dat twee wekelijks op Mart Radio wordt uitgezonden.

Hij is lid van het Pan-Afrikaans kunstenaars collectief State of L3, het Antilliaans schrijverscollectief Simia Literario, redactielid van Andy's Art & Culture Market en redacteur bij Space Invaders. Van zijn hand zijn twee dichtbundels uitgekomen. In november 2011 won hij MC Theater's Hollandse Nieuwe Theatermakersprijs 2011. Een week later werd hij gearresteerd in Dordrecht voor zijn kunstproject Zwarte Piet Is Racisme.

Op 30 oktober 2012 kwam zijn theaterstuk uit genaamd Geit In Blik bij Podium Mozaïek dat over de formatie van het nieuwe kabinet gaat.

Witte privileges en angsten

Een reactie op Meindert Fennema die niet wil dat er van 'witte Nederlanders' gesproken wordt

Meindert Fennema’s stuk waarin hij aanstoot neemt aan het classificeren van wit als een van de velen ethniciteiten van Nederland, toont dat de universitaire onderzoeker een beetje de weg kwijt is. Waar onderbuikgevoel vermomd gaat als kennis moet men waken. Dat is niet om te zeggen dat alles wat in zijn stuk staat louter onzin is. Wel veel.

Zo meent hij dat niet de integratie is mislukt maar juist de repatriëring van de gastarbeider. En daar heeft hij een paradoxaal genoeg punt. Waar in de jaren ’70 wetten werden aangenomen om de gastarbeider buiten de deur te houden hadden die een averechts effect, zoals de gebroeders Lucassen hebben getoond in hun boek Winnaars en Verliezers (2011). Men wist dat eenmaal buiten Europa gezet men er niet meer zo makkelijk binnen zou komen.

En als religieuze politici meenden dat het gezin de hoeksteen van de samenleving is en mannen door het hebben van een gezin veel productiever waren, waarom daar niet gebruik van maken om je hele familie hier naar toe te halen? Kan je het een vader of moeder kwalijk nemen dat ze hun familie in een economisch welvarend land – dit jaar weer het tweede van Europa en de 8e van de wereld – willen hebben? Je doet alles voor je kroost.

En daar slaat hij de spijker op z’n kop. Men hoeft ook niet krampachtig vast te houden aan de gedachte dat het vies is om daarover te spreken. Gastarbeiders hebben geholpen dit land weer economisch op de rails te krijgen en dus verdienen ze ook daarvan te profiteren. Dat er in 2011 wetten zijn opgesteld om pensionados die buiten Nederland wonen van hun pensioen te beroven is dan ook duidelijk door het Hooggerechtshof ontmaskerd als een door xenofobie doordrongen ingreep op deze groep. Inmiddels heeft het ministerie van Sociale Zaken alle achterstallige betalingen moeten ophoesten. En terecht ook.

Fennema presenteert het falen van repatriëring met een venijnigheid alsof hij een heilig huisje van links met veel genot denkt kapot te trappen. Hij teert op een inmiddels salonfähige haat richting, in de ogen van sommigen nog steeds, vreemdelingen. Het is dan ook volstrekt duidelijk dat zijn onderbuik hier spreekt. Het gaat voor hem ook niet om ouders die voor een betere toekomst voor hun kinderen hebben gekozen. Nee, het gaat erom dat het grut niet gewoon weg is gegaan nadat ze niet meer nodig waren. Wie deze logica erop nahoudt gelooft in het ‘wegwerp mens’-concept.

Het ‘wegwerp mens’-concept is waar de abolitionisten, de arbeidersbeweging en de vrouwenbeweging tegen vochten en nog steeds vechten. De gedachte dat mensen afgedankt en aan de kant gezet kunnen worden is alleen jammer genoeg inmiddels weer in bloei door het neo-liberale gedachtegoed waarmee de samenleving is gereduceerd tot een economische balans en de meeste politici dertien in een dozijn gewetenloze en inhoudsloze managers zijn geworden.

Juist in het jaar van de herdenking van 140 jaar afschaffing van slavernij – de kolonies stonden na 1863 nog 10 jaar onder staatstoezicht waarbij de tot slaaf gemaakten moesten werken om toekomstige gederfde inkomsten van de plantagemeesters te compenseren – zouden de oren van iedereen die het stuk van Fennema heeft gelezen moeten doen klapperen.

Net als ten tijde van de slavernij en het kolonialisme heeft het ‘wegwerp mens’-concept nog altijd een trouwe schare fans van witte Europese mannen en vrouwen van middelbare leeftijd en mensen die dezelfde privileges en macht nastreven. Vanuit een positie van witte privileges zien zij bepaalde groepen als gebruiksvoorwerpen voor hun eigen plannen.

Ons asielbeleid heeft ons bijvoorbeeld in de rest van de wereld op de kaart gezet als een land waar iedereen welkom is. Een air van gastvrijheid is immers goed voor handelsrelaties. Men loopt bijvoorbeeld nog steeds te teren op het feit dat Spinoza in Amsterdam kon neerstrijken en zijn belangrijkste werken kon produceren. Dat veel Sefardische Joden die niet vermogend waren toentertijd de toegang tot Nederland werd ontzegd vertellen we er even niet bij. Die informatie past namelijk niet in het beeld past van hoe we onszelf willen presenteren. Dat men het huidige asielbeleid als een ruk naar rechts ervaart toont eigenlijk aan dat veel progressieve mensen onze ontstaansgeschiedenis niet kennen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Fennema een probleem heeft met de constatering dat wit een van de zoveelste etniciteiten is van Nederland. Hij gooit het over de boeg van post-raciaal denken en probeert daarmee het werk van onder anderen zijn collega bij de Universiteit van Amsterdam, Francio Guadeloupe, voor zijn karretje te spannen. Guadeloupe wil af van het raciaal denken omdat dat gebaseerd is op slechts het uiterlijk en niet de volledige ervaring van het mens zijn. Een bewonderenswaardige constatering die voor mijn gevoel nog wel te weinig de inmiddels opgebouwde materiële ongelijkheid, die door raciaal denken is opgebouwd, aanspreekt. Maar waar Guadeloupe het over een radicaal andere boeg wil gooien omdat de status quo hem als zwarte Caribische man lager op de sociale en culturele ranglijst plaatst dan zijn witte collega’s op de UvA, schrijft Fennema vanuit een conservatieve angst voor het moeten erkennen van gelijkwaardigheid.

Het zou dan ooit zover kunnen komen dat men over witte Nederlanders praat zoals men over islamitische Nederlanders of afstammelingen van Nederlandse koloniale subjecten praat. Stel je voor!

Nou na het Project X feestje in Haren werd het nagebootst in de Volkskrant en de wereld was te klein. Ook De Speld heeft nagebootst hoe het zou zijn en ook daar konden veel witte mensen de lol niet van inzien. De Belgen lachten ons nog uit over onze lange tenen hierover en die hebben het niet bepaald makkelijker met bestrijding van racisme en xenofobie. Beide stukken hielden mensen dan ook een spiegel voor. De meest voorkomende reactie was dan ook: hoe durfden ze?!

Mensen die altijd zichzelf als de standaard hebben gezien waar alle andere mensen van afwijken zullen het inderdaad niet willen ervaren dat zij niet de standaard zijn maar een van de zovelen. Fennema geeft precies dezelfde hysterische reactie, maar dan vanuit zijn spreekstoel als universitair docent.

Hij wil niet toegeven dat wit zijn helemaal niet neutraal is. Dat moeten erkennen is een beangstigend gevoel voor veel mensen die niet dag in dag uit op hun anders zijn worden gewezen in Nederland. Wit draagt historisch wereldwijd opgebouwde en gewelddadig afgedwongen machtsongelijkheid met zich mee. Mensen die nooit over hun huidige privileges hebben nagedacht moeten navragen waar zij die allemaal aan te danken hebben. Het gaat er dan niet om dat men zich schuldig voelt – het meest pathetische wat er is zijn witte mensen die vanuit een schuldgevoel opereren en het dus alsnog over zichzelf hebben in plaats van de materiële ongelijkheid waarin de rest van de wereld verkeert – het gaat erom of men ervoor openstaat om zogenaamde vanzelfsprekendheden kritisch te bestuderen en in te leveren. En een van die vanzelfsprekendheden is de gedachte dat wit zijn neutraal is.

Geef een reactie

Laatste reacties (63)