809
10

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Wordt de mens steeds dommer?

Iedere dag een gezond weetje. Vandaag: Maken televisieprogramma's ons dommer?

Ivan Wolffers schrijft elke dag een gezond weetje, gebaseerd op onderzoeken met merkwaardige en soms ongelofelijke uitkomsten. Door de weetjes van Wolffers leer je van alles over bijvoorbeeld verschillende ziektes, medicijngebruik en gezond afvallen, maar ook over de vaak komische verschillen tussen mannen en vrouwen.

Vroeger was alles beter maar de mens wordt nu alleen maar dommer door stomme spelletjes op de televisie, herhalingen van series die we al lang gezien hebben en steeds minder interesse in wat er werkelijk rondom ons gebeurt. Cultuurpessimisten die daarvan overtuigd zijn zullen blij zijn met de artikelen die Gerald Crabtree in het wetenschappelijke tijdschrift Trends in Genetics publiceerde.

Gerald Crabtree speculeert over de invloed van de leefomgeving door de eeuwen heen op de ontwikkeling van de menselijke intelligentie en emotionele stabiliteit. In de oertijd overleefde de mens door te jagen en te verzamelen. Had je geen eten dan ging je dood en de kans dat je geen kans kreeg je genen door te geven was dus groot. Het selectieproces zorgde daardoor voor steeds toenemende intelligentie. De intrede van de landbouwsamenleving, waarbij de mens zich blijvend vestigde en de voedselproductie steeds meer onder controle kreeg, veranderde dat en toen mensen vervolgens in steden gingen wonen, waar ze alles gemakkelijk konden verkrijgen, werd de mens helemaal verwend.

Het selectieproces zou daarom niet zo’n sterke invloed meer hebben en mensen die minder slim zijn in het overleven zullen ook kinderen krijgen en dat zou ertoe leiden dat de mens steeds stommer wordt.

Natuurlijk vinden veel mensen het leuk dit soort speculaties te lezen en er zijn heel wat media die het verhaal van Gerald Crabtree hebben overgenomen. Zie je wel, het gaat niet best met de wereld. En mochten mensen tegen het verhaal van Gerald Crabtree zijn omdat de mens tegenwoordig in staat is om mensen op de maan te zetten en medicijnen tegen hiv-infecties te bedenken, dan wordt beweerd dat de oerjager in de tijd van nu tot de allerslimsten zou behoren. En zo’n bewering valt niet te bevestigen of ontkennen, want niemand is nog zo slim dat hij een jager van 6000 voor Christus een baan kan geven in een onderzoeksteam van nu.

Zelfs als je gelooft dat de speculatie van Gerald Crabtree juist is, dan kun je gerust ademhalen, want er zijn 2000 tot 5000 genen betrokken bij de menselijke intelligentie. Van één enkel gen hangt het dus zeker niet af. En mocht de berekening van Crabtree kloppen dan duurt het nog een paar duizend jaar voor we er echt iets van merken, want het kost echt duizenden jaren voor de genen echt veranderen. Onze genen zijn nog vrijwel identiek als die van mensen 10.000 jaar geleden.

Ik beschouw het maar als ‘science fiction’ (met de nadruk op fiction), leuk om te lezen, maar dat is het dan ook en niet meer. In de speculatie zitten zoveel witte vlekken omdat we onvoldoende weten over de condities van het overleven dat er vele, vele andere mogelijke uitkomsten van het evolutieproces zijn. We kennen de condities van het overleven 10.000 jaar geleden namelijk helemaal niet. De mensen van toen hebben er geen journaalbeelden van gemaakt.

Mensen ontwikkelden zich waarschijnlijk vooral in omgevingen van overvloed (Oost Afrika), waar veel vegetatie was, veel eieren te vinden waren, waar veel prooidieren die half aangevreten waren te vinden waren. Jagen en verzamelen mag heel zwaar voor Gerald Crabtree lijken, maar dat kan erg variëren per omgeving, per seizoen. Bovendien leverde ook de landbouw een serie uitdagingen die verder invloed op de overleefdruk hadden. Misoogsten kostten net zo goed mensenlevens als problemen bij het jagen.

Bovendien is het verhaal van Crabtree er een van gemiddelden. Hij maakt geen verschil tussen leiders die slim moesten zijn en de meerenners die de opdracht uitvoerden om van de kant waarvan de wind niet waaide de dieren op te jagen. Zo hebben we nu nog steeds de mensen die slim zijn en televisieprogramma’s bedenken waar veel uitgebluste mensen avond aan avond naar kijken. Ik ga trouwens niet beweren dat de mensen die kijken minder intelligent zijn. Het gaat bij intelligentie er trouwens vooral om hoe je die gebruikt.

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Het weetje van dinsdag nalezen: Verwondingen aan de geslachtsdelen
Het meest recente boek van Ivan Wolffers is: Gezond


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (10)