255
5

Filosoof en hypotheek adviseur

Younes Bouadi onderzoekt voor zijn Master studie wijsbegeerte de relatie tussen kunst en democratie. Hij werk verder als producent aan diverse kunstprojecten (onder andere voor Jonas Staal). Centraal in zijn onderzoek staat de betekenis van de circulatie van kunst in tijden van globalisatie. In 2004 werkte hij zes maanden in Columbus, Ohio voor ‘America Coming Together’ (ACT), een progressieve schaduworganisatie van de Democratische Partij. Daarnaast is Bouadi werkzaam als hypotheekadviseur.

Yes we can… But how?

Occupy Campaign #11: Occupy en participatie van de 99%

Dit weekend voert een uit de Occupy-beweging voortgekomen tak met de naam ‘Occupy Campaign’ actie in onder meer de Jan van Galenbuurt in Amsterdam. Dat gebeurt naar Amerikaans model: met folders, banners, een huis aan huis team en een phonebank. Zie: www.occupycampaign.nl. Joop publiceert een aantal teksten van betrokkenen over Occupy, over de maanden op Beursplein, de doelstellingen van de Occupy beweging, dilemma’s en scenario’s voor de toekomst. Hier Younes Bouadi die de 99% slogan van de Occupy beweging cijfermatig onderbouwd.

In 2008 zegevierde Obama als een Messiah met de slogan “Yes we can!” Voor velen kwam deze overwinning als een wonder. Uit het niets. Het recente afscheid van Job Cohen riep maar weer eens in gedachten hoe het “Yes we Cohen!” van weleer een goedkope en onmachtige kopie van een oppervlakkige interpretatie van Obama’s succes was. Obama bouwde voort op infrastructuur die stamt uit een lange traditie van grassroots en burgerrechtenbewegingen. Het is een manier van organisatie waar zowel parlementaire politiek als bewegingen als Occupy veel van kunnen leren. Wat maakte het mogelijk dat Obama zijn overwinning behaalde? Of blijven we erbij dat het uit het niets geschiedde en dat toekomstige bewegingen, zoals Occupy, het wiel opnieuw uit moeten vinden? Is de methode geschikt voor een beweging als Occupy? De Occupy Campagne in de Jan van Galenbuurt is een politiek experiment dat deze vragen wil beantwoorden.

Mijn ervaring met campagne voeren stamt uit de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004 toen ik zes maanden voor ‘America Coming Together’ (ACT) werkte. ACT was een grassroots organisatie die als doel had meer mensen te laten stemmen en voorlichting te geven over de politieke standpunten van de partijen. Hoewel ACT, zoals de meeste zogenaamde ‘527 groups’, officieel niet een kandidaat mocht aanbevelen had de organisatie wel een belangrijke functie in de verkiezingsstrijd van de Democratische kandidaat John Kerry tegen Bush. ACT stimuleerde mensen om deel te nemen aan het democratische proces, maar richtte zich wel specifiek op mensen die als zij wel zouden stemmen dit op Kerry zouden doen.

De manier waarop dit gebeurde was allereerst door een database aan te leggen van potentiële stemmers. Het is hier belangrijk om het begrip ‘the Base’ uit te lichten. The Base is de groep stemmers waarvan het hoogst waarschijnlijk is dat ze op je gaan stemmen als je ze kan overhalen naar de stem bus te gaan. De missie is om zoveel mogelijk mensen van je Base te laten stemmen. Om dit zo effectief mogelijk te doen begin je eerst met de buurten waar tussen de 90%-100% van de mensen die wèl stemmen, op de Democraten stemmen, maar waar tegelijkertijd wel  een lage opkomstpercentage heerst. Vervolgens worden de 90%-80% democratische  buurten benaderd en dit gaat zo verder tot en met de 60%-50% buurten. Je wilt niet verder gaan dan dit want dan is de kans groot dat deze mensen op de Republikeinen gaan stemmen.

De volgende stap, na de buurten geïdentificeerd te hebben, is nu deze mensen te benaderen. Dit gebeurt in eerste instantie via een callcenter. Dit callcenter heeft een aantal functies: als eerste worden de potentiële stemmers van de database opgeschoond van republikeinse aanhangers. Dit gebeurt door als eerste in het gesprek te vragen wat de politieke voorkeur is. In het geval dat het antwoord ‘Republikeins’ is wordt de gebelde persoon bedankt en wordt het gesprek beëindigd. Er wordt verder geen tijd besteed aan deze potentiële stemmer, omdat er vanuit gegaan wordt dat het teveel tijd kost om iemand te overtuigen. En hier zit een eerste wezenlijk verschil met Occupy, want de Occupy-beweging streeft naar maximale inclusiviteit en schrijft in principe dus niemand af. De volgende stap is dan om er achter te komen wat de (twijfelende) stemmer belangrijk vindt, –denk bijvoorbeeld aan gezondheidszorg, economie, veiligheid, etcetera. Op basis van deze informatie wordt het gesprek dan gestuurd en wordt er aan ‘voter education’ gedaan: “Kent u de verschillen tussen de Republikeinen en de Democraten betreffende de gezondheidszorg?” Na dit gesprek wordt er een  brochure gestuurd die is afgestemd op het onderwerp wat de potentiële stemmer belangrijk vindt. Hierna vindt er een persoonlijk contactmoment plaats in de buurt met de campagne medewerkers en de buurtbewoners die geïdentificeerd zijn als mogelijk democratische stemmer. Als afsluiting wordt er een handgeschreven kaartje verstuurd om te bedanken voor het gesprek, te herbevestigen dat het onderwerp waar over gesproken erg belangrijk is en dat het noodzakelijk is dat de betreffende persoon ook echt gaat stemmen. De bedoeling van deze strategie is om mensen politiek te activeren en een bevolkingsdeel aan te spreken dat daarvoor nog niet deel nam aan de politiek. Ik werkte zelf in Franklin County, het gebied  rond Columbus, Ohio. Het effect van de strategie die wij voerden was dat er in totaal 23,4% meer mensen zijn gaan stemmen ten opzichte het jaar 2000. Verder zijn er meer dan zevenhonderdduizend nieuwe democratische stemmen bijgekomen. Dat is een stijging van meer dan 35% vergeleken met de tweehonderdduizend stemmers die er in het jaar 2000 waren.  Hoewel Kerry niet gewonnen heeft in 2004 zijn deze data wel gebruikt als basis voor het succes van de Obama campagne

Laten we eens kijken wat er gebeurd als we deze logica toepassen op Occupy. Want, alhoewel de quasi-neutrale houding van ACT dubieus is, vallen er ook overeenkomsten te ontwaren. Occupy gaat in mijn optiek uit van het idee dat de huidige politiek de burger niet representeert. De Occupy campagne die deze dagen van start gaat in de Jan van Galenbuurt neemt een aantal elementen hiervan over, maar staat tegelijkertijd ook kritisch tegen andere elementen van deze strategie. De keuze voor de Jan van Galenbuurt is bijvoorbeeld gebaseerd op deze data- benadering. In de Jan van Galen buurt is er een ruime progressieve meerderheid aan stemmers en tegelijkertijd een van de laagste opkomst percentages van  Amsterdam. Kortom, een droombuurt volgens de Amerikaanse methode. Maar, tegelijkertijd zagen we dat de campagne van Kerry zich richtte op die mensen die het al met ze eens waren, aan Republikeinen werd geen aandacht besteed. (dat deden andere weer net zo ‘neutrale’ organisaties die ook participatie hoog in het vaandel hebben staan, maar zich alleen voor de Republikeinse stem interesseren). Een veelgehoorde claim van Occupy is: ‘We are the 99%’. Hoever komen we daar mee in deze betreffende buurt? Laten we volgens de Amerikaanse methode eens een fact-check doen:

Bron:OS Amsterdam

In de Jan van Galenbuurt hebben de twee regeringspartijen VVD en CDA respectievelijk 11,7% en 2,4% van de stemmen gehaald bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010. Dat komt samen neer op 14,1% van de stemmen. De opkomst in de buurt was 53,5%. Een simpele rekensom leert dat van alle kiesgerechtigden dus maar 7,5% gerepresenteerd zijn door onze huidige regering. Maar 92.5% is nog geen 99%.

De buurt heeft in totaal 5490 inwoners. Volgens het CBS zijn hiervan 4039 stemgerechtigd.74% van de inwoners mogen dus maar stemmen, dit komt omdat mensen onder de achttien en mensen zonder de Nederlandse nationaliteit uitgesloten zijn van de democratie zoals we die nu kennen. Dit is een ander belangrijk verschil met Occupy: niet alleen de mensen die aan het stemproces deelnemen zijn ‘politiek, maar ook jongeren en buitenlanders. Met de niet-stemgerechtigden meegerekend worden er nog maar 5,5% van alle mensen in de Jan van Galen Buurt vertegenwoordigd door de huidige regering. Daarnaast is het zo dat als we de peilingen en reacties van VVD’ers mogen geloven niet alle stemmers van de VVD en het CDA zich echt vertegenwoordigd voelen door deze partijen. Nog minder mensen zullen dan op een actieve manier bij de partij en besluitvorming betrokken zijn. Kortom, volgens de huidige definities van democratie en politiek hebben we het over een ongerepresenteerde meerderheid van 95% in de Jan van Galenbuurt. En als we het over een echte participatieve democratie hebben, een die als doel heeft stemmers, niet-stemmers èn niet-stemgerechtigden in haar praktijk op te nemen, kunnen we wel degelijk zeggen dat 99% van de buurt buiten het politieke proces wordt gehouden.

Occupy is tot nu toe nog weinig proactief in dialoog gegaan met delen van de gemeenschap die zich door de huidige politiek niet vertegenwoordigd voelen, maar die wellicht niet naar het Beursplein wilden komen. Hiermee loopt Occupy een belangrijke basis mis. Het is dan ook noodzakelijk om het plein te verlaten en uit te zoeken wat de 99% werkelijk met elkaar gemeen heeft en in hoeverre een gedeeld politiek platform denkbaar is. Occupy hoeft echter niet iedere keer het wiel opnieuw uit te vinden, en juist de dubieuze maar succesvolle methodes van de campagnes in Amerika kunnen gekaapt worden. Zo wordt Occupy een ware guerrillabeweging die tactieken overneemt van de bestaande politieke orde en deze op zo’n manier toepast dat deze gebruikt kan worden voor de doelen die de beweging zelf voor ogen heeft: maximale inclusiviteit en democratische weerbaarheid voor de gemeenschap als geheel.

Een van de taken van de Occupy Campagne is ook dan ook om op experimentele wijze het grondwerk verrichten waardoor de fundamenten worden gelegd voor een werkelijke participatieve democratie.

Bekijk hier de Occupy Campaign website

Geef een reactie

Laatste reacties (5)