4.181
24

Maatschappelijk werker

Tom Ribbens (1963) is afgestudeerd maatschappelijk werker (1992) en heeft daarna zijn weg gevonden in het werken met uitkeringsgerechtigden in Tilburg. Eerst met stichting Met hart en ziel die samen met uitkeringsgerechtigden verschillende projecten ontwikkelden en later met WerkWaardig die de afgelopen 10 jaar meer dan 200 mensen heeft begeleid die op zoek waren naar werk.
Tom Ribbens heeft samen met zijn vrouw Gebi Rodenburg een eigen praktijk Mens&Groei, waarbij mensen met een psychologische beperking individueel en in groep worden begeleid. www.mensengroei.nl

Yuval Noah Harari en zijn blinde vlek voor de vlinder

Harari zegt eigenlijk tegen de rupsen dat het idee van de vlinder een verzinsel is, een verhaal, een illusie.

Yuval Noah Harari mag op dit moment beschouwd worden als een van de meest vooraanstaande denkers van onze tijd en een van de best gelezen schrijvers. In zijn twee boeken Homo Sapiens en Homo Deus schetst Harari een beeld van de geschiedenis van de mens, de Homo Sapiens, en van zijn toekomst. Een toekomst waarin de Homo Sapiens zich wellicht overbodig maakt. Een van zijn kernpunten is dat wij als mens geen vrije wil hebben, geen ziel of essentie, geen ongedeelde individualiteit. Deze kapstok, waar ons humanistisch liberale denken op is gebaseerd, is volgens Harari een illusie. Met een knipoog naar het Boeddhisme, die immers ook onze ik als een illusie beschouwt, als bron van al ons lijden. Door een combinatie van de biologie volgens Darwin en de huidige wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie wordt al het leven, inclusief wijzelf als mens, beschouwd als een verzameling van algoritmes.

Toen ik dit las, kreeg ik een déjà vu. Zo’n 35 jaar geleden, ik was toen begin 20, was ik op zoek naar mezelf: wie ben ik? Samen met een aantal mannen in het Zeeuws Vlaamse Terneuzen lazen we inspirerende boeken van Osho, Krishnamurti, maar ook Gurdjeff en Ouspensky. Gurdjeff, een Armeense mysticus, leefde in het begin van de vorige eeuw, in de tijd van het kubisme. Niet voor niets schetst ook hij het beeld van de mens als een machine, als een robot. Hij zou het waarschijnlijk prima kunnen vinden in deze moderne computertijd met de ideeën van Harari. Laten we hun denken wat betreft de vrije wil eens naast elkaar leggen. Harari schrijft:

De laatste decennia zijn biowetenschappers tot de conclusie gekomen dat het liberale verhaal van de vrije wil pure mythologie is. Het ondeelbare authentieke zelf is net zo echt als de eeuwige ziel, Sinterklaas en de paashaas. Als ik echt diep in mezelf kijk, valt de schijnbare eenheid die ik als vanzelfsprekend beschouw uiteen in een kakafonie van tegenstrijdige stemmen, waarvan er niet eentje mijn ‘ware zelf’ is. Mensen zijn geen individuen. Mensen zijn ‘dividuen’(delen).

Dan Ouspensky, die de leer van Gurdjeff uiteenzet in het boek ‘De Vierde Weg’:

Als we onszelf gaan bestuderen, stuiten we allereerst op een woord dat we meer dan enig ander gebruiken, en wel het woord ‘ik’. We zeggen ‘ik doe’, ‘ik zit’, ‘ik voel’, ‘ik bemin’, ‘ik heb afkeer van’ enz. Hierin schuilt onze voornaamste illusie, want dè vergissing die we ten opzichte van onszelf begaan, is dat we onszelf als een eenheid zien; we hebben het altijd over onszelf als een ‘ik’, en nemen aan dat we daarmee altijd hetzelfde bedoelen, terwijl we in werkelijkheid verdeeld zijn in honderden verschillende ‘ikken’. Deze ‘ikken’ veranderen voortdurend; het ene onderdrukt het andere, het ene neemt de plaats in van een ander, en deze strijd vormt ons innerlijk leven.
cc-foto: Garoch

Ook al zit er een eeuw tussen het denken van Harari en Gurdjeff/Ouspensky, ze komen wat betreft de kwestie van de vrije wil op hetzelfde punt uit. Dat is boeiend. Nog boeiender is de verschillende afslag die ze daarna nemen. Om dit duidelijk te maken gebruik ik als metafoor voor de mens, de rups die transformeert tot een vlinder. Hierbij beschouw ik Harari als vertegenwoordiger van de rupsenwereld en Gurdjeff/Ouspensky als vertegenwoordigers van de vlinderwereld.

Harari zegt eigenlijk tegen de rupsen dat het idee van de vlinder een verzinsel is, een verhaal, een illusie. Ja, we kunnen wel vliegen, zegt hij, we kunnen wel het eeuwige leven verkrijgen, we kunnen wel gelukkig worden, maar dat kan enkel aan de hand van een uiterlijke machine, een robot, kunstmatige intelligentie, het Internet der Dingen waar alle algoritmes van het leven in worden verzameld. Dus eigenlijk een rups met een zelfgemaakt tuigje met vleugels waarmee hij probeert te vliegen. Voor Harari is de materiële wereld van de rups het begin en einde van zijn wetenschappelijke denken. Precies zoals de wetenschap waarop hij zich beroept de wetenschap van de rups is, die instrumenten ontwikkelt om beter te kunnen waarnemen, beter te kunnen meten, maar niet verder kan kijken dan de rupsenwereld. Met andere woorden geen instrumenten heeft om de vlinder te kunnen zien en van daaruit concludeert dat er geen vlinder bestaat. De rups gaat dood, onoverkomelijk, al geeft Harari ons de twijfelachtige hoop dat we (een kleine elitegroep) met onze kunstmatige intelligentie eeuwig leven zouden kunnen verkrijgen. De rups gaat dood en wordt een cocon.

Daar begint het denken van Gurdjeff. Het feit dat we in de aandachtslaag van ons dagelijks leven geen onverdeelde individualiteit hebben, betekent nog niet dat hij er niet is. We hebben er alleen geen contact mee. Hij zit verborgen onder de laag van ons oppervlakkige, uiterlijke en volgens Gurdjeff mechanische leven. Gurdjeff onderscheidt drie invloeden, die wij in ons leven tegen kunnen komen. Ten eerste zijn er de invloeden van ons dagelijks leven, maar ook die van televisie en internet. Daarnaast is er de invloed van kennis uit boeken die verder, dieper gaan dan dit dagelijks leven. Kennis in de vorm van metaforen, vergelijkingen, die op een ander niveau wordt begrepen dan die van het oppervlakkige dagelijks leven. Tot slot is er de levende kennis van mensen die al een proces hebben doorgemaakt van transformatie, van ontwikkeling die verder gaat dan de functionele rollen die we hebben in het dagelijks leven. Deze laatste twee invloeden kunnen ons raken in dat verborgen punt van onze essentie en het verlangen oproepen om hiernaar op zoek te gaan. Op zoek te gaan naar de vlinder die in de rups verborgen zit.

Daar waar Harari het heil zoekt in het scheppen van een machine, een robot, een Internet der dingen buiten onszelf, vindt Gurdjeff de Heilige Graal in onszelf. Harari schetst in zijn boeken de geschiedenis en de toekomst van de mens als collectief. De weg van Gurdjeff is de weg van het individu, die met zijn aandacht naar binnen gaat en daar zijn schat vindt. Voor wie de materiële werkelijkheid niet het begin en einde is, maar in zichzelf ook een geestelijke werkelijkheid ontdekt. De werkelijkheid van de vlinder die in de rups verborgen zit. Gurdjeff stelt dat werkelijke evolutie nooit zonder bewustzijn kan plaatsvinden. Harari stelt in Homo Deus dat het functioneren in de maatschappij geen bewustzijn nodig heeft. Intelligentie is nodig, bewustzijn is bijzaak. Daarmee zegt hij impliciet dat de ontwikkeling die hij voor zich ziet een mechanische is, dus geen evolutie. Naar mijn mening kan het zo zijn dat beide wegen tegelijkertijd bewandeld worden, de ene weg door de mens als collectief, de andere weg door de mens als individu. Maar de werkelijke evolutie vindt plaats op de weg van het individu die samen met gelijkgestemden ontdekt dat in de rups een vlinder verborgen zit en daarmee zijn identiteit verlegt van het materiële naar het geestelijke. Naar bewustzijn als uitgangspunt van al het leven.

Geef een reactie

Laatste reacties (24)