528
17

Voorz. Medische Tuchtraad Groningen

Mr.dr. H.L.C. Hermans is voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege voor de
Gezondheidszorg voor Groningen, Friesland en Drenthe en voorzitter van de Raad voor de Tuchtrechtspraak van de KNMG.

Zet ‘foute’ medici niet op internet

Joop-Debat: Het wetsvoorstel waarbij medici die een maatregel kregen opgelegd door het Tuchtcollege, op internet komen? Niet doen.

Een meerderheid van de Tweede Kamer zou een wetswijziging overwegen die ertoe leidt dat alle uitspraken van de tuchtcolleges voor de gezondheidzorg volledig openbaar worden gemaakt en op internet worden gezet. Belangstellenden kunnen dan gemakkelijk nagaan of een bepaalde arts, tandarts, apotheker, gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, fysiotherapeut, verloskundige of verpleegkundige ooit een waarschuwing of erger kreeg opgelegd.

Eindelijk, zullen velen uitroepen. Als artsen fouten maken, kom je daar als patiënt nu niet achter. De medische professie houdt de gelederen gesloten, fouten worden onder het tapijt geveegd.

Voor een buitenstaander lijkt openbaarmaking dus een goed idee, maar dat is het zeker niet. Op dit moment wordt de uitspraak van het tuchtcollege, dat overigens niet alleen uit artsen, maar ook uit juristen bestaat, in de zittingszaal voorgelezen. Alleen de direct betrokkenen weten naam en toenaam. De uitspraken worden daarna geanonimiseerd op internet gepubliceerd. Soms worden zij ook ter publicatie aangeboden aan vaktijdschriften. Interessante uitspraken zijn op deze wijze te raadplegen. Alleen als de zwaarste maatregelen zijn opgelegd, wordt daarvan melding gemaakt in het BIGregister.

Dat register is op internet vrij toegankelijk. Het gaat hier om maatregelen
waarbij de verdere beroepsuitoefening is verboden, beperkt of geschorst.
Voor deze openbaarmaking op naam bestaat een goede reden. Een patiënt moet kunnen controleren of zijn hulpverlener nog volledig bevoegd is. Als deze zware maatregelen worden opgelegd, is er sprake van een ernstig tekortschieten bij het professionele functioneren.

Maar tuchtcolleges leggen ook minder zware maatregelen op: een waarschuwing, een berisping of een geldboete. Deze maatregelen hebben op zichzelf geen invloed op de bevoegdheid tot uitoefening van het beroep. Ze worden dan ook niet in het BIGregister opgenomen.

Berisping en geldboete hebben, net als de zwaarste maatregelen, een strafkarakter. Het gaat om een reactie op een handelen of nalaten dat uit een professioneel oogpunt onjuist en laakbaar is. Bij een waarschuwing daarentegen, de meest voorkomende maatregel, is een professionele norm overtreden, maar van laakbaar, strafwaardig gedrag is geen sprake.

De meeste klachten in tuchtzaken hebben trouwens geen betrekking op ‘medische
missers’. Het gaat vaak om een gebrekkige communicatie of om iets wat daarmee te maken heeft. Soms, niet altijd, kan deze op het bordje van de arts worden geschoven en wordt hem daarvoor een waarschuwing opgelegd.

Een voorbeeld. Een huisarts verwijst een moeder met een baby naar een kinderarts. Deze richt zich op de omschrijving van de klachten door de huisarts. Die gaan over de baby. Hij negeert de opmerkingen van de moeder dat ook zij problemen heeft (met borstvoeding). Er ontstaat wrevel tussen beiden; het consult loopt onplezierig af. De vrouw dient een klacht in.

Bij het tuchtcollege geeft de specialist toe dat hij ten onrechte geen aandacht heeft
besteed aan de moeder. Hij zegt in te zien dat er mogelijk een verband was met de
klachten bij de baby en betreurt dat hij daarop niet heeft ingespeeld. Bovendien spijt het hem dat hij tekortgeschoten is in het contact met de moeder. Er volgt een waarschuwing. Is deze specialist nu een slecht medicus? Is het goed dat hij met naam en toenaam op internet is te vinden als kinderarts die een waarschuwing kreeg opgelegd? Mij dunkt van niet. Maar het gevolg van publicatie op internet veroorzaakt waarschijnlijk wel een negatief effect op zijn praktijkuitoefening.

Patiënten zullen hem mijden en hij zelf zal zich ook gestraft voelen. Terwijl het tuchtcollege slechts heeft willen wijzen op een tekortkoming die in de toekomst moet worden voorkomen. En zoals bij deze kinderarts gaat het in de meeste gevallen om een incidentele tekortkoming bij een overigens naar behoren functionerende beroepsbeoefenaar. Daarom is het niet in het belang van de patiënten, noch van de gezondheidszorg in het algemeen dat een bekwame vakman het werken onmogelijk wordt gemaakt.

En er is meer. Zo is denkbaar dat de beroepsbeoefenaren vermijdingsgedrag ontwikkelen: dat een noodzakelijke behandeling achterwege blijft, omdat de arts het risico niet aandurft uit vrees voor een tuchtklacht. Het kan er ook toe leiden dat artsen terughoudendheid betrachten bij het bespreken van dingen die kunnen zijn misgegaan. Dit is evenmin in het belang van de patiënt en de gezondheidszorg in het algemeen.

Tuchtrechters hebben als een taak een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van professionele normen. Dat is het hoofddoel, niet het opleggen van straffen. Wie de kans loopt om aan de schandpaal genageld te worden, zal weinig geneigd zijn zich in een tuchtprocedure kwetsbaar op te stellen — wat soms nodig is voor een zinvolle reflectie. En ten slotte nog dit. Een neveneffect van de voorgenomen wetswijziging zal kunnen zijn dat tuchtrechters niet snel maatregelen meer zullen opleggen. Zij willen geen onrechtvaardige beslissingen nemen. En daarom zullen zij volstaan met een gegrondverklaring van de klacht, als moet worden aangenomen dat met openbaarmaking van een lichte maatregel onevenredige schade wordt aangericht. Ook in dat opzicht schiet het wijzigingsvoorstel zijn doel voorbij.

Dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad.

Geef een reactie

Laatste reacties (17)