6.979
265

Journalist/Debatleider/Schrijver

Ralf Bodelier (Vaals 1961) is vrij gevestigd journalist, debatleider, schrijver en onderzoeker. Hij studeerde in 1990 af als theoloog, werkte korte tijd als beveiligingstimmerman en rondleider bij het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Vervolgens doceerde hij dertien jaar aan de Academie voor Journalistiek in Tilburg. Een greep uit zijn verdere activiteiten: jarenlang werkte hij als journalist in Afrika en Azië. Met zijn vrouw Mirjam Vossen runde hij een kleinschalig reisbureau naar de  sloppenwijken van Malawi en startte in datzelfde land een ontwikkelingsproject. Hij bedacht de eerste Kinderuniversiteit van Nederland -aan de Tilburgse universiteit-  en zette in 2007 het Wereldpodium in Tilburg op, gevolgd door Tilburg Debatstad. Hij is auteur van acht boeken over Afrika, ontwikkelingssamenwerking, globalisering en migratie. Op dit moment rondt hij aan de rechtenfaculteit  van, -opnieuw de Tilburgse universiteit- een proefschrift af over kosmopolitisme, dat hij in de zomer van 2012 hoopt te verdedigen.

Zo maak je ontwikkelingshulp kapot

Ralf Bodelier: In het Nederland van 2012 komen de tegenstanders van ontwikkelingssamenwerking overal mee weg. Ook met de meest pertinente leugens.

Een uitzending van Pauw & Witteman toont de onvermijdelijke ondergang van de staatshulp. Hoe oprechte betrokkenheid het aflegt tegen liegen en eigenbelang. Zeker wanneer deze betrokkenheid zich hult in de taal van de koele berekening.

Twee maart 2012. Dolf Jansen, Frits Wester en Frits Bolkestein zitten aan tafel bij Pauw en Witteman. Het is de vooravond van de meest zware ronde aan bezuinigingen die Nederland te wachten staat. Onderwerp van gesprek is de onvermijdelijke korting op ontwikkelingssamenwerking.

Het is een iconisch gesprek van niet meer dan zes minuten. Een gesprek dat precies weergeeft waarom de officiële ontwikkelingshulp ten dode is opgeschreven.

Liegen


Jeroen Pauw stelt een vraag. Hij vraagt niet: ‘Wat betekent het voor mensen in Afrika of Azië wanneer we twee van de vier miljard aan hulp schrappen?’ Hij vraagt niet: ‘Kunnen de ziekenhuizen in Rwanda of Ethiopië wel openblijven, of kan de mensenrechtentraining van politiemannen in Congo nog wel doorgaan?’ Pauw vraagt: ‘Kunnen we zonder sancties van de 0.7 procent af?’

‘Jazeker’, antwoordt Frits Bolkestein. Het Europees gemiddelde is 0,35. Dat is de hélft van wat Nederland geeft. Ook wij kunnen zonder meer onze budgetten halveren. Al moet dat omwille van allerlei internationale verplichtingen stapsgewijs gebeuren.

Frits Wester neemt over. Aan die verplichtingen zitten we tot 2015 nog vast. Daarna kan het budget omlaag. Op zich hoeft bezuinigen op de hulp geen probleem te zijn, want de hulporganisaties weten toch niet hoe ze al dat geld moeten verwerken. Dat blijkt aan het einde van het jaar, wanneer de budgetten op moeten. Wester: ‘Dan kijkt men elkaar aan. “Weet jij nog wat? Weet jij nog iets”? Dan worden de meest waanzinnige projecten bedacht om de overschotten op te maken.’

Om hoeveel geld het gaat, kan Wester niet precies zeggen, maar hij schat dat het toch al gauw om anderhalve miljard euro gaat.

‘Juist’, zegt Pauw. Bolkestein knikt. Dolf Jansen kijkt vol ongeloof. Maar niemand vraagt Wester wie hem dit heeft ingefluisterd of waar hij dit cijfer vandaan haalt. Want het is natuurlijk lariekoek dat jaarlijks één derde van het Nederlandse ontwikkelingsbudget overschiet en wordt opgeruimd door er ‘waanzinnige’ bestemmingen aan te geven.
 Frits Wester liegt dat het gedrukt staat. En hij komt er mee weg.

Bolkestein vult aan. We moeten bovendien beseffen dat de hulp niet helpt. Want hulp leidt niet tot economische groei van landen. Zie Afrika, waar de meeste hulp naar toe gaat. Zeker, Afrikaanse economieën groeien de laatste jaren onstuimig, maar de húlp, zo weet Bolkestein, heeft daar niets, maar ook helemaal niets aan bijgedragen.

Hij haalt de man aan waar hij doorgaans vol verachting over spreekt. ‘Ook Jan Pronk erkent dat’. Bolkestein: ‘Afrikaanse economieën groeien door de hoge grondstofprijzen, door buitenlandse investeringen en door de eigen lokale entrepreneurs.’ ‘Tenzij de hulp ondernemers stimuleert’, probeert Witteman. ‘Dat blijkt dus niet zo te zijn’, antwoordt Bolkestein. Frits Wester knikt. Dolf kijkt weer ongelovig.

Ook Bolkestein liegt. Niets van wat hij zegt klopt. Volgens de laatste statistieken van de OECD-DAC gaat van alle officiële hulp 36 procent naar Afrika. Dat is niet de meeste hulp. In de top tien van landen die in 2010 de meeste hulp ontvingen, staan zelfs maar vier Afrikaanse landen: Congo, Ethiopië en Tanzania. De afgelopen jaren ontvingen Irak en Afghanistan de meeste hulp.

Stimuleert de hulp niet de economische groei? Dat hangt er helemaal van af om hoeveel hulp het gaat en hoe je de hulp inzet. De forse hulp die bijvoorbeeld Zuid-Korea in de jaren ’50 kreeg – het voor dat moment immens bedrag van 13 miljard dollar – liet de Koreaanse economie wel degelijk groeien. Maar Afrika ontvangt per persoon ook vandaag nog niet meer dan 36 euro per jaar, en dat zijn precies tien eurocent per persoon per dag.
 Van dat bedrag zijn 2 cent geoormerkt om economische groei mogelijk te maken, terwijl 4 cent gaat naar ziekenhuizen, onderwijs en ander sociale sectoren. Ondanks dit lage bedrag worden dáár dan ook de meeste successen geboekt. Van afnemende moeder- en kindersterfte tot deelname aan onderwijs of het tot staand brengen van de aidsepidemie.

Een-op-een vertaalt deze betere gezondheid en betere scholing zich niet door in de economische groeicijfers, maar er is weinig twijfel over dat een economie alleen kan groeien wanneer werknemers kunnen lezen en schrijven. En wanneer ze niet voortijdig wegkwijnen aan malaria, tbc of aids. Bovendien blijkt hulp, speciaal gericht op het stimuleren van ondernemers, bijvoorbeeld via microkredieten, al jaren een van de succesnummers van de hulp.

De uitspraken van Wester en Bolkestein houden een eerste belangrijke les in voor iedereen die opkomt voor het belangen van mensen in ontwikkelingslanden: In het Nederland van 2012 komen de tegenstanders van ontwikkelingssamenwerking overal mee weg. Ook met de meest pertinente leugens.

Eigenbelang


Vervolgens bemoeit Dolf Jansen zich met het gesprek. Hij is ambassadeur van Oxfam-Novib en zijn gezicht staat nog steeds op ongeloof. Jansen bezocht projecten in Zuid-Afrika en Oeganda, heeft zijn eigen stichting en is ronduit voorstander van hulp aan zuiderlingen die het beroerd hebben getroffen.

Maar terwijl Bolkestein en Wester met diepe stemmen, uitgestreken gezichten en zonder spoor van twijfel hun onwaarheden uitzenden, spreekt Jansen op persoonlijke titel en met een stem vol schroom. Hij vindt het maar ‘moeilijk te geloven’ dat jaarlijks anderhalf miljard euro aan ontwikkelingsgeld over de balk wordt gegooid. ‘Maar ik kan niet zeggen dat het niet waar is.’ En hij vindt het ‘in moreel en sociaal opzicht’ vreselijk dat waarschijnlijk één à twee miljard van de huidige vier miljard verdwijnen, omdat hij weet hoe moeilijk organisaties als Oxfam-Novib het hebben om hun projecten overeind te houden. Bovendien blijft hulp nodig wanneer de wereldhandel zo onrechtvaardig is als vandaag. Bolkestein kijkt gereserveerd.

Geïntimideerd schakelt Jansen nu door. Hoopt hij steun te krijgen van zijn tafelgenoten? Houdt hij de sceptische blik van Bolkestein niet uit? Want dit is wat hij zegt: ‘Het is niet alleen in het belang van de armen in Afrika, ontwikkelingshulp is ook in ons belang. Wanneer wij over vijftien jaar handel willen drijven met Afrika, moet er wel iets te handelen zijn. En aan landen waar het slecht gaat, valt nu eenmaal niets te verdienen’. 
Ontwikkelingshulp is, kortom, eigenhulp. Zelfs bij Dolf Jansen ontvangt ontwikkelingshulp zijn laatste rechtvaardiging in het feit dat het óns ten goede komt. Bolkestein knikt minzaam.

Hoe gevaarlijk Jansens redenering is, blijkt tien minuten later. Nog steeds gaat het gesprek over de bezuinigingen. Inzet is nu hoe te bezuinigingen zonder schade toe te brengen aan de Nederlandse economie. Dat lukt niet door salarissen te verlagen of de BTW te verhogen, zegt Bolkestein. ‘Er is niet zo makkelijk iets te vinden dat geen impact heeft op de economie.’ Feitelijk is er maar één bezuiniging denkbaar. ‘En dat is ontwikkelingssamenwerking’. Enkele uren later zal Bolkestein op dit punt uitgebreid worden geciteerd op de nieuwssite nu.nl.

Hij is er weer, die blik van ongeloof in de ogen van Dolf Jansen. Deze tournure had hij niet voorzien. Dacht Jansen nog het budget voor ontwikkelingssamenwerking te redden door te benadrukken dat we het toch vooral voor ons zelf doen, nu blijkt hoe eenvoudig het argument van eigenbelang kan worden omgedraaid.

Ook deze tweede les mag de ontwikkelingssector zich ter harte nemen. Wie zijn oprechte betrokkenheid voor de ander verpakt in de taal van het eigenbelang, legt het altijd af tegen hen die het lot van ander geen fluit kan interesseren.

Ralf Bodelier is journalist, onderzoeker en hoofdredacteur van het Wereldpodium in Tilburg. Hij schreef boeken over Afrika en ontwikkelingssamenwerking, werkte en woonde jarenlang in Malawi en promoveert aanstaande zomer op een proefschrift over kosmopolitisme en ontwikkelingssamenwerking.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Ralf Bodelier

Volg Ralf Bodelier op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (265)