12.631
261

Voorzitter van New Urban Collective

Mitchell Esajas (1988) is mede-oprichter en voorzitter van New Urban Collective een netwerk van studenten en young proffesionals van diverse achtergronden. Hij is als sociaal ondernemer betrokken bij diverse maatschappelijke projecten op het gebied van onderwijs, arbeidsmarkt, diversiteit en duurzaamheid. Mitchell studeerde Bedrijfswetenschappen en Antroplogie aan de Vrije Universiteit. Momenteel werkt hij part-time als programma manager Medische Antropologie op de Universiteit van Amsterdam.

Zwarte Piet is slechts een symbool van een dieper liggend probleem

Mitchell Esajas en Dionne Abdoelhafiezkhan: Aanpak Asscher om arbeidsdiscriminatie tegen te gaan schiet tekort

Op maandag 24 augustus ging vicepremier en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher in gesprek met 70 Afro-Caribische jongeren over discriminatie op de arbeidsmarkt bij de bijeenkomst georganiseerd door NiNsee en IZI Solutions. Waar de minister tot nu toe uiterst voorzichtig was om positie te nemen in het debat over racisme en Zwarte Piet, was hij tijdens de scherpe discussie zeer stellig.

“De traditie verandert snel en dat vind ik goed”, stelde de minister. Desgevraagd zei hij het eens te zijn met de stelling dat een gebrek aan historisch besef kan bijdragen aan arbeidsmarktdiscriminatie is. “Het is belangrijk om de hele geschiedenis te vertellen, ook de zwarte bladzijdes” reageerde de minister op de vraag wat hij vond van de ‘Gouden Eeuw-uitspraak’ van de  premier afgelopen weekend. Zijn actieplan zal arbeidsmarktdiscriminatie bestrijden, zo stelde de minister. De minister heeft wellicht goede intenties maar zijn voorstel schiet tekort om de kern van de problematiek aan te pakken.

Arbeidsmarktdiscriminatie heeft een systematisch karakter
In het meest recente Integratierapport van het SCP zijn de cijfers duidelijk. Ondanks betere prestaties in het onderwijs, is de werkloosheid tussen 2008 en 2014 het sterkst gestegen onder Surinamers, waar het aandeel werklozen ruim drie keer zo hoog lag als in 2008. Onder andere migrantengroepen was het in dezelfde periode ongeveer verdubbeld. Jongeren met een migrantenachtergrond zijn tijdens de recessie extra hard geraakt, zo was het werkloosheidspercentage het hoogst onder Surinaamse jongeren (15-25 jaar), namelijk 35 %. Hiermee was het bijna drie keer hoger dan onder jongeren van Nederlandse origine en ouderen (45 – 65 jaar), waar het percentage op 13 % lag.  

Hoewel vaak wordt gesteld dat er meerdere redenen zijn voor de ongelijkheid op de arbeidsmarkt, zoals een gebrek aan werkervaring, een beperkt netwerk en een gemiddeld lager opleidingsniveau, is het al lang bekend dat discriminatie een belangrijke factor is. In een onderzoek van Frank Bovenkerk(.pdf) uit 1978 werd er al bewijs geleverd dat migranten benadeeld worden als ze op zoek gaan naar werk. In een experiment waarin Surinaamse, Spaanse en Nederlandse sollicitanten met gelijke kwalificaties met dezelfde sollicitatiebrieven op dezelfde vacatures solliciteerden, werden Surinamers significant minder vaak uitgenodigd, terwijl de Spaanse en Nederlandse sollicitanten wel werden uitgenodigd. Bovenkerk concludeerde: “rasdiscriminatie komt in Nederland voor en niet als een op zichzelf staand incident, het heeft een systematisch karakter.” De afgelopen decennia zijn er meerdere onderzoeken gedaan die tot vergelijkbare conclusies kwamen. In 2010 concludeerde het SCP nog dat Mohammed 16 % minder kans heeft om uitgenodigd te worden voor een sollicitatiegesprek dan Mark. Deze zomer reageerden politici ‘geschokt‘ op het meest recente onderzoek, waarin wederom werd aangetoond dat sollicitanten op hun afkomst werden afgewezen. Het onderzoek toonde echter weinig nieuws aan. Wel liet het blijken dat er 26 jaar na het eerste onderzoek weinig veranderd lijkt te zijn.

Discriminatie werkt niet
Asscher hekelde het probleem van arbeidsmarktdiscriminatie en stelde in een interview: “Discriminatie zorgt dat toekomstdromen eindigen in frustratie en dat talent wordt verspild.” Tijdens de bijeenkomst kon één van de aanwezige jongeren dat beamen. Jeffrey Koorndijk ontving twee jaar geleden per ongeluk een interne mail van een ICT-bedrijf waar hij solliciteerde op een stageplek waarin de reden stond dat hij werd afgewezen: “Is niks, is een donker gekleurde (neger).” Jeffrey heeft na alle media-aandacht naast de positieve reacties op zijn moed om dit naar buiten te brengen, ook veel racistische bedreigingen ontvangen. Niet alleen is hem de kans ontnomen om zijn talent te ontwikkelen, hij heeft ook te kampen gehad met depressie omdat het pijn doet om op basis van je huidskleur en niet je talenten en vaardigheden beoordeeld te worden.

De vele onderzoeken naar arbeidsmarktdiscriminatie tonen aan dat arbeidsmarktdiscriminatie voorkomt door expliciete vormen van uitsluiting, zoals in het geval van Jeffrey. In de meeste gevallen zijn het echter impliciete en onbewuste stereotype beelden die bepalen of Jeffrey of Jan wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. De Sociaal Economische Raad stelt in haar advies “Discriminatie werkt niet” dat werkgevers niet bewust zijn dat ze discrimineren en dat het voor veel mensen onduidelijk is wat discriminatie daadwerkelijk is. Dit gebrek aan begrip over wat discriminatie inhoudt is echter een breder maatschappelijk probleem dat te maken heeft met een gebrek aan historisch besef over de verbinding tussen het gedeelde koloniale verleden en hedendaagse vormen van structurele ongelijkheid.

Wat heeft arbeidsmarktdiscriminatie met het koloniale verleden te maken?
Nederland is eeuwenlang een koloniale natie geweest. In het dominante beeld was de overzeese expansie, de oud-Hollandse handelsgeest en de dominantie over de wereldzeeën een bron van trots. Tijdens het Sail-debat zei premier Rutte onlangs nog dat we terug moeten naar de sfeer van de Gouden Eeuw. Wat voor Nederland een gouden tijdperk was, was voor de tot slaaf gemaakte Afrikanen, inheemse Amerikanen en de koloniale onderdanen in de Aziatische kolonies echter een zwarte bladzijde in de geschiedenisboeken. Het was namelijk een periode waarin de Nederlandse elite door slavernij en kolonialisme haar rijkdom vergaarde over de ruggen van miljoenen onderdrukte mensen. Dit dehumaniserende systeem werd gelegitimeerd door een ideologie van racisme, waarin de witte Europese cultuur tot ideaal werd verheven in een raciale hiërarchie, terwijl andere volkeren als inferieur, minderwaardig en onbeschaafd werden gezien. Afrikanen – bestempeld als ‘negers’ – werden gereduceerd tot minder intelligente, onbetrouwbare, emotionele en luie wezens. Deze racistische en stereotyperende beeldvorming vertaalde zich naar de filosofie, de wetenschap maar naar beelden in populaire cultuur zoals muziek, theater, kinderboekjes en mythische figuren zoals Zwarte Piet. De slavernij werd juridisch gezien in 1863 afgeschaft, deze beelden hebben echter tot diep in de 20e eeuw ons denken beïnvloed.

Hoewel we in Nederland niet langer in termen van ras spreken, is ons collectief onderbewustzijn volgens professor Gloria Wekker historisch geworteld in vier eeuwen koloniale productie waardoor de cultuur van niet-westerse ‘etnische minderheden’ ofwel ‘allochtonen’ als minderwaardig worden gezien ten opzichte van westerse of Nederlandse cultuur. De raciale hiërarchie is geëvolueerd in een etnische hiërarchie waarin groepen worden gecategoriseerd en gewaardeerd op basis van etniciteit en de mate van ‘integratie’ in de normen en waarden van de dominante groep. Zo schrijft het SCP in de discriminatiemonitor 2010:

Surinamers beschouwen werkgevers als goed geïntegreerd en gezellig, maar zijn geen harde werkers en minder goede leidinggevenden. Marokkanen en Antillianen beschouwt de gemiddelde Nederlandse werkgever als onbetrouwbaar en crimineel. Hieruit bleek dat bij gelijke geschiktheid men eerst voor een ‘autochtone’ Nederlander zou kiezen en in laatste instantie voor een Nederlander van Marokkaanse of Antilliaanse afkomst. Surinaamse en Turkse Nederlanders namen een midden positie in.

Arbeidsmarktdiscriminatie als een vorm van institutioneel racisme

Met het afschaffen van de slavernij is het racisme niet uit onze samenleving verdwenen. Daarom moeten we het bewuste en ‘onbewuste’ racisme blijven bestrijden.

Ook tijdens de bijeenkomst erkende Asscher dat een gebrek aan historisch besef bijdraagt aan discriminatie op de arbeidsmarkt. Hoewel de slavernij een onderdeel is van het canon kunnen scholen hun eigen accent aanbrengen in het (geschiedenis)onderwijs waardoor dit deel van de geschiedenis vaak onderbelicht blijft.  Ons collectief onderbewustzijn, waarin het verleden ontkoppelt is van het heden en witheid de onbevraagde dominante norm is, is doordrongen van stereotype beelden een historische ingebedde vooroordelen. Deze denkbeelden zijn geïntegreerd in de structuren en instituten van onze samenleving waardoor mensen die niet tot de dominante groep van witte Nederlanders horen bij gelijke geschiktheid toch minder kans hebben om uitgenodigd te worden voor een sollicitatie. Dit fenomeen noemen we institutioneel racisme. Zo kunnen bedrijven die zichzelf als open en ‘tolerant’ zien toch ongelijkheid in stand houden waardoor de werkvloer melkwit blijft en divers talent buiten de poort gehouden wordt. In de rapporten van het SCP en de SER van de afgelopen 10 jaar én in het actieplan van Asscher komt het woord racisme echter geen enkele keer voor. De beperkte definitie van discriminatie die in de rapporten van het SCP en de SER worden gehanteerd schieten dan ook tekort om tot de kern van het probleem te komen.

Pak het probleem bij de kern aan
In een rapport van het College voor de Rechten van de Mens en een schaduwrapport dat onlangs door het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), New Urban Collective en 25 andere grassroots organisaties aan de CERD werd aangeboden werd gesteld dat de Nederlandse overheid tekort schiet om racisme aan te pakken. Zwarte Piet is slechts een symbool van een dieper liggend probleem van institutioneel racisme. Het activisme van Afro-Caribische jongeren heeft het onderwerp racisme echter wel op de politieke agenda gekregen, terwijl racisme jaren geleden nog een taboe was. Dat is een vorm van emancipatie en vrijheid. Het is prijzenswaardig dat minister Asscher zich inzet om arbeidsmarktdiscriminatie aan te pakken. De maatregelen die hij in het actieplan discriminatie voorstelt zoals het stimuleren van een diversiteitsbeleid bij bedrijven, het vergroten van de kennis en het bewustzijn over discriminatie, hebben de potentie om verandering teweeg te brengen. De maatregelen zullen echter gereduceerd worden tot mooie PR zonder duurzaam resultaat als ze niet in de kern verbonden zijn aan een commitment om racisme uit te bannen. Discriminatie en racisme zijn hardnekkige en structurele problemen die om culturele verandering en structurele oplossingen vragen.

De werkloosheid onder Afro-Caribische en andere migrantenjongeren is al jaren structureel hoger in vergelijking met ‘autochtone’ jongeren. Voorgaande maatregelen hebben weinig geholpen waardoor er veel talent verloren gaat. De minister zegt dat hij niet gelooft in de invoering van een quoteringsbeleid voor diversiteit binnen organisaties want “het versterkt de negatieve gevolgen en stigma’s”, omdat zowel de werknemer als de collega’s dan kunnen denken dat de werknemer wordt aangenomen vanwege zijn/haar achtergrond en niet vanwege zijn/haar kwaliteiten. Echter om een doorbraak te forceren roepen New Urban Collective en IZI Solutions de minister toch op om een quotum in te stellen waarin wordt gewerkt naar het krijgen van een representatief aantal mensen met een migrantenachtergrond in alle lagen van de overheid én het bedrijfsleven.

Wij hebben het geloof dat Nederland een land kan zijn waarin de idealen van rechtvaardigheid en gelijkheid niet alleen in woorden maar ook in de praktijk gerealiseerd kunnen worden. Dat kan echter alleen als we, zoals de minister in zijn Keti Koti toespraak stelde, “ons gedeelde verleden onder ogen zien”. Want wat is het nut van de slavernij in het canon, als het weinig tot niet wordt onderwezen? Er dient meer onderwijsmateriaal te worden ontwikkeld waarin de verbinding tussen het koloniale verleden en hedendaagse vormen van racisme zoals arbeidsmarktdiscriminatie inzichtelijk wordt gemaakt. En het dient gemonitord te worden of onze kinderen de lessen uit dit verleden leren, zodat ze samen kunnen werken aan een toekomst waarin Jeffrey dezelfde kansen als Jan heeft en Mohammed dezelfde kansen als Mark.
Dit artikel is geschreven door Mitchell Esajas en Dionne Abdoelhafiezkhan

Geef een reactie

Laatste reacties (261)