Laatste update 14:10
15.605
93

Universitair docent en onderzoeker

Dr. Karim Bettache is gepromoveerd in de cross-culturele psychologie en werkt als universitair docent en onderzoeker.
Hij houdt zich voornamelijk bezig met zaken als moraliteit en racisme.
Zijn doel: een inclusieve samenleving.

De strijd om Zwarte Piet: waarom de minderheid al gewonnen heeft

De geschiedenis heeft aangetoond dat een minderheidsgroep vaak succesvol is verandering teweeg te brengen, mits zij het morele gelijk aan haar zijde heeft

Ik was als kind dol op Zwarte Piet. Ik heb prachtige herinneringen aan hoe bij mijn oom en tante het licht uitging, ik zal een jaar of 6 geweest zijn, en oom Hendrik zich voordeed als Zwarte Piet en pepernoten het huis in gooide. Mijn neefje en ik waren door het dolle heen. Jawel, Zwarte Piet was speciaal naar ons toegekomen om op pakjesavond pepernoten naar ons toe te gooien.

U begrijpt, ik heb nooit een probleem gehad met Zwarte Piet. Ik heb Zwarte Piet ook nooit als een racistisch symbool gezien. Zwarte Piet hoorde gewoon bij Sinterklaas en daarmee was voor mij als kind de kous af. De link tussen Zwarte Piet en zwarte mensen legde ik niet.

Zwarte Piet
cc-foto: Misanthropic One

En dat is het punt in de Zwarte Piet discussie. Het feit dat ik iets als geen last ervoer, betekent niet dat dit ook voor een ander geldt. Ik ben niet zwart, ik ben ook niet donkerbruin gekleurd. Ik neig meer naar het witte dan het donkere, dus ik heb geen flauw idee hoe het écht voelt om ieder jaar geconfronteerd te worden met Zwarte Piet. Ik weet echter wel wat het is om gediscrimineerd te worden, ik weet ook hoe racisme voelt, en op die manier leg ik de link van mijn eigen ervaringen naar die van hen, zij die zwart zijn, en dus pijn ervaren bij Zwarte Piet. Dat is de schoonheid van empathie: het lijden van een ander kunnen inbeelden door het op jezelf toe te passen.

Ik ben hiermee gekomen bij het eerste van de twee dilemma’s binnen het Zwarte Piet debat. Dilemma één: leden van de (witte) meerderheidsgroep die het pertinent weigeren om Zwarte Piet als racisme te zien. Om vervolgens zij die dat wel zo zien weg te zetten als oproerkraaiers. Dit is de groep binnen het pro-Pieten kamp die nog om kan. Hun drijfveer is niet racisme, maar onbegrip. Zij kunnen overtuigd worden wanneer ze hun standpunt vanuit een andere invalshoek zien.

Deze groep dient binnen een moreel dilemma geplaatst te worden. Nu is voor hen Zwarte Piet geen racisme, dus geen probleem. Maar, zodra ze (werkelijk) invoelen dat Zwarte Piet als racistisch ervaren wordt, is het voor hen persoonlijk moreel onhoudbaar dit symbool te blijven steunen.

Ook iedere witte Nederlander weet wat het is om gediscrimineerd te worden. Iedereen is er wel eens onterecht uitgepikt, of dat nu op het werk was, op school, of waar dan ook. We zijn allemaal wel eens onterecht de klos geweest (omdat je anders dacht, omdat je rood haar hebt, omdat je zo’n grote bril ophebt, omdat mensen je te dik vonden, etc.). Stel je dan nu eens voor dat je je hele leven chronisch onterecht de klos bent omdat je er anders uitziet, althans anders dan de meerderheidsgroep. Dat je van kinds af aan systematisch de klos bent om je uiterlijk. Dat je nooit door kunt groeien op het werk, dat mensen je mijden op straat, of dat kinderen naar je wijzen en ‘hé Zwarte Piet!’ roepen. Op die manier kun je je empathie verleggen naar hen die er anders uitzien. We delen grotendeels vergelijkbare ervaringen omdat we dezelfde evolutionaire geschiedenis delen, namelijk die van het menszijn. Onze pijn door onrecht voelt hetzelfde. Het enige verschil is dat minderheden er vaker (chronisch) het slachtoffer van zijn.

Kortom, al kunnen we de ervaringen van onze zwarte landgenoten betreffende Zwarte Piet nooit volkomen inbeelden, we kunnen de pijn wel begrijpen. Als onze landgenoten zo verschrikkelijk ongelukkig worden van een symbool dat wij gebruiken, waarom zouden we dan in godsnaam onze redelijkheid niet tonen en kijken of we samen tot een nieuwe oplossing kunnen komen?

Laten we er geen doekjes om winden: de strijd is al gestreden. Het pro-Pieten kamp is moreel volledig failliet. Het is ethisch echt onhoudbaar.

Het begon met de gewelddadige arrestaties van vreedzame demonstranten in Rotterdam waarbij overmatig geweld door de politie niet werd geschuwd. Op andere plekken liet ze haar officieren verkleed als Zwarte Piet rond patrouilleren om zo dissident geluid snel de kiem in te kunnen smoren. Het is verbijsterend, de politie maakt onderdeel uit van ons veiligheidsapparaat die in een democratie onder andere de belangrijke taak heeft om minderheden te beschermen. Zij dient neutraliteit uit te stralen.

Of herinnert u zich nog de arme mevrouw die in haar uppie demonstreerde voor West-Papua? Zij werd door een groep landgenoten als een anti-Zwarte Piet demonstrante aangezien en onder luid gescheld, geduw en getrek werd haar gesommeerd op te rotten, terug naar haar land dat niet bestaat. Het was werkelijk pijnlijk om te zien. Niet alleen om het lijden van die arme mevrouw, maar ook om het animalistische niveau van de Neanderthalers die ik mijn landgenoten moet noemen.

En, uiteraard, als klap op de vuurpijl hebben we Minister-President Rutte die werkelijk geen flauw benul heeft van wat het betekent om een democratie te leiden. Een leider fungeert niet alleen als beschermheer van kwetsbare minderheden, maar ook als verbinder. Echter, verder dan ‘normaal doen’ komt de man niet. Iets dat mij trouwens niet verbaast gezien zijn partij door en door corrupt is en derhalve een moreel kompas geen onderdeel uitmaakt van haar politieke ideologie. Ik had nooit gedacht dit ooit te zeggen, maar zelfs Balkenende verstond zijn vak beter.

Dit brengt ons bij de andere groep pro-Pieten: de harde kern. Voor hen heeft het Zwarte Piet debat niets, maar dan ook helemaal niets, met Zwarte Piet zelf te maken. Dilemma twee: leden van de (witte) meerderheidsgroep die het Zwarte Piet debat aanzien als een ordinaire machtsstrijd. Dit zijn leden van de geprivilegieerde meerderheidsgroep die uit racistische redenen geen centimeter toe willen geven aan een minderheid: ‘We gaan helemaal niets toegeven aan die zwartjoekels’. Dit is de groep die niet kan worden overtuigd. Het is tevens ook de meest millitante groep. Zij behoren niet tot de redelijke meerderheid. Ware het niet Zwarte Piet, dan hadden ze wel een andere reden gevonden om te benadrukken dat zwarte mensen niet welkom zijn en hun mond moeten houden. Zij zijn het ook die de barricades opgooien om vreedzame demonstranten te stoppen, of andersdenkenden met de dood bedreigen. Hun Hitlergroeten verraden hun immorele bedoelingen.

Dit is tegelijkertijd ook hun ondergang. De geschiedenis heeft uitgewezen dat een minderheidsgroep met het morele gelijk aan haar zijde uiteindelijk zegeviert. Hetzij het homohuwelijk of gelijke rechten voor zwarten in Amerika, de schoonheid van de mens ligt hem in het feit dat het goede vaak zegeviert.

Met het virulente racisme en haar gewelddadige tendensen heeft het pro-kamp zich in een moreel onhoudbare positie gewrongen. Zij heeft al verloren.

De redelijke meerderheid is echter nog te stil en zij dient zich te laten horen. “Dit nooit weer!”, luidt het ieder jaar op 4 mei. Wij Nederlanders begrijpen de diepere betekenis van dit simpele en korte zinnetje. Het betekent dat u en ik een verantwoordelijkheid hebben. We zijn onderhand jaren verder en het fascisme groeit.

Waarom bent u nog zo stil?

Geef een reactie

Laatste reacties (93)