5.923
233

Historicus

Historicus

Zwarte Vrijdag

Het is duidelijk dat politieke leiders die zozeer de grenzen overschreden hebben, in hun functies niet langer gehandhaafd kunnen worden. 

Vrijdag 30 juli 2010 staat nu al bekend als Zwarte Vrijdag. Het is ongetwijfeld de zwartste dag uit de Nederlandse geschiedenis sinds 5 mei 1945 (al weten we niet wat ons nog te wachten staat). Het is de dag waarop enkele Nederlandse politieke partijen een principiële grens hebben overschreden.

Op de avond van deze vrijdag deelden de fractievoorzitters van VVD en CDA, Mark Rutte en Maxime Verhagen, in een verklaring die ze samen met de fractievoorzitter van de PVV, Geert Wilders, afgaven, mee dat ze gaan onderhandelen over een regeerakkoord tussen VVD en CDA, dat door middel van een gedoogakkoord door de PVV gesteund zal worden.
Rutte en Verhagen verklaarden samen met Wilders dat de partijen “elkaars verschil van inzicht” over de vraag of de islam te karakteriseren valt “als óf religie óf (politieke) ideologie” “accepteren”. En iets verderop herhalen ze dat nog eens door te reppen van “acceptatie van elkaars verschillen van mening en het volledig aan elkaar gunnen van de vrijheid van meningsuiting over bestaande verschillen van inzicht”.
Wat dit betekende, konden we heel snel zien. PVV-leider Wilders legde aan de verzamelde pers uit dat hij voortaan door zou kunnen gaan met zijn bekende uitspraken over de islam. De werkelijkheid is dus niet zozeer dat de PVV een minderheidskabinet gedoogt, maar dat VVD en CDA de rabiate uitspraken van Wilders voortaan officieel gedogen.
Wie het ‘partijprogramma’ van de PVV raadpleegt, zal al snel zien dat deze partij onder meer de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging niet op de islam wil betrekken, een heilig boek wil verbieden, hoofddoekjes wil belasten en de “strijd tegen de islam” “het kernpunt van ons buitenland beleid” wil maken. De PVV keert zich in ieder geval tegen de artikelen 1 (rechtsgelijkheid), 6 (godsdienstvrijheid) en 7 (uitingsvrijheid) in de Nederlandse Grondwet. Ook dat is binnen ons rechtsbestel toegestaan, maar wel moet geconstateerd worden dat een partij die zich uitspreekt tegen deze fundamentele grondrechten, zich een vijand van onze rechtstaat betoond te zijn. Onze vrijheden zijn ongedeeld: ze gelden voor alle burgers zonder uitzondering gelijkelijk. Wie dat niet aanvaardt, verwerpt de vrijheden die van ons allen zijn. Niet wat wij van de islam vinden, is het kernpunt, maar of we de rechtstaat de moeite van het verdedigen waard achten. De PVV moet zonder meer als een antirechtstatelijke partij aangemerkt worden en bovendien als een ondemocratische partij, omdat ze geen leden kent.
Door middel van hun verklaring hebben Mark Rutte en Maxime Verhagen aangegeven dat ze dergelijke pleidooien tegen onze rechtsorde accepteren als een legitieme uiting van een gedoogpartner. Hiermee hebben ze aan abjecte opvattingen een zekere rechtvaardiging gegeven. Vanuit hun verantwoordelijkheid hadden ze zover nooit mogen gegaan. Het is duidelijk dat politieke leiders die zozeer de grenzen overschreden hebben, in hun functies niet langer gehandhaafd kunnen worden. Rutte en Verhagen horen als fractieleider – en mogelijk als Tweede Kamerlid – terug te treden. De fracties van VVD en CDA die met deze verklaring hebben ingestemd, dienen onverwijld op hun schreden terug te keren en alsnog luid en duidelijk uit te spreken dat ze elke aanslag op de grondslagen van onze liberale rechtstaat afkeuren – en hun welgemeende excuses voor hun dwaling aan te bieden.
Het is nadrukkelijk niet zo dat de PVV bij voorbaat buiten regeringsdeelname had moeten worden gehouden. Als deze partij bereid was geweest de rechtstaat expliciet te erkennen, had ze uitstekend deel uit kunnen maken van een meerderheidskabinet. De verklaring die de FPÖ van Jörg Haider in Oostenrijk in 2000 ondertekende, biedt daarbij een goed voorbeeld. Aan alle andere vragen had de vraag vooraf moeten gaan of de PVV de rechtstaat wilde erkennen. Informateur Ruud Lubbers had zelf die vraag in zo grote mogelijke openheid behoren te stellen. Het Nederlandse volk had er recht op op dit punt uitsluitsel te krijgen.
Het is duidelijk dat informateur Lubbers met het resultaat dat vrijdagavond werd aangekondigd, niet bij Hare Majesteit koningin Beatrix terug kan keren. Zijn opdracht betrof nadrukkelijk een onderzoek “welke overige mogelijkheden voor een parlementair meerderheidskabinet” uit de vijf partijen VVD, PvdA, CDA, D66 en GL nog aanwezig waren “en of er daarnaast andere meerderheidsvarianten nader inhoudelijk onderzocht moeten worden”. Wat zich nu aandient, is geen meerderheidskabinet. Lubbers heeft zijn plicht verzaakt en de gevraagde onderzoekingen niet uitgevoerd. Dat is ook zijn eigen interpretatie, voor zover bekend. Zo kan hij niet bij Hare Majesteit terugkeren.
Mocht hij dat toch wagen, dan dient koningin Beatrix haar gezag te gebruiken en nadrukkelijk te constateren dat de informatie-opdracht niet is uitgevoerd. Bij haar aantreden in 1980 heeft ze een eed afgelegd. Nu kan de gelegenheid komen dat ze nadrukkelijk de rechtstaat moet bewaken en partij moet kiezen. De huidige en de toekomstige minister-president zullen dat optreden nadrukkelijk voor hun verantwoordelijkheid horen te nemen, maar dat zal geen enkele liberale democraat moeilijk vallen.
Mocht een minderheidskabinet bestaande uit VVD en CDA onverwijld toch aantreden, dan dient de Eerste Kamer haar verantwoordelijkheid te nemen. CDA en VVD beschikken daar samen over slechts 35 van de 75 zetels. De overige partijen zouden nu gezamenlijk al behoren te verklaren dat het voorgestelde kabinet bij de eerste de beste gelegenheid met een motie van wantrouwen geconfronteerd zal worden.
In 1946 haalde de CPN 10,6% van de stemmen, in 2010 haalde de eveneens antirechtstatelijke PVV 15,5% van het stemmenaantal. Zoals men toen om de communisten heen kon, kan men nu zonder nieuwrechts. Geconstateerd moet worden dat voor een minderheidskabinet met gedoogsteun door de PVV momenteel elke noodzaak ontbreekt. Het gaat niet om een laatste optie. Vele mogelijkheden dienen zich aan voor VVD (31 zetels) en CDA (21). Als we twee kleinste partijen – SGP en PvdD met beiden 2 zetels om praktische redenen buiten beschouwing laten – dan zijn er nog vijf partijen die voor coalitievorming in aanmerking komen: PvdA (30), SP (15), D66 (10), GL (10) en CU (5). Samen hebben die 70 zetels. In alle mogelijke combinaties zouden deze partijen coalities kunnen vormen, waarbij alleen VVD of CDA dan nog hoeven aan te schuiven. De keuze is aan VVD en CDA: genoeg levensvatbare mogelijkheden, maar wenst men die ook te benutten?
Het gaat hier om de rechtstaat, dat is de kern, maar het gaat hier ook om de omgang met medemensen en om de naam van Nederland in het buitenland. Het is maar al te zeer bekend dat de meer rabiate optredens en uitingen van Geert Wilders vaak buiten de Nederlandse landsgrenzen plaatsvonden. Menigeen zal zich nog de bizarre Londense vertoning herinneren waarbij Wilders de Turkse premier beledigde. Vanwege zijn uitnodiging aan Wilders werd een Berlijnse CDU-politicus onlangs uit zijn fractie gezet. Wilders’ vrienden in de USA, Israël en elders staan vaak niet om hun goede naam bekend.
In een artikel dat ik vorige week zaterdag (24 juli) in NRC Handelsblad schreef en dat een zo welwillend mogelijke analyse van de uitingen over de islam door Geert Wilders bevatte, maakte ik een onderscheid tussen diens kritiek op de islam en de politieke consequenties die hij daaruit trekt. Sommigen vonden mij te toegevend inzake het eerste punt. Daarom nog dit. Weliswaar hoeven we niet de leer – met name bestaande in voorschriften – van de islam te verdedigen, het is nadrukkelijk wel zaak om te beseffen dat Wilders met zijn aanvallen op die islam vele mensen in Nederland en elders tot in het diepst van hun ziel beledigt. De islam zoals ze zich in de vorm van haar aanhangers manifesteert, is een veelkleurig religieus en cultureel fenomeen. Het gaat ook om een concrete levensvorm waarmee mensen zich verbinden die zeer verschillende opvattingen aanhangen. Alle moslims, van zeer gelovig tot seculier, worden door Wilders en de PVV keer op keer beledigd. Democratische partijen als VVD en CDA horen dat niet te gedogen.
De ernst van de situatie ligt erin dat een principiële norm gisteren overschreden is. Naar mijn idee hoeven we niet bang te zijn dat de antirechtstatelijke opvattingen van de PVV direct in wetgeving omgezet worden. Maar dat is het punt niet. Het gaat nu om de handhaving van een fundamentele en principiële norm. Aan het beledigen en schelden – een fenomeen dat men onder aanhangers van de PVV ook veelvuldig aantreft op internet en Twitter – dient paal en perk gesteld te worden. Tot hier toe en niet verder. Nu Rutte en Verhagen verzuimd hebben de PVV de rechtstaat te laten erkennen, dient de druk vanuit de maatschappij, uit de kring van bewuste burgers te komen.
Wat te doen? Dat is een lastige vraag. Allereerst zou ik aan leden van VVD en CDA willen verzoeken om binnen hun partijen in actie te komen, bijvoorbeeld door een congres of andere vormen van ledenraadplegingen af te dwingen. De huidige politieke leiders zullen tot aftreden gedwongen moeten worden en de fracties tot inkeer. Ik zou met name ook willen vragen om dit betoog door te sturen aan familieleden, vrienden en kennissen die lid zijn van de twee partijen – en ook aan politici en oud-politici binnen deze partijen. Laat men de leden van de fracties in Tweede en Eerste Kamer zoveel mogelijk benaderen. Op VVD en CDA komt het nu aan.
Verder zou het misschien goed zijn met een aantal mensen een Burgercomité voor de rechtstaat op te richten. Zelf zie ik daartoe nauwelijks mogelijkheden – ook omdat de tijd mij ontbreekt – maar ik wil mijn verantwoordelijkheid ook niet ontlopen. Misschien kunnen we met een aantal mensen zo’n comité gestalte geven. Het doel zal nadrukkelijk niet partijpolitiek moeten zijn. Het gaat om de rechtstaat en de handhaving van elementaire normen in het politieke discours. Het wordt tijd dat na tien roerige jaren het fatsoen weer richtinggevend wordt in de Nederlandse politiek.
Een eerste actiepunt zou kunnen zijn om nu direct tijdens de formatie druk uit te oefenen. Daarna kan men denken aan bijeenkomsten, advertenties, een website en meer. Of de PVV nu wel of niet een kabinet zal gedogen, het zal van belang blijven om eventuele antirechtstatelijke initiatieven en uitingen op een zakelijke en onpartijdige wijze te registreren en aan de kaak te stellen.

Geef een reactie

Laatste reacties (233)