In het Amsterdamse Oosterpark vond woensdagmiddag Keti Koti plaats, de jaarlijkse officiële herdenking en viering van de afschaffing van de Nederlandse transatlantische slavernij in Suriname en het Caribisch gebied. Onder meer burgemeester van Amsterdam Femke Halsema en minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) gaven toespraken, evenals Linda Nooitmeer, voorzitter van het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee). Vanwege de corona-maatregelen vond rondom de herdenking dit jaar geen festival plaats, ook was maar plaats voor een beperkt aantal aanwezigen.

‘De gevolgen van institutioneel racisme zijn zo desastreus, dat er de afgelopen Keti Koti maand op verschillende plekken in Nederland door tienduizenden mensen gedemonstreerd is tegen dit institutioneel racisme,’ zei Nooitmeer in haar toespraak, verwijzend naar de vele Black Lives Matter-demonstraties. Die strijd tegen institutioneel racisme is volgens haar dan ook waarom NiNsee in 2002 werd opgericht ‘en haar missie uitvoert’:

En dat is nog hard nodig, want wat nog onvoldoende beseft wordt, is dat de doorwerking van het slavernij en koloniale verleden voor Nederlanders met Afrikaanse roots centraal staat bij het ter hand nemen van de eigen toekomst. […] Sinds vandaag, 1 juli, is Keti Koti binnen het venster slavernij in de Canon van Nederland opgenomen. Dat is een belangrijke mijlpaal.

Volgens Nooitgedacht is het onderwijs bij uitstek cruciaal om meer bewustzijn met betrekking tot het slavernijverleden te creëren. Een mening die zij deelt met de Amsterdamse burgemeester Halsema.

Femke Halsema: ‘Kantelpunt bereikt’
Halsema merkte in haar toespraak op dat de geschiedenis leert ‘dat verandering mogelijk is, maar het heden leert ons dat verandering te traag gaat’. Daarom moet er volgens de burgemeester harder gewerkt worden. Ook zij verwees naar de BLM-demonstraties. Daarover zei ze:

Wat begon met een paar activisten die het durfden om onrecht ter discussie te stellen en confronterende gesprekken te beginnen. Die genegeerd werden en belachelijk gemaakt, of vaker nog gehaat en bedreigd. Dat is de laatste maand uitgegroeid tot een onstuitbare nieuwe volksbeweging van moeders en dochters, vaders en zonen, grootouders en kleinkinderen. Van winkeliers, onderwijzers, verpleegkundigen en politieagenten.

Black lives matter, sprak Halsema: ‘Of zoals op spandoeken te lezen valt ‘Genoeg is genoeg’. Volgens de burgemeester is daarmee ‘een kantelpunt bereikt’.

Ingrid van Engelshoven
Minister van Engelshoven erkende in haar toespraak dat de Nederlandse overheid er onvoldoende in slaagt ongelijke behandeling en uitsluiting te voorkomen:

Als ik namens deze regering in de spiegel kijk, dan moet ik erkennen dat dit nog steeds niet altijd lukt. Wie de pijn van uitsluiting en ongelijkheid voelt, verdient deze eerlijkheid.

Een jaar geleden bij Keti Koti 2019 sprak minister Wouter Koolmees namens de regering ‘diepe afschuw, berouw en spijt’ uit. En hoewel GroenLinks-leider Jesse Klaver er vorige maand nog bij premier Mark Rutte op aandrong nu eindelijk eens over te gaan tot oprechte excuses van de Nederlandse overheid voor de rol in de transatlantische slavernij, kwamen die er ook dit jaar niet. In plaats daarvan zei Van Engelshoven dat spijt betuigen, zoals vorig jaar dus gebeurde, niet genoeg is:

We kunnen wie in 2020 leeft niet direct verantwoordelijk houden voor wat al generaties achter ons ligt. Maar wat onze voorouders heeft verdeeld, mag óns niet blijven scheiden. Willen we hier samen bezinnen op wat achter ons ligt, en willen we als Nederlanders van nu sámen de toekomst kleuren, dan zijn spijt, berouw en schaamte voor een gruwelijk verleden niet genoeg.

Lees hieronder de volledige toespraak van minister Van Engelshoven:

‘Ik heb er wereldwijd een grote familie bijgekregen’.

Dat zei de tante van George Floyd, toen ze sprak op zijn uitvaart.

In de dagen daarvoor waren vele duizenden mensen de straat op gegaan.
In de Verenigde Staten, in Europa, en in onze eigen Nederlandse steden.

U zag ze ook.

Misschien liep u mee, of stonden je ouders, uw kinderen of kleinkinderen in de menigte.

Je kon zien dat niemand in de mensenmassa hetzelfde was. Maar in hun wil om iets te veranderen waren de betogers niet van elkaar te onderscheiden.

Beste mensen,

Wat er de afgelopen maand gebeurde, voltrekt zich in een tijd waarin Nederland ontdekt, en bekent, dat we nog lang niet uitgeleerd zijn over onszelf.

Als er één periode in de geschiedenis is waar we bar weinig van willen weten, of pijnlijker nog, die we de rug toekeren, dan is het wel de Nederlandse rol in de slavenhandel.

Maar net zo vastbesloten als we van ons verleden zijn weggerend kunnen we ons omdraaien en terugkijken.

Terugkijken naar een tijd waarin zoveel rijkdom is vergaard, en harteloos ingewisseld voor onvoorstelbaar veel angst, pijn, verdriet en geweld.

U en ik, hier vandaag,
wij leven zonder fysieke ketens.

Wij hebben niemand tot slaaf gemaakt zien worden.

En wij hebben vrijheidsstrijders als Cuffy en Tula nooit ontmoet.

Maar ons slavernijverleden is nog altijd dichtbij, in de verhalen van zwarte grootouders, en hún vaders en moeders.

En daar stopt het niet.

Zolang de ene Nederlander de andere discrimineert, op basis van zijn of haar huidskleur, zijn we nog elke dág getuigen van een vreselijk verleden.

Het uit zich in scheldpartijen, in vernedering, haat of geweld, én in systemen.
Vaker nog is het hoor- en voelbaar in een opmerking, bewust of onbedoeld.

Welke vorm discriminatie ook heeft: het wordt onvoldoende erkend en doorbroken.
Er zijn altijd redenen om weg te kijken.

Slavenhandelaren en eigenaren van honderden jaren geleden zijn mede hierdoor niet van hun gruweldaden weerhouden.

En hoewel de mens [gelukkig] niet immuun is voor vooruitgang, vinden we tegenwoordig nog altijd redenen om niet over discriminatie te hoeven praten.

En wordt de stille, witte meerderheid nerveus als het woord ‘racisme’ valt.

Dat is van tóen, zeggen we.

Toen was het er óók, wil ik daar van maken.

Het feit dat de vrijheid van onze zwarte voorouders ooit is verhandeld door onze witte voorouders, raken we nooit kwijt en gaan we niet vergeten.

Maar we zijn het ook nog altijd niet kwijt dat velen van ons zoveel later nog in gescheiden werelden leven.
En dát reken ik het Nederland van toen én nu aan.

Verschillen die lang geleden zijn veroorzaakt, zitten ons nog altijd in de weg. En we kunnen pas samen vooruit, als we zonder vrees onze geschiedenis erkennen, en er over durven spreken.

Vandaag begint daarom de dialoog die dit kabinet laat organiseren, over hoe het slavernijverleden nog steeds invloed heeft op ons dagelijks leven.

Ik hoop dat het de ogen van vele Nederlanders, jong en oud, zal openen.

Vorig jaar om deze tijd stond er een wijs, 11-jarig meisje in de krant.

Ze zei:

“Dat zo veel mensen niks over de slavernij weten komt doordat volwassenen de informatie niet laten zien”.

Het is confronterend om te zeggen, maar ze heeft een punt.

Het bewijst hoe belangrijk onderwijs over het slavernijverleden is.
Het vertelt mij ook hoe belangrijk tentoonstellingen over het slavernijverleden zijn.

We hebben plekken nodig waar je ontdekt dat er een tijd was waarin mensen werden weggeroofd van hun geliefden, verkocht, tewerkgesteld en de dood ingejaagd.

Door Engelsen.
Door Fransen.
En door onze Nederlandse voorouders.

Met een nationale museale voorziening voor het slavernijverleden komt die geschiedenis nog scherper in beeld.
En wordt ook vastgelegd dat we vooruitgang boeken.

Want de erfenis van het slavernijverleden,
de nog dagelijkse discriminatie en racisme,
hoort in een museum thuis,
en heeft in onze toekomst niets te zoeken.

Al die mensen die de afgelopen maand de straat opgingen weten dat allang.
Hun protesten moeten de rest van Nederland de drempel over helpen.

Beste mensen,

We kunnen de machthebbers van lang geleden niet meer tot de orde roepen.

We kunnen wie in 2020 leeft niet direct verantwoordelijk houden voor wat al generaties achter ons ligt.

Maar wat onze voorouders heeft verdeeld, mag óns niet blijven scheiden.

Willen we hier samen bezinnen op wat achter ons ligt, en willen we als Nederlanders van nu sámen de toekomst kleuren, dan zijn spijt, berouw en schaamte voor een gruwelijk verleden niet genoeg.

Als overheid hebben we bij álles wat we doen, de taak om ongelijke behandeling en uitsluiting te voorkomen.

En als ik namens deze regering in de spiegel kijk, dan moet ik erkennen dat dit nog steeds niet altijd lukt.

Wie de pijn van uitsluiting en ongelijkheid voelt, verdient deze eerlijkheid.

Alleen zo ontstaat er ruimte voor gesprek, begrip, en verbinding.
Alleen zo ontstaat er ruimte om het beter te doen.
En alleen via deze weg is er hoop op een toekomst zonder racisme en discriminatie.

Laten we een voorbeeld nemen aan die wereldwijde familie, waar de tante van George Floyd het over had.

Dat is er eentje van verzoening. En daar móeten wij toch onderdeel van willen zijn.

Bronnen: AT5, Parool, Rijksoverheid

Geef een reactie

Laatste reacties (33)