6.476
180

Kunsthistoricus

Joëlle Daems is een kunsthistoricus, gespecialiseerd in de geschiedenis en theorie van de fotografie

Behoud van koloniale beelden is een vorm van verering

Het neerhalen van monumenten is niet het weghalen van geschiedenis, het is het maken van geschiedenis

Waar staat het standbeeld van JP Coen beter: in het IJsselmeer, zoals gebeurde met het beeld van slavenhandelaar Edward Colston, die een glorieuze duik nam in de haven van Bristol, of in het museum? Het antwoord op deze vraag lijkt makkelijk te zijn, voor velen is het museum namelijk de plek waar de beelden moeten eindigen, want het museum is de plaats waar alle vreselijke geschiedenis bewaard wordt, die niet mag verdwijnen, aangezien men ervan moet leren. Sommige kunsthistorici en politici voelen zich aangevallen, omdat de koloniale monumenten worden besmeurd, of menen dat zoiets niet mag gebeuren in een beschaafd land, want van de geschiedenis zou je moeten leren, en de artistieke waarde zou groot zijn.

JP Coen in Hoorn | Beeld: Wikipedia

Deze discussie is achterhaald: in een beschaafd land, als zoiets überhaupt al bestaat want van het woord beschaafd krijg ik de kriebels, laat je geen slavenhandelaars nationalistisch op een sokkel staan, geëerd voor het leven, en een klein bordje met tekst zal daar weinig aan veranderen. Dat de artistieke waarde en het belang van de witte geschiedenis vooropgesteld worden, doet af aan het echte probleem: racisme en de ignorantie om dat te onderkennen als witte mens. Het zou prettig zijn als deze kunsthistorici en politici zelf wat zouden leren van de geschiedenis, die ze zo graag in hun musea willen uitdragen.

Is het goed dat musea deze standbeelden willen opnemen in hun collecties, in het kader van openheid en geschiedenis? Is het goed als de musea plekken worden waar koloniale monumenten tentoongesteld worden, die te schadelijk worden geacht voor de publieke ruimte? Dat ze worden tentoongesteld met een belerende vinger, die toch niet zo belerend blijkt te zijn, want men denkt dat het kolonialisme enkel in het verleden ligt.

Het opnemen van de monumenten zegt iets over musea, iets wat eigenlijk al bekend was, het museum is regelmatig een dode plek, met dode geschiedenis, zonder debat, waar het nationalisme nog in ere wordt gehouden. Met het opnemen van de koloniale monumenten zegt men: hier zijn jullie wel welkom, meneer Coen, meneer Colston, hier mogen jullie tot in de eeuwigheid blijven staan. Dit zorgt ervoor dat veel mensen zich niet thuis voelen in musea, en nooit hebben gedaan. Het laat zien welk publiek musea willen aanspreken en opvoeden, het is niet inclusief, en je zou je kunnen afvragen of dit opvoeden niet nog steeds uit verhulde nationale trots bestaat.

Musea staan in dienst van de maatschappij en gaan voorbij aan een groot deel van de maatschappij. Uiteraard moet de geschiedenis getoond en bewaard worden, maar het neerhalen van monumenten is niet het weghalen van geschiedenis, het is het maken van geschiedenis. Bovendien is het behouden van koloniale beelden niet enkel geschiedenis, maar ook een vorm van hedendaagse verering. De getoonde geschiedenis in musea is eenzijdig en wit, waardoor de musea een kerkhof zijn van nationalistische trots door de eeuwen heen. Deze eenzijdigheid bevindt zich niet enkel in de individuele gevallen, maar het is systematisch. Er wordt voorbij gegaan aan een belangrijk aspect van musea, want musea zijn voor iedereen, musea zouden vermakelijk moeten zijn, men zou er blij van moeten kunnen worden, en zich er thuis moeten kunnen voelen. Als men zich afvraagt wat er met de standbeelden moet gebeuren, is het museum niet altijd het antwoord, hoe makkelijk en prettig het voor sommigen ook lijkt te zijn om de koloniale monumenten met open armen te ontvangen.

Geef een reactie

Laatste reacties (180)