1.655
96

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Het utopisme van Theodor Herzl en de demon van de uitsluiting

Over Palestina ligt de schaduw van dr. Geyer in zijn joodse en zijn islamitische gedaantes. Pas als die is vervaagd zijn er mogelijkheden verkettering, vernietiging en oorlog plaats te doen maken voor acceptatie, opbouw en welvaart.

Het is levensgevaarlijk je in een debat te wagen dat de kwestie van Israël en Palestina raakt. Onmiddellijk staan er partijgangers op om je de maat te nemen en bij de vijand in te delen. De betrokkenheid gaat alle perken te buiten. Met geen enkel internationaal conflict is dat het geval. Na de Tweede Wereldoorlog zijn miljoenen Duitsers voorgoed van hun woonstede verdreven. Daar kraait geen haan meer naar. Dat is de prijs voor een verloren oorlog. Ook het Armeens-Arbeidzjaanse conflict beroert de gemoederen nauwelijks. Over de Rohingya haalt iedereen de schouders op. Als echter Israël een rol speelt, is de boot aan. Dat heb ik van de week moeten ervaren toen ik kanttekeningen plaatste bij de definitie die opperrabbijn Jacobs aan ´hedendaags antisemitisme´ hecht. Ik bracht naar voren dat zo´n verwijt alleen maar terecht is als je vraagtekens zet bij het bestaanrecht van de staat Israël. Dat leverde heel wat commentaar op. Ik zou te weinig oog hebben voor de ontrechte Palestijnen. Theo Brand heeft zelfs op Joop een heel stuk geschreven waarin hij de dingen opnoemt die ik ben vergeten. Zijn artikel is buitengewoon anti-israëlisch. Ik durf er wat onder te verwedden dat opperrabbijn Jacobs er hedendaags antisemitisme in ziet maar dat heeft hij dan bij het verkeerde eind. Ik begrijp alleen niet waarom ik in een stukje over de definitie van jodenhaat Israël zo uitgebreid de oren had moeten wassen.

Eigenlijk zou ik het hierbij moeten laten maar sommige valkuilen zijn te aantrekkelijk om er niet in te stappen. Ik ga mij bemoeien met de wordingsgeschiedenis van Israël.

Theodor Herzl

Iedereen weet dat Theodor Herzl, redacteur bij de Neue Freie Presse te Wenen in 1896 een pamflet publiceerde met de titel Der Judenstaat. Daarin stelde hij voor dat een Jewish Company de bestuursmacht zou kopen over een ruim gebied in een staat die daarvan afstand wilde doen in ruil voor een deel van de staatsschuld en/of gratis infrastructuur. Vervolgens konden joden dan stukken grond pachten om zich daarop met hun bedrijven te vestigen. In zijn Judenstaat legt hij schetsmatig uit hoe dat allemaal gefinancierd kon worden.

Herzl noemde twee mogelijke lokaties: Argentinië en Palestina. Hij koos zonder omwegen voor de laatste optie omdat daar de joden oorspronkelijk vandaan kwamen. Hij had nog een tweede argument, dat in onze tijd uiterst vervelend overkomt.

Wenn Seine Majestät der Sultan uns Palästina gäbe, könnten wir uns dafür anheischig machen, die Finanzen der Türkei gänzlich zu regeln. Für Europa würden wir dort ein Stück des Walles gegen Asien bilden, wir würden den Vorpostendienst der Cultur gegen die Barbarei besorgen.

Lekker is dat: wal tegen Azië, voorpost tegen de barbarij. Herzl stelt de christelijke wereld bovendien voor dat het joodse bestuur de erewacht op zich neemt over de heilige plaatsen.

Ondertussen maakt de Jewish Company zijn gebied geschikt voor vestiging door joden. Een belangrijk gedeelte van Der Judenstaat gaat dan ook over het takenpakket van het bedrijf dat alle aspecten van het dagelijks leven bestrijkt. De Jewish Company zorgt in het bijzonder voor goede arbeiderswoningen. De werkdag telt niet twaalf of veertien uur, zoals gebruikelijk in het Europa van Herzl, maar zeven uur. Overwerk mag de drie uur per etmaal niet te boven gaan. Als utopist houdt de auteur van het detail. Hij zegt ook ergens dat de woningen voor ongeschoolde arbeiders van hout gebouwd moeten worden zolang er onvoldoende ander bouwmateriaal is. Herzl plaatste dit als in het kader van een maatschappijmodel dat kapitalistisch noch socialistisch is. Coöperaties van allerlei slag spelen de hoofdrol.

De Jewish Company is, schrijft Herzl, de nieuwe Mozes van de joden. Over de staatsvorm  blijft hij in het vage. Hij heeft het over een ‘aristocratische republiek’. Een joodse theocratie wijst hij nadrukkelijk af.

De omslag van Altneuland

Over de oorspronkelijke bevolking heeft Herzl het in zijn pamflet nergens. Dat doet hij wel in zijn utopische roman Altneuland – hier de Engelse versie. De Weense intellectueel dr. Friedrich Löwenberg en zijn Amerikaanse vriend Kingscourt komen na een verblijf van twintig jaar in Oceanië aan in het nieuwe door Joden omgevormde Palestina waar elektrische luchtspoorwegen voor de verbindingen zorgen tussen welvarende nederzettingen. Op straat loopt een internationaal publiek onder wie nadrukkelijk ook Arabieren. Er blijkt – zo leert de lezer langzaam maar zeker – geen staat te zijn opgebouwd maar een gemenebest, voornamelijk bestaande uit grote en klein coöperaties. Humanisme is het cement van deze kleurrijke maatschappij. Löwenberg en Kingscourt ontdekken dat in dit Gemenebest de meeste kranten in het bezit zijn van de abonnees die daartoe een coöperatie hebben gevormd. Ze genieten zelfs dividend. Wat die kranten betreft, ze zijn voor een gedeelte oraal. Onder de grond bevindt zich een dicht netwerk van audiokabels. Men beluistert thuis de gesproken krant met een koptelefoon. Een stap verder en Herzl had het internet verzonnen.

De vrienden maken ook kennis met de in Berlijn opgeleide architect Reschid Bey, die thuis strikte islamitische gewoontes aanhoudt. Daarom komt zijn vrouw Fatma nooit het huis uit maar ze krijgt gelukkig veel bezoek. Reschid, legt uit hoe hij zijn sinaasappelboomgaard heeft ingebracht om burger te worden van het gemenebest. Voelt hij zich niet beroofd? Reschid antwoordt: ¨Je zegt vreemde dingen, christen. Noem je iemand een rover die niets van je afneemt maar integendeel dingen brengt? We zijn rijker geworden door de joden. Waarom zouden we kwaad op ze zijn? Zij wonen onder ons als broeders. Waarom zouden we niet van ze houden? Ik had onder mijn geloofsgenoten nooit een betere vriend als David Littwak hier. Hij mag bij me thuis komen, dag en nacht, en vragen wat hij wil. Hij krijgt het. En ik weet, van hem kan ik op aan als een broer. Hij bidt in een ander huis tot de God die boven ons allen staat. Maar onze gebedshuizen staan naast elkaar en ik geloof altijd dat onze gebeden waneer zij naar boven gaan zich onderling mengen en dan gezamenlijk verder reizen tot zij Onze Vader bereiken¨. Volgens Reschid denkt de gewone man er helemáál zo over. ¨U moet het me niet kwalijk nemen, mijnheer Kingscourt, maar ik heb de tolerantie niet in het Westen geleerd. Wij moslims konden het met de joden altijd beter vinden dan jullie christenen. Toen de eerste joodse kolonisten hier kwamen een halve eeuw terug, vroegen de Arabieren de joodse lokale besturen vaak om te bemiddelen en om hulp en advies. We hebben nooit problemen gehad op dit gebied. Zo lang de politiek van Geyer niet de overhand krijgt, blijft alles in orde in ons vaderland¨.

Rabbijn dr. Geyer is de zwarte schaduw in Altneuland. Ooit was deze orthodoxe prediker een overtuigd antizionist, nu maakt hij met zijn scheldkrant propaganda voor een exclusief joods Palestina. Herzl laat in het midden of hij meer kan worden dan een spelbederver.

Aan het eind van het boek blijkt Reschid Bey lid van de assemblée die de nieuwe president moet kiezen omdat de oude is overleden.

Dan ook besluit de niet-joodse Kingscourt zich bij de nieuwe maatschappij in Palestina aan te sluiten terwijl Loewenberg naar Europa vertrekt om daar de coöperatieve gedachte te propageren. In de epiloog van Altneuland staat. ¨Nu, geliefd boek, moeten wij na drie jaar arbeid afscheid nemen. Je lijden begint. Je moet een weg zoeken tussen vijandschap en valse voorstellingen van zaken als door een donker bos¨.

Theodor Herzl overleed in 1904. Hij heeft niet meegemaakt wat er van zijn utopie terecht kwam. Toch wijst juist de creatie van dr. Geyer op de profetische inslag van zijn persoonlijkheid. Hij heeft de afgelopen eeuw in vele gedaantes door Palestina gewaard en een belangrijke invloed gekregen op het reëel bestaande Israël. Dat is allesbehalve een gemenebest van coöperaties met plek voor iedereen die wil meewerken, ongeacht afkomst, geloof of levensbeschouwing.

Mijn prachtige Larousse uit 1898

Had het gekúnd, was het mogelijk geweest? Met minder dr. Geyers aan beide kanten van de scheidslijn wellicht wel. Het Palestina van 1900 had ruimte genoeg voor immigranten die in vrede kwamen net als het Canada of Australië waar zoveel Nederlanders in de vroege jaren vijftig hun geluk zochten. In de tijd van Theodor Herzl was Palestina een uithoek van het Ottomaanse Rijk met, aldus mijn prachtige 9-delige Larousse uit 1898, 650.00 inwoners op 25.124 vierkante kilometer. Het ontwaakte langzaam uit een economische slaap door de komst van spoorwegen en toeristische groepsreizen, meestal georganiseerd doorThomas Cook.

Het aantal inwoners van Israël loopt nu tegen de negen miljoen. Er zijn naar schatting tien miljoen Palestijnen. De bevolking is dus in ongeveer 125 jaar bijna vertwintigvoudigd.

Ja, het hád gekund, als er niet zoveel dr. Geyers waren verschenen, bijvoorbeeld in de persoonlijkheid van de rechtse zionist Ze´ev Jabotinksi, die om zijn Arabierenhaat vorm te geven dronk uit giftige bronnen van vooral Oost-Europees en Russisch extreemrechts. Hij is de geestelijke vader van Netanyahu en zijn aanhangers.

Aan de andere kant vinden wij Amin Al-Hoesseini, groot-moefti van Jeruzalem, die tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van Hitler koos en moslims opriep om dienst te nemen bij de SS.

Het was misschien ook wel mogelijk geweest als de joden en de Arabieren niet zo gewetenloos tegen elkaar waren uitgespeeld. In 1917 schreef de Britse minister Balfour een brief een waaruit je zou kunnen opmaken dat de joden Palestina zouden kregen als  nationaal tehuis, terwijl tegelijkertijd door de regering in Londen aan alle Arabieren vrijheid en onafhankelijkheid werd beloofd als zij zich zouden keren tegen hun Ottomaanse overheersers. In die Balfour Declaration stond overigens wel dat de belangen van de niet-joodse bevolking geëerbiedigd moesten worden.

Het had misschien zelfs nog gekund als in 1948 de Arabische regeringen akkoord waren gegaan met een VN-resolutie, die Palestina verdeelde in een Palestijns en een joods deel. Toen in dat joodse deel de staat Israël werd uitgeroepen gingen Egypte, Libanon, Syrië en Jordanië gezamenlijk tot de aanval over. Zij verloren die oorlog. Het nieuwe Israël kon zijn grondgebied uitbreiden.

Sindsdien hebben de Arabische buurlanden vaker geprobeerd Israël er met geweld onder te krijgen. Zij leden steeds de nederlaag. De Palestijnen zijn daarbij door de heersers in Cairo, Damascus, Amman en Beyrouth steeds als pionnen gebruikt voor hun schaakspel en als het zo uitkwam – het kwam vaak zo uit – aan hun lot overgelaten. Een bijzondere vermelding verdient de zwarte september: een opstand van Palestijnen tegen koning Hoessein van Jordanië in 1970. Die werd hard neergeslagen. Er vielen zeker 3400 slachtoffers.

Hoe ziet de situatie er nu uit? Een kleine twintig miljoen mensen betwistten elkaar een stuk grond ongeveer zo groot als Nederland. Zij besteden daar al een jaar of vijfenzeventig een groot deel van hun energie, hun creativiteit en hun financiële middelen aan. De Palestijnen delven steeds het onderspit. Daarbij helpt het niet dat ze in feite twee regeringen hebben, die van de moslimfundamentalistische Hamas in Gaza en die van de minder religieuze PLO in Ramallah. Zeker die laatste staat sterk in de geur van corruptie. Ondanks de formidabele dreiging van Israël lukt het ze niet tot een verzoening te komen. Van democratische besluitvorming is onder de Palestijnen geen sprake. Israël kent wel een democratisch bestel met kiesrecht voor alle burgers ongeacht hun levensovertuiging. Twintig procent van de Knessethleden vertegenwoordigen dan ook een Arabische partij. Zij moeten optornen tegen  rechtse door het denken van Jabotinski gevormde politici, die dankzij een coalitie met joods-fundamentalistische partijtjes net de meerderheid hebben.

Dat is de feitelijke situatie. Over Palestina ligt de schaduw van dr. Geyer in zijn joodse en zijn islamitische gedaantes.

Pas als die is vervaagd zijn er mogelijkheden verkettering, vernietiging en oorlog plaats te doen maken voor acceptatie, opbouw en welvaart. Zo eenvoudig en tegelijk zo hels ingewikkeld ligt het. Dat zal ook blijken uit reacties op deze bijdrage. Die zal worden afgedaan als een listige manier om Israël uit de wind te houden dan wel de zieligheid en de vermoorde onschuld van de Palestijnen te benadrukken in dit door linkse drogbeelden gedomineerd Europa. The plague on both their houses.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (96)