394
1

Hoogleraar kunst en economie (UVU/ HKU)

Giep Hagoort (1948) is hoogleraar kunst en economie aan de Universiteit Utrecht/HKU. Hij introduceerde in 1992 het begrip Cultureel ondernemerschap. Het is oprichter-dean van de private Amsterdam School of Amsterdam. Zijn nieuwste boek gaat over samenwerkingsverbanden in de culturele sector (Cooperate. The Creative Normal, Eburon 2016). Vanaf 2014 leidt hij ERTNAM, European Research and Training Network on Art Management dat in 2017 lezingen en workshops verzorgde in Cagliari (Italiƫ), Exeter (UK) en Moskou.

Opties voor een culturele strategie

Wat blijft is dat de culturele sector de nodige veerkracht weet op te brengen en de samenleving behoedt voor het verlies aan creativiteit, verbeeldingskracht en kwaliteit

De culturele sector – kunstenaars, theaters, musea, podia, kunstencentra, festivals – ondervinden in deze coronacrisis veel sympathie van publiek, media en bestuurders. Hoe anders was dat tien jaar geleden toen een gedoogkabinet van VVD, CDA en PVV de hakbijl zette in het cultuurbudget waarbij het totale rijksbudget met zo’n 25% moest worden verkleind. Productiehuizen voor jong talent moesten hun deuren sluiten, opdrachten vielen weg en rijksfondsen werden sterk gekort. De toenmalige staatssecretaris voor cultuur Halbe Zijlstra (VVD) kon maar niet duidelijk maken waarom deze bezuinigingen nodig waren maar kon zich staande houden met leugenachtige verhalen over kunstenaars als subsidieslurpers.

In die tijd nog wel, maar in 2018 struikelde deze cultuurvandaal – nu als minister van Buitenlandse Zaken – over een leugen over zijn aanwezigheid in de datsja van Poetin. Alsof ik iets dergelijks aanvoelde liet ik in mijn politiek kerstverhaal van 2017, gepubliceerd op joop.nl, een ambitieuze Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken struikelen over een leugentje, naar wat later bleek ingestoken door de Russische geheime dienst. Enfin dit is allemaal geschiedenis en staat de culturele sector ondanks allerlei miserabele externe omstandigheden qua maatschappelijke belangstelling er sterker voor.

cultuur
cc-foto: Marco Derksen

Naast de Rijksoverheid voeren ook gemeenten steunmaatregelen uit en hebben de particuliere cultuurfondsen de handen ineen geslagen. Daarnaast doet het publiek mee aan crowdfunding om opdrachten aan kunstenaars te kunnen geven. De bepleite 1 miljard euro om de sector daadwerkelijk te behoeden voor een grote terugval is nog niet in zicht. Op Prinsjesdag, de derde dinsdag in september, zal het kabinet aanvullende maatregelen aankondigen. Voor een aantal organisaties zal dat – gezien de hoge nood – helaas te laat zijn.

Toch moet de sector elke dag weer alert zijn en blijven. Niet zozeer vanwege het bijklussen van de oud-PvdA-cultuurminister Ronald Plasterk als rechtse columnist in De Telegraaf. Dat is klein bier in vergelijking met wat de provincie Brabant mede onder leiding van de nieuwe coalitiepartner FvD beoogt: een miljoenenbezuiniging op cultuur, en dat in deze tijd!

Hoewel er nog veel niet kan – bijvoorbeeld het houden van grootschalige festivals – zijn de deuren van culturele organisaties weer iets opengegaan. De eigen inkomsten komen weer binnen maar nog lang niet voldoende om de oplopende kosten te financieren en de organisatie op peil te houden. Een nieuw Cultural Businessmodel zal moeten worden uitgedacht om waar mogelijk perspectief te bieden, naast de noodzakelijk steun van overheden, fondsen en particulieren.

In mijn gesprekken met kunstenaars en kunstdirecties dienen zich vier opties aan:

1. Restauratie: Nagaan wat minimaal nodig is om vandaar uit de organisatie weer body te geven rondom de oorspronkelijke missie, vaak met publieke middelen gefinancierd. Terug naar de kern als enige mogelijkheid om te overleven. Voor organisaties met een eigen gebouw – musea, theaters – is dit een reële optie met pijn voor kunstenaars en activiteiten die buiten de kern vallen. Zij blijven als groep aan de organisatie verbonden.

2. Doorstart: De organisatie komt tot de rekensom dat zelfs van een restauratie geen sprake kan zijn. De klap is te hard aangekomen om nog van een redding te spreken. Alle activiteitengebieden worden tegen het licht gehouden en alleen activiteiten die tot een perspectief kunnen leiden – artistiek en financieel gezien – worden voortgezet in een doorstart. Eventueel wordt een nieuwe rechtspersoon daartoe opgericht. Overleg met overheden en fondsen is cruciaal. In de doorstart wordt nauw contact onderhouden met kunstenaars die niet mee kunnen in de doorstart.

3. Liquidatie: De meest pijnlijke optie die je je kunt voorstellen. Een samengaan van hoge schulden, het uitblijven van steun, een lege kas en een afnemend geloof in overleven, leiden tot opheffing, soms in de vorm van een faillissement. Wel kan er nog geprobeerd worden om een culturele organisatie, die zich in de fase van restauratie of doorstart bevindt, te benaderen om na te gaan of er ruimte is voor samenwerking. Als de blinde de lamme helpt kunnen ze samen verder. Zo’n weg kan ook door de gemeente gesteund worden.

4. Transformatie: Een optie die een beroep doet op een geheel opnieuw doordenken van het bestaan van de organisatie. Doorgaan op de huidige weg past artistiek en mentaal niet meer in het plaatje. De veranderingen die de organisatie en haar leden hebben doorgemaakt zijn zo fundamenteel dat nieuwe, artistieke organisatiewegen moeten worden afgelegd, vaak ondersteund door digitale ervaringen. Wat centraal staat is de collectieve werkwijze, ook met externe partijen. Het eigen huis is niet heilig, eventueel wordt tijdelijk (gratis) onderdak gevonden in een lege loods waar het dak lekt en junks spuiten. Alle leden hebben duobanen om aan het noodzakelijke geld te komen. De gemeente is misschien bereid om het dak te laten maken. Een fonds overweegt een impulssubsidie. Wie weet.

Deze vier opties kennen de nodige tussenvormen. De praktijk is hier de leerschool want handboeken zwijgen en consultants zijn nu ook even de weg kwijt. Wat blijft is dat de culturele sector de nodige veerkracht weet op te brengen en de samenleving behoedt voor het verlies aan creativiteit, verbeeldingskracht en kwaliteit.

OK, nog één voorspelling dan. Ook in Brabant – exclusief FvD – breekt uiteindelijk het inzicht door dat deze waarden belangrijk zijn voor de eigen, provinciale samenleving.

Geef een reactie

Laatste reactie