4.556
62

Muzikant, schrijver, componist

Erwin Gaur (half pseudoniem voor Erwin Angad-Gaur, 1970) studeerde Kunst en Cultuurwetenschappen in Rotterdam en is muzikant, schrijver en componist. Zijn debuutroman ‘Gardi’ verscheen dit voorjaar. (Foto gemaakt door Sebastian Beijersbergen)

Zwarte Pieten-moe

Spreek voor uzelf. Houd op met het promoten van tegenstellingen die niet bestaan, van beide kanten

cc-foto: Ted van den Bergh

Ik lijd aan Zwarte Pieten-moeheid.

Het is onverstandig vermoedelijk daar op een online forum uiting aan te geven, maar toch…

Dat het geïmplodeerde #MeToo een moment van de radar verdwenen is, troost mij slechts met mate. Ik draag ‘Pietenmoeheid’ voor als woord van het jaar en kijk uit naar 6 december.

Ik ben moe van drogredeneringen en gedram. Maar kan mij er moeilijk aan onttrekken.

‘Zwarte Piet is racisme,’ kregen wij gisteren nog eens ingepeperd. Het is maar dat we het weten.

Tijdens de schijnbaar goedbedoelde uitzending van De Wereld Draait Door, waarin pro-Pieten met deelnemers van de actie aan tafel werden gezet, kwam men weinig tot elkaar. Zo viel opnieuw op bijvoorbeeld hoe het ‘gevoel’ van ‘ons’, ‘gekleurde medemensen’, volgens de deelnemers aan de actie gerespecteerd dient te worden, maar elk ander gevoel ongeldig is. Het gevoel dat de slogan ‘Zwarte Piet is racisme’ impliceert dat wie pro-Zwarte Piet is, racisme uitdraagt of steunt bijvoorbeeld. Dat gevoel was en is onjuist. En het gevoel van onbehagen over degelijke discussietechnieken eveneens. Punt.

‘Wie het eenmaal ziet, kan het niet meer ontzien,’ aldus een zelf tot inkeer gekomen en belezen Georgina Verbaan. Wie het ziet en niet acteert is daarmee fout, lijkt de conclusie. Maar ook dat begrijp ik ongetwijfeld verkeerd.

De manmoedige poging van Matthijs van Nieuwkerk ook de interpretatie van anderen enige legitimiteit te gunnen, vond op rotsblokken zijn landing. Men had de uitleg toch gehoord? Nou dan.

Laat ik herhalen en duidelijk zijn: de Zwarte Pieten discussie komt mij mijn neus uit en ik behoor niet wezenlijk tot een ‘kamp’; ik gun ieder zijn gevoel en ieder zijn kwetsbaarheden. De tactieken van zowel de fanatieke voor- als tegenstanders staan mij niet aan. En ik wil niemand enig recht ontzeggen te discussiëren over wat men bediscussiëren wil. Er wordt al te makkelijk met grondrechten omgegaan.

Vooral de wederzijdse veralgemeniseringen staan mij tegen evengoed.

Als medelander met een kleurtje heb ik bijvoorbeeld nooit een probleem met Zwarte Piet gehad. Het spijt mij. De twee (voormalige) Surinamers met wie ik samenwoon, beiden donkerder van huidskleur dan ik, ergeren zich al jaren. Zij appreciëren, net zo min als ik, telkenmale te moeten horen dat men mede namens ons beledigd is. Dat men mede namens ons gevoel en onze kwetsure handelen moet.

Een vriendelijk verzoek daarom: houd daar mee op. Spreek voor uzelf. Houd op met het promoten van tegenstellingen die niet bestaan, van beide kanten: tegenstellingen die even karikaturaal zijn als Zwarte Piet zelf; een scheiding tussen ‘randstad’ en ‘provincie’; een scheiding tussen ‘zwart’ en ‘wit’, een tegenstelling tussen ‘blank’ en ‘allochtoon gevoel’; de werkelijkheid is complexer dan dat. Het plakken of claimen van stereotype meningen op en bij demografische kenmerken is minimaal even stigmatiserend als de (veronderstelde) steen des aanstoots zelf. Wie Zwarte Piet afwijst als karikatuur, dient van gekleurde, niet-westerse Nederlanders evenmin een karikatuur te maken.

Als ik dat zeggen mag. Zonder ‘fout’ te zijn.

Wat mij brengt op de, ook opnieuw in de uitzending van De Wereld Draait Door geventileerde stelling dat Zwarte Piet een karikatuur is en daarmee racistisch. Een op zichzelf weinig overtuigend argument. Zoals de verdediging dat Zwarte Piet uiteraard slechts zwart is, omdat hij door een schoorsteen schuift, evenmin erg veel langere overdenking verdraagt.

Vrijwel ieder karakter in een kinderserie of -traditie, in een comedyserie of in science fiction is een karikatuur. De goedheiligman zelf, een oude, vaak lichtjes verwarde goeiige opa, de Kerstman, Theo en Thea, Swiebertje, Malle Pietje en Saartje, Hagrid, Superman, Sherlock Holmes, de Boze Buurman, the fresh prince of Bel Air, Spock, tante Es, meneer Aart, Pietje Bell of Scrooge, het zijn allen karikaturen. Stripfiguren. Pantomime karakters. Uiteraard gebaseerd op vooroordelen, waarmee tezelfdertijd licht de spot gedreven wordt.

De Asterix-verhalen, Lucky Luke en Bommel wemelen ervan. De voorbeelden zijn niet aan te slepen. Wie per definitie aanstoot neemt aan karikaturen zit elke vorm van fictie in de weg.

Bestaat er dan geen begrenzing? Bestaat er geen onacceptabele kwaadaardige karikatuur? Uiteraard bestaat die. Maar het verschil vereist een serieuzer discussie dan het letterlijk zwart-wit denken dat dezer dagen voor intelligent debat moet doorgaan.

Dat neemt allemaal niet weg dat Zwarte Piet verleden tijd is. Een nationaal fictief figuur, centrum van een kinderfeest, kan niet voortbestaan met een wagonlading tegengestelde maatschappelijke connotaties, terecht of onterecht, op zijn schouders geplaatst.

Hij strompelt lachend en buitelend nog enkele jaren door, tussen demonstranten en beveiligers in, pepernoten strooiend, maar zal langzaamaan verdwijnen. Of dat erg is of niet, vind ik moeilijk te bepalen. Ik zal hem niet bijzonder missen. Maar wellicht komt dat omdat ik zelf geen kinderen heb. Ik zou het niet weten.

Dat met Zwarte Piet ook de inmiddels jaarlijkse discussie, het nationale tijdverdrijf in november, verdwijnen zal, stemt mij vrolijker. En is iets waar ik reikhalsend naar uitkijk.

Drogredeneringen van alle kanten in het publieke debat horen wij, ook de rest van het jaar, al vaak genoeg. Mijn verlangen voor december gaat bovenal en meer dan ooit uit naar een stille nacht.


Laatste publicatie van Erwin Angad-Gaur

  • Gardi

    Een korte roman over obsessie, over liefde en de impact van terreur

    Februari 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (62)