5.190
99

Filosoof

Filosoof en docent. Zijn interessegebieden binnen de filosofie zijn onder andere het gedachtegoed van de Frankfurter Schule en van de hedendaagse filosofen Byung-Chul Han en Slavoj Žižek.

We zijn kritischer dan ooit, niet intoleranter

Wie zich laat misleiden door vaak opgeblazen of verzonnen incidenten uit de media, krijgt een vertekend beeld van hoe het er met de vrijheid van meningsuiting voorstaat

Gaat politieke correctheid te ver in het terugdringen van de vrijheid van meningsuiting? Wie de viraalgaande open brief van prominente wetenschappers en schrijvers in Harpers Magazine heeft gezien, zou denken dat de vrijheid van meningsuiting ernstig wordt bedreigd. Onder de ondertekenaars zijn niet de minsten, we zien bekende namen als J. K. Rowling, Salman Rushdie en Noam Chomsky. Zij beweren dat niet langer alleen extreemrechtse bewegingen massaal proberen anderen de mond snoeren en waarschuwen dan ook voor een nieuwe vorm van intolerantie onder linkse en liberale bewegingen. Deze groepen zouden mensen aan de schandpaal nagelen en daarmee het zwijgen opleggen als ze niet de juiste mening verkondigen. De lezer van de brief bekruipt het gevoel alsof we van alle kanten het zwijgen worden opgelegd. Langzaam glijden we weg, nog één stap en we leven niet meer in het vrije westen, maar in een land als Iran of Noord-Korea. Niets is minder waar: het vrije woord heeft er zelden zo goed voorgestaan.

J.K. Rowling | cc-foto: Wikipedia

De afgelopen jaren is de vrijheid van meningsuiting enorm toegenomen. Om dit te illustreren bespreek ik in mijn maatschappijleerlessen ieder jaar het voorbeeld van Hans Janmaat, de lijsttrekker van de Centrum Democraten in de tweede helft van de twintigste eeuw. Zijn aanhangers droegen spandoeken met ‘vol = vol’ en ‘Eigen land eerst’ en in een speech zei hij tot hen ‘Wij schaffen, zodra wij de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af’. Hiervoor werd hij breed verafschuwd, berecht en veroordeeld. In het parlement was hij een paria met een cordon sanitaire om zich heen. Vooral louche figuren, waaronder gewelddadige neonazi’s, wilden nadien nog zijn vrienden zijn. Wanneer ik mijn leerlingen de rechtszaak voorleg zijn ze altijd erg verbaasd. Janmaats uitspraken zijn immers klein bier vergeleken met wat mijn leerlingen tegenwoordig gewend zijn aan haatvolle uitspraken van populistische politici en socialemedia-reaguurders. Feit is namelijk dat – of het nu gaat om Trump in de VS of Baudet en Wilders in Nederland – populisten over de hele wereld keer op keer haat en leugens op een ongekende schaal kunnen verspreiden en ermee wegkomen ook. Wat dat betreft is er dus behoorlijk veel vrijheid van meningsuiting.

Nu hoor ik u denken ‘dat de staat meer toelaat, wil nog niet zeggen dat we ook meer kunnen zeggen.’ En inderdaad, naast dwang van de staat, kan ook sociale dwang het vrije woord beperken. De Britse filosoof John Stuart Mill constateerde in zijn beroemde essay Over Vrijheid al dat naast staatsmacht, juist conformisme als de grote bedreiging voor het vrije woord moet worden gezien.

Ook op het gebied van conformisme is de realiteit echter anders dan de brief en de publieke opinie vaak doet vermoeden. Zo wordt er (ook in de brief) groot gewag gemaakt van intolerantie op Amerikaanse colleges en universiteiten. In ons land roept Paul Cliteur keer op keer met vage onderbouwing op dat afwijkende meningen niet worden geaccepteerd en dat het hoog tijd wordt voor meer diversiteit aan meningen op de universiteit. Het beeld van de colleges en universiteiten als bastions van intolerantie is zo breed gedeeld, dat er toch wel iets mis moet zijn?

Ja, dat klopt. Er is iets mis met het beeld dat we van colleges en universiteiten hebben. Keer op keer tonen onderzoeken namelijk aan dat er op deze instituten juist meer vrijheid van meningsuiting is dan ooit tevoren. Natuurlijk zijn er ieder jaar een paar opvallende incidenten, maar als we meenemen dat er alleen al 4583 colleges en universiteiten in de VS zijn, is enkele tientallen incidenten vrij weinig. Dit doet niets af aan de laakbaarheid van die enkele voorbeelden waarbij bijvoorbeeld een spreker onder druk wordt afgezegd, maar om te stellen dat er een fundamenteel probleem is met de vrijheid van meningsuiting moet je een verkeerd beeld hebben van de werkelijkheid.

Gênant aan de brief is daarnaast dat de auteurs met een valse gelijkstelling suggereren dat de druk op vrijheid van meningsuiting evenveel van beide kanten van het politieke spectrum komt. Dit is geenszins het geval. Denk aan de haat die vrouwen kregen na gamergate, de haatreacties op fora als 4chan, geenstijl en 8chan of meer recentelijk de aanslagen door rechtse nationalisten en de bedreigingen en intimidaties van de Nederlandse boeren en je ziet dat we nog altijd eerder van een rechts-conservatief gevaar kunnen spreken. Als iemand de ander de mond wil snoeren zijn zij het en dan gaat het over meer dan alleen vrijheid van meningsuiting. Wat dat betreft is het geen wonder dat de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid waarschuwt voor extreemrechts in Nederland. Hiermee vergeleken valt het met de kwaadaardige vormen van politiek correct gedoe op links mee. Toegegeven, soms worden anderen op een stellige wijze of onnodige wijze op racisme en andere onfatsoenlijkheden aangesproken. Maar we dienen niet te vergeten dat zulke, meestal gerechtvaardigde, terechtwijzingen juist een onderdeel vormen van de vrijheid van meningsuiting. Het zorgt er soms voor dat personen in verantwoordelijke functies terecht meer op hun woorden letten en daar blijft het vrijwel altijd bij.

Door de suggestieve verwijten van intolerantie zonder concrete voorbeelden te noemen, sluiten de auteurs van de brief vooral aan bij het beeld dat is gecreëerd door enkele vaak overtrokken voorbeelden uit de media van ontspoorde reacties op colleges of universiteiten op onwelgevalige meningen. Ergens is dit niet zo gek, want die voorbeelden worden vanwege hun shock factor breed uitgemeten door de media. Denk bijvoorbeeld aan de kwestie waarmee de Canadese psycholoog Jordan Peterson in een klap wereldberoemd is geworden. Volgens hem zou hij onder dreiging van een straf worden gedwongen om tegen zijn wil in bepaalde voornaamwoorden te gebruiken bij het aanspreken van transgender personen. Het hele verhaal bleek een grote mythe te zijn, maar het beeld dat bij het grote publiek bleef hangen was dat overheidsinstanties zoals universiteiten worden gedomineerd door zogenaamde intolerante social justice warriors. Gek genoeg moeten we vaststellen dat, in zoverre er al sprake zou zijn van een probleem, het juist linkse docenten zijn die om hun opvattingen worden ontslagen. Wat dit betreft is het niet zo gek dat in de gehele open brief geen enkel concreet voorbeeld wordt genoemd van de gevaren voor de vrijheid van meningsuiting. De voorbeelden die de auteurs zouden kunnen noemen, zouden direct aantonen dat de brief is gebaseerd op een waanbeeld dat wordt opgedrongen door de media en persoonlijke ervaringen.

Die persoonlijke ervaringen lijken mij een andere belangrijke factor in de motivatie van de auteurs. Schrijver Salman Rushdie heeft de meest terechte zorg. Tegen hem werd een fatwa, een doodvonnis voor het beledigen van fundamentalistische moslims, uitgesproken door ayatollah Khomeini. Een duidelijker voorbeeld van een poging om iemand het zwijgen op te leggen kan je niet krijgen. Een duidelijker voorbeeld van iets wat ieder weldenkend mens verafschuwt kan je ook niet krijgen. Daarom komen dergelijke pogingen tot het opleggen van zwijgen in het westen weinig voor en hechten we in de praktijk zo veel waarde aan het vrije woord. Chomsky is op zijn beurt gemotiveerd door de angst dat linkse mensen als hij net als in de jaren ’50 het zwijgen wordt opgelegd (McCarthyisme). Gelukkig ligt die periode achter ons. En Rowling wordt gemotiveerd door de grote hoeveelheid terechte kritiek die ze kreeg op haar onhandige opmerkingen over transgender personen. De stroom aan kritiek zorgde voor een vermindering in het aantal volgelingen en medestanders van Rowling. Het was het logische gevolg voor een invloedrijk persoon die onverantwoorde dingen zei. Dergelijke kritiek moeten we dan ook niet achterwege laten vanwege een waanbeeld van intolerantie.

Zo bezien kunnen we de motivatie van sommige ondertekenaars wel begrijpen, maar kunnen we de door hen ondertekende brief toch niet waarderen als we haar in de bovenstaande bredere context plaatsen. Hun brief sluit daarvoor te veel aan bij een waanbeeld van verstikking van vrijheid van meningsuiting door linkse social justice warriors en werkt eerder averechts doordat het te makkelijk suggereert dat terechte kritiek gelijk staat aan aan de schandpaal nagelen. We lopen zo het risico terechte kritiek niet meer te waarderen voor wat het is.

Wie zich laat misleiden door vaak opgeblazen of verzonnen incidenten uit de media, krijgt een vertekend beeld van hoe het er met de vrijheid van meningsuiting voorstaat. Dat personen het zwijgen wordt opgelegd, zoals in de viraalgaande open brief wordt beweerd, komt vooral anekdotisch voor. In de realiteit hebben we juist een levendig debatklimaat, waar meningen veelvuldig worden aangevochten. Dat moeten we niet te makkelijk en ongegrond gelijkstellen met schandpalen en het zwijgen opleggen, maar als een essentieel onderdeel van de vrijheid van meningsuiting zien. Want juist wanneer we ons angst laten aanpraten voor het uitdagen van een andere mening, omdat een enkeling wel eens (terecht) breed bekritiseerd wordt, blijft er weinig over van de vrijheid van meningsuiting. Laten we dus vooral niet te bang zijn voor de schandpaal, maar blij zijn met kritische houding die de meesten van ons aan de dag brengen.


Laatste publicatie van Floris Schleicher

  • Filosoferen over God


Geef een reactie

Laatste reacties (99)